Column

Mag een holocaustmonument bescheiden zijn?

Nee, buurtbewoners zijn níét altijd vervelend. Hun voorspelbare oppositie tegen veranderingen in de stad eindigt níét altijd in een orgie van querulanten. Soms proberen ze terecht iets te blokkeren wat de notabelen gerealiseerd willen zien. Wat mij betreft horen Marien Schouten en Roos Theuws tot de laatste categorie. Deze ervaren kunstenaars en buurtbewoners, tevens echtelieden, zijn bezig aan een last minute-verzet tegen de komst van een holocaustmonument. Hoewel de teerling al is geworpen, en de gemeenteraad en het Auschwitz Comité reeds overeen zijn gekomen dat er een stenen kolos langs de Weesperstraat zal verrijzen, is het alternatief van Schouten en Theuws misschien veel beter.

Het besluit waartegen de twee kunstenaars ageren, behelst een door architect Daniel Libeskind ontworpen stelsel van twaalf meter hoge en opvallende lange muren met daarop de namen van de uit Amsterdam afgevoerde en vermoorde Joden. Dat zijn dus ruim honderdduizend stenen, een enorm gevaarte op de plek waar nu een lief plantsoentje ligt. Ik fiets er weleens langs en stap dan af, even kijken naar het huidige monumentje dat refereert aan de Joodse tragedie tussen 1940 en 1945.

Het sympathieke aan het huidige monumentje is dat het zich niet aan je opdringt – wat de megamuren van Libeskind juist wél zullen doen. Als de plannen doorgaan zullen de verkeersdeelnemers op de drukke Weesperstraat vanzelf naar die muren met al die namen moeten kijken – alsof de Schuld van de holocaust ons telkens weer moet worden ingewreven.

Het is niet alleen de bombast van het ontwerp dat buurtbewoners als Schouten en Theuws zo tegenstaat; er zal ook groen voor moeten wijken. Hun idee om de artistieke nagedachtenis iets verderop neer te zetten is interessant: niet opzichtig, niet lomp, maar gedeeltelijk onder het Mr Visserplein, waar nu ruimte leegstaat. Bovendien kijk je vanaf dat weidse plein uit op het Joods Historisch Museum, de Mozes en Aäronkerk en De Dokwerker. Hartje Jodenbuurt, wat wil je nog meer?

De voorgeschiedenis van Libeskinds monument was al veelzeggend. Uitsluitend door protesten van onder anderen de buurtbewoners is datzelfde murenstelsel niet in het Wertheimpark beland. Dat parkje was daar veel te klein voor. Bovendien zou hier eveneens groen zijn gesneuveld en zou ook nog eens het – bescheiden vormgegeven – Auschwitzmonument van Jan Wolkers er compleet door zijn weggedrukt.

Bot en arrogant zijn de adjectieven die zich opdringen. Ik ken Libeskind en de lobbyisten van de megamuren niet persoonlijk, maar bescheidenheid lijkt niet hun sterkste eigenschap. Waarom zou iets wat het Onbegrijpelijke en Weerzinwekkende moet verbeelden, zelf geen menselijke maat kunnen houden?

In een laat, maar misschien nog niet te laat stadium zijn de buurtbewoners in opstand gekomen. Hun handtekeningenacties en de maquette van Schouten en Theus verdienen alle aandacht. Er zijn al de nodige monumenten in Amsterdam en die oorlog loopt heus niet weg. Tijd genoeg. „Desnoods tot aan de Raad van State” willen de omwonenden het plan verijdelen, zeiden ze in de Volkskrant. Gelijk hebben ze.

Auke Kok is schrijver en journalist.