Op naar een schoon 2030, maar hoe?

Energie

Het nieuwe kabinet wil de uitstoot van CO2 in 2030 gehalveerd hebben. Daarvoor is een nieuw energieakkoord nodig.

Minister Eric Wiebes (EZ) ontvangt maandag zo’n 200 vertegenwoordigers van industrie, overheid en milieubeweging. Foto Remko de Waal / ANP

Toen de kersverse klimaatminister Eric Wiebes eind oktober het bordes van Paleis Huis ten Bosch afliep, lag een flinke stapel papier op hem te wachten. Tijdens de formatie hebben ambtenaren van zijn ministerie met tientallen betrokkenen uit industrie, overheid en milieubeweging het nodige voorwerk verricht, op weg naar een nieuw klimaat-en energieakkoord. In vijf verschillende werkgroepen bogen deskundigen zich over de vraag hoe bijvoorbeeld woonwijken het beste aardgasvrij kunnen worden gemaakt, hoe je elektrisch rijden aanmoedigt en hoe de energie-intensieve industrie zich zou moeten aanpassen.

Maandag mag de VVD’er laten zien dat hij dit huiswerk inmiddels achter de kiezen heeft. Want dan ontmoet hij in het Haags Gemeentemuseum zijn gesprekspartners voor de komende tijd. De bijna tweehonderd mensen uit industrie, milieubeweging en verschillende overheden willen allemaal weten hoe het kabinet ervoor gaat zorgen dat Nederland in twaalf jaar tijd de uitstoot van CO2 gaat halveren. Want een reductie van 49 procent in 2030, en liefst nog van 55, is de inzet van het regeerakkoord van Rutte III.

Lastige route

Eén conclusie kon Wiebes in zijn eerste zes weken als minister snel trekken. Het wordt niet gemakkelijk. Het Energieakkoord in 2013 was een zware dobber, maar de route naar het nieuwe Nationale Klimaat- en Energieakkoord – zoals op de uitnodiging voor maandag staat – wordt heel wat lastiger. Die route gaat hij maandag, al of niet concreet, schetsen.

De ambitie is ongekend. Daarover is iedereen het eens. Maar over de beste weg naar de milieudoelen is de verdeeldheid groot. „Als de afspraken in het regeerakkoord in beton gegoten zijn, dan denk ik niet dat praten over een nieuw akkoord veel zin heeft”, geeft Joris Wijnhoven, campagneleider klimaat bij Greenpeace, alvast een schot voor de boeg.

Hij ziet bijvoorbeeld niets in de ambitie om op grote schaal CO2 op te vangen. „Wiebes moet echt open staan voor alternatieven. Het kabinet zet zijn kaarten veel te veel op het opvangen van CO2 en dat vinden wij een krankzinnige ambitie. Steek dat geld liever in wind op zee of de ontwikkeling van waterstof.” Greenpeace wil verder ook een actieve rol bij de besprekingen over het sluiten van kolencentrales. „Dat lijkt nu alleen een zaak tussen de energiebedrijven en de overheid”, zegt Wijnhoven.

Wiebes zal inmiddels gelezen hebben dat meer gespreksdeelnemers aan het zogeheten ‘Transitiepad Kracht en Licht’ – een van de vijf werkgroepen – de afgelopen maanden kritisch waren over CCS, de afvang van CO2. In de weerslag van de gesprekken, de ‘ambtelijke verkenning’, wordt CCS bijvoorbeeld „een relatief dure technologie” genoemd. Die opvang betalen uit het subsidiepotje (SDE+) waar nu de duurzame energie uit wordt betaald – de opzet in het regeerakkoord – is ook geen goed idee. Zo wordt die regeling ingewikkelder „zonder dat evident betere resultaten bereikt worden”. Donderdag zette Wiebes in de Kamer overigens zelf al vraagtekens bij deze aanpak.

Alle middelen

Voorstanders van de opvang, van CO2, bij met name elektriciteitscentrales en afvalverbranding, zijn er maandag ook. „Om de doelen voor 2030 te halen heb je volgens ons alle middelen nodig. Ook het afvangen van CO2”, zegt directeur Hans Grünfeld van VEMW, die de energie-intensieve industrie vertegenwoordigt.

Het energieakkoord uit 2013 heeft Grünfeld geleerd dat nieuwe ontwikkelingen nogal eens worden afgeremd door bestaande regelgeving. „Bedrijven worden soms financieel gestraft als zij innoveren”, zegt hij. „Een chemisch bedrijf dat groene waterstof wil leveren aan een naastgelegen mestbedrijf moet bijvoorbeeld het volle pond betalen voor een ongebruikte aardgasleiding.”

En ook belangrijk volgens hem: de burger moet meer worden betrokken. „Daar moet begrip voor de transitie worden gekweekt. De milieubeweging kan die kloof niet dichten, die vertegenwoordigt maar een klein deel van de burgers. Gemeenten zullen daar een rol in moeten spelen”, aldus Grünfeld.

Vijf paden

Hij ziet graag dat de overheid de regie bij de onderhandelingen naar zich toe trekt en niet dat de Sociaal Economische Raad (SER) weer de hoofdrol speelt. Volgens ingewijden heeft Wiebes al mensen op het oog die de vijf verschillende onderhandelingen – Transitiepaden – gaat leiden, en ligt nog open welke rol de SER krijgt. „Ik verwacht dat Wiebes veel strakker de regie gaat nemen. En dat is ook goed. De overheid speelt op veel gebieden een cruciale rol”, zegt Grünfeld.

Volgens Olof van der Gaag van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie heeft de overheid, anders dan in 2013, al veel voorwerk gedaan. Door het regeerakkoord en door het brede overleg met ambtenaren ligt een centrale rol nu meer voor de hand. „Het belangrijkste is dat het Planbureau voor de Leefomgeving de vooruitgang meet als onafhankelijke scheidsrechter, zoals dat nu gebeurt. En dat er een onafhankelijke instelling is, zoals nu de Borgingscommissie van Nijpels, die zorgt dat de doelen gehaald worden.”

En, wil Van der Gaag zeggen, mede door deze aanpak is veel progressie geboekt. „Het gaat harder dan veel mensen denken. Nu is 12,5 procent van onze stroom duurzaam opgewekt. Dat is in 2023 al 44 procent.”