Omtzigt: wie, wat, wanneer, waar en hoe – maar waarom?

Fascinerende omkering van de verhoudingen. Twee weken na de onthulling van NRC-verslaggevers Wilmer Heck en Andreas Kouwenhoven dat Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) een dubieuze getuige over MH17 aan het woord hielp, zijn de rollen volledig omgekeerd. NRC, met alle lux et libertas, is nu de krant van de ‘hetze’ en de campagnejournalistiek, het blog GeenStijl (‘nodeloos kwetsend’), dat zich in de kwestie vastbeet en NRC er wekenlang van langs gaf, de plek voor wie nuance en context zoekt.

Althans, dat is de beeldvorming onder critici van de krant, óók enkele in de gevestigde media.

Waar ging dat stuk om? Kern van de zaak, zoals ik die begrijp, na een smartelijk lange vakantie: een Kamerlid dat bekend staat om zijn kritische argwaan in het MH17-dossier, raakt ruim een jaar na de eerste conclusies van de onderzoekscommissie JIT betrokken bij het ventileren van een alternatieve lezing die toch weer twijfel zaait over dat onderzoek. Bij een publiekscollege aan de VU souffleerde Omtzigt een Oekraïense asielzoeker, een etnische Rus, die het woord wilde voeren en niet gehoord zou zijn door de onderzoekscommissie (hij was geen ooggetuige, en wel gehoord). Omtzigt gaf vervolgens in de zaal antwoord op de vraag die hij had helpen opstellen.

Complot? In elk geval een toneelstukje, waarvan een filmpje door MH17-sceptici werd rondgetwitterd.

NRC bracht het stuk als eerste aflevering in een serie over ‘Russische invloeden’, later volgde een sterk stuk over nabestaanden die worden lastiggevallen.

Paste Omtzigt wel in die reeks? Hij liet na publicatie weten dat hij „onzorgvuldig’’ was geweest en betreurde het dat hij „met de beste intenties’’ eraan had meegewerkt „deze man een podium te bieden’’. Het was hem, had hij de NRC-verslaggevers laten weten, onduidelijk of de man al officieel was gehoord.

Toen stak de woede op onder sympathisanten van Omtzigt – tegen NRC. Geen wonder, alles in dit dossier is politiek en emotioneel beladen (en onderdeel van de culture wars die in Nederland woeden). De vraag naar het waarom van Omtzigts handelen, zegt chef René Moerland die het stuk begeleidde, is omgeslagen in een vraag naar de motieven van NRC. Inderdaad, dat blijkt mij ook uit brieven van lezers die zich afvragen waarom de krant „campagne voert’’ tegen een gewaardeerd en kritisch Tweede-Kamerlid.

Maar er is ook ambachtelijke kritiek op het stuk: vooral over het wederhoor, over de presentatie en over de context die de krant eraan gaf.

Om met dat wederhoor te beginnen: dat verdient zeker geen schoonheidsprijs. Omtzigt werd op vrijdagochtend, een dag voor publicatie, door Heck gebeld en verrast met vragen over deze kwestie. Hij kreeg zijn citaten ter inzage, die hij fiatteerde.

Maar zo’n fors en brisant gebracht verhaal, met potentieel grote reputatieschade, moet als het maar enigszins kan zo vroeg mogelijk en compleet met betrokkenen worden doorgesproken. De overweging van de verslaggevers: ze waren bang dat hun scoop zou weglekken wegens Omtzigts contacten met GeenStijl, of dat hij geen reactie zou willen geven. Niet ongegrond; na zijn eerste antwoord communiceerde het Kamerlid verder via zijn woordvoerder.

Dan nog, meer tijd nemen bij dit onderzoek was dus beter geweest. Anderzijds, Omtzigt is een door de wol geverfd politicus, gaf antwoord op de vragen en beluisterde de geluidsopname van zijn voorgesprek met de getuige waarover de krant beschikte (de verslaggevers boden aan hem die te sturen, hij had hem toen al zelf weten te verkrijgen). Moerland zegt daarom: „Hij is de hele dag met ons in gesprek gegaan, deels via zijn woordvoerder, dat vond ik genoeg.”

Maar meteen na publicatie kwam, ook bij sommige lezers, onvermijdelijk de vraag op waaróm Omtzigt de man eigenlijk had geholpen. Was het nu een opzetje van een oppositie-Kamerlid om een revisionistisch geluid over het onderzoek te laten horen, of had hij (zoals betrokkenen beweren) mogelijke verwarring juist proberen te beperken? Was het een inschattingsfout of, gezien zijn continu-kritische aanpak op dit dossier, een accident waiting to happen?

Puur voor het mechanisme dat Heck en Kouwenhoven in hun stuk beschrijven was een eenduidig antwoord op die vraag nog niet vereist: ze laten feitelijk zien hoe een activist (de man die de Oekraïner bij Omtzigt aandroeg) erin slaagt met hulp van het Kamerlid een punt naar voren te brengen. Maar met de zware presentatie en context die de krant eraan gaf – een scherp nieuwsbericht, een Kremlin-cartoon en, vooral, op dinsdag een snoeihard Commentaar waarin het Kamerlid een „intrigant’’ werd genoemd en zijn positie ronduit „onhoudbaar’’ heette – werd het kader juist zeer interpretatief en veroordelend.

Volgens VU-rechtsgeleerde en organisator Marieke de Hoon, die erover twitterde (en mij haar verhaal deed), meldde Omtzigt geruime tijd voor aanvang dat de Oekraïense man iets zou willen vertellen. Hoe daarmee om te gaan? Er volgde een voorgesprek met Omtzigt (zonder haar). Uit de transcriptie van dat chaotische gesprek, die NRC na de eerste kritiek op het stuk publiceerde, blijkt in elk geval dat het Kamerlid geïnteresseerd was in het relaas van de man en het initiatief nam om te vragen of hij het woord kon krijgen. Spreektijd van een kwartier werd afgewezen, maar een vraag stellen, dat mocht – waarvoor Omtzigt vervolgens per sms een tekst leverde.

De Hoon en Omtzigts verdedigers blijven erbij dat hij met die ingreep verwarring in de zaal door een optreden van de emotionele man juist probeerde te beperken. De verslaggevers wijzen erop dat die uitleg aan hen niet werd gegeven en ook niet blijkt uit het voorgesprek. Ook Moerland houdt vol dat deze feiten staan: Omtzigt droeg de man aan en zorgde ervoor dat hij aan het woord kwam, zij het dan maar met een vraag. De rest is duiding.

Maar feiten en interpretatie zijn tegenwoordig een eeneiige tweeling. In het tijdperk van Trump is het ‘lezen’ van media in termen van complotten, framing en nepnieuws een huis- tuin- en keukentaal geworden. Gesinnungsethik regeert: alles draait om ‘bedoelingen’, meer dan om effecten. De ambivalente beginzin van het nieuwsbericht dat Omtzigt twijfel had „laten zaaien” (wat zowel kan betekenen opdracht geven als iets actief in de hand werken of louter toelaten) werkte die behoefte aan uitleg nog in de hand.

Kortom, was dit ‘nepnieuws’? Nee. Ik vond het een relevante reconstructie, maar één die vragen openliet. Presentatie, context en het vervolg dat de krant eraan geeft zijn dan extra belangrijk. Meer terughoudendheid of minder haast met het Commentaar, en juist meer berichtgeving over de inhoudelijke reacties op het stuk en over de vraag wat de krant nu wel en niet wilde beweren, had de indruk van een gerichte campagne, mogelijk, kunnen voorkomen.

Hier speelt ook iets breders. Bij wie op de redactie berust inmiddels het MH17-dossier? Over de ramp, de Russische kant en het internationale onderzoek werd de afgelopen jaren bericht door Hubert Smeets (toen redacteur Buitenland, nu freelancer), wetenschapsredacteur Karel Knip, redacteur Binnenland Arjen Schreuder en correspondent Steven Derix in Moskou. Er is dus veel kennis aanwezig, maar geen coördinator of vaste specialist die alle aspecten van de zaak overziet en volgt. Dat is een handicap, nu de kwestie politiek en maatschappelijk explosief blijft.

En een strategisch punt. Niet alleen NRC, ook de verslaggevers kwamen online zwaar en ad hominem onder vuur. De krant moet dat niet onderschatten. Stilzitten in een storm van kritiek kan verstandig zijn, maar bewegen ook. Al is het maar om tekst en uitleg te geven aan lezers die wel kritisch zijn, maar nog niet bevangen door de Kulturkampf.

Reacties: ombudsman@nrc.nl