Cultuur

Interview

Interview

Foto Bram Petraeus

Langs de lijn wandelende stoomketel, zó fanatiek

Handbalcoach Helle Thomsen

Handbal, handbal en nog eens handbal, daaruit bestaat het leven van Helle Thomsen. Naast bondscoach van Nederland is ze clubcoach in Boekarest. Het versterkt haar niveau, niet de communicatie met internationals.

Daar zit Helle Thomsen dan, verdwaasd in haar appartement in het Deense slaapstadje Ikast. Het is augustus 2016 en de handbalcoach is ontslagen bij de Europese topclub FC Midtjylland. Ze barst uit elkaar van woede. Ze probeert aan alles te denken, maar gedachten ordenen is onmogelijk. Door Helles hoofd spookt maar één vraag: what the fuck moet ik nu?

Handbal is haar leven, haar bestaansgrond. En dat is haar afgenomen. En waarom nu? Er is nog geen wedstrijd gespeeld. Alle clubs zijn voorzien van een coach. Waar kan ze naar toe?

Een heftige tijd, zegt Thomsen in retrospectief. „Alsof iemand een mes in mijn rug had gestoken. Ik wilde niet langer coach zijn, zo down was ik na mijn ontslag. Ik bracht mijn dagen door met niets doen en een beetje fitnessen. Na enige weken, toen de primaire emoties waren gezakt, wist ik: nee, geen andere baan, dan zou het over zijn met handbal. Dat wilde ik uiteindelijk toch niet.”

Barstend van ambitie

Eind november 2017, een week voor haar 47ste verjaardag, zit Helle Thomson in de barruimte op het nationale sportcentrum Papendal nabij Arnhem: vrolijk, opgeruimd, scherp, gemotiveerd en barstend van de ambitie. Als bondscoach van Nederland, de nummer twee van Europa, de nummer twee van de wereld, de nummer vier van de Olympische Spelen, in deeltijd met de Roemeense topclub CSM Boekarest, in 2016 nog winnaar van de Champions League. Er is in vijftien maanden veel veranderd. Het WK in Duitsland begint deze zaterdag. Ze heeft er zin in.

In wezen is Thomsen nog steeds niet van de verbazing bekomen. Het laatste wat ze na haar ontslag bij FC Midtjylland had verwacht was een telefoontje uit Nederland, van Sjors Röttger, toenmalig technisch directeur van het handbalverbond. Henk Groener had zijn vertrek aangekondigd en hij zocht een nieuwe bondscoach. Of ze konden praten? Wis en waarachtig wel.

Na een gesprek van amper twee uur had Nederland een Deense bondscoach, die drie maanden later tegen Noorwegen op één luizig doelpunt de Europese titel zou mislopen. De depressies waren verdreven. En Thomsen zette na dat EK een handtekening onder een contract dat haar nog twee jaar aan Nederland bindt.

Op de eerste training waren er zeventien speelsters die zeventien verschillende richtingen opliepen.

In de tussentijd heeft Thomsen zich als clubcoach ook verbonden aan CSM Boekarest en is ze verhuisd naar de Roemeense hoofdstad. Onder voorwaarde van The Netherlands first, maar toch. Kan dat zomaar? Ja, want het handbalverbond geeft haar die ruimte.

Röttger zag in dat Thomsen graag wilde en hij erkende het voordeel dat ze dagelijks met topspeelsters kan trainen en wekelijks op hoog niveau kan coachen. Daar wordt het Nederlands team niet minder van. Eén nadeel: Thomsen moest haar stoomcursus Nederlands bij de nonnen in Vught abrupt afbreken, met als gevolg dat de communicatie met speelsters stroperig blijft verlopen. Want om nu te zeggen dat haar Engels fameus is, niet bepaald.

Hoe het is in Boekarest? Zwaar, zegt Thomsen. „Op de eerste training waren er zeventien speelsters die zeventien verschillende richtingen opliepen. Maak daar maar eens een team van. In mijn vrije tijd heb ik geen minuut rust, doordat ik via televisie en laptop ook nog eens zo veel mogelijk wedstrijden van de Nederlandse internationals wil zien. Mijn leven bestaat in Boekarest louter uit handbal, handbal en nog eens handbal.”

Niet dat Thomsen anders wil. Ze is toch al een monomane coach, mede ingegeven door haar vrijgezellenbestaan. De Deense heeft er alle tijd voor, dat scheelt. „Maar mijn overdosis aandacht voor handbal is niet de reden dat ik geen man heb, hoor. Gewoon, de ware nog niet gevonden”, zegt ze. Om er met een schalkse blik aan toe te voegen: „Als jij een droomman tegenkomt, mag je mijn nummer geven.”

Geen impopulaire maatregelen

Hoewel haar carrière als coach statistisch in één rechte lijn naar boven loopt, wil de ironie dat Thomsen de top aanvankelijk niet nastreefde. Het is haar min of meer overkomen. Zelf spreekt de Deense van een organisch proces. Ze was jarenlang assistent-coach, een rol die haar lag. Verklarend: „Dan hoef je geen impopulaire maatregelen te nemen en na een wedstrijd niet tegenover de media verantwoording af te leggen. Wel zo relaxed.”

Totdat Thomsen na twee weigeringen, uit solidariteit met ontslagen coaches, in 2014 vriendelijk doch zeer dringend verzocht werd wel hoofdcoach van FC Midtjylland te worden. De clubleiding wilde haar, discussie gesloten. Thomsen week deze keer niet, met als resultaat: twee Deense titels, de Deense beker en de Europese EHF Cup. Zo slecht had de clubleiding het dus niet gezien.

De basis van haar succes? Vertrouwen, zegt Thomsen zonder haperen. „Speelsters kunnen me blind vertrouwen. Ik sta altijd achter ze. En eerlijkheid. Ik ben heel direct, zeg wat ik vind, dat is ook mijn karakter. Wie een fout maakt, krijgt dat rechtstreeks te horen. Ik verlang van speelsters ook honderd procent inzet. Zo niet, dan word ik heel boos.”

Oké, we kunnen het oneens blijven, maar ik beslis, en wel schouder aan schouder verder.

„Fouten maken mag, maar verzaken nooit. Ik verlang van de speelsters verder een open houding naar mij toe. Als er problemen zijn, wil ik dat weten, zodat ik daar met de coaching rekening mee kan houden. En als ik voel dat er kwesties worden verzwegen, ga ik er zelf op af: ‘Hé, wat is er aan de hand?’ Ja, mijn open houding leidt natuurlijk tot botsingen. Hoort bij coachen op topniveau. Zonder wrijving geen glans, hè. Oké, we kunnen het oneens blijven, maar ik beslis, en wel schouder aan schouder verder.”

Zie Thomsen coachen, zie hoe ze tijdens wedstrijden als een wandelende stoomketel langs de lijn loopt. Fanatiek? Niet zo’n beetje ook. De aard van het beestje. „Ik háát verliezen”, zegt ze met een zware klemtoon. „Kan er niet tegen. Gelukkig beter dan tien jaar terug, omdat ik als coach heb leren reflecteren. Ik denk tegenwoordig bij verlies eerst: waar heb ik gefaald? Vroeger zou ik de schuld eerst bij een ander hebben gezocht.”

Die dweepzucht zit niet in Thomsens achtergrond. Ze is enig kind van een havenarbeider en een gymlerares uit Frederikshaven, in het noordelijkste puntje van Denemarken. Ze had geen broers of zussen om de schuld op af te schuiven. Ze is vreedzaam opgegroeid, als een meisje dat haar vertier zocht bij de voetbal- en handbalclub. Ze was goed, haalde als handbalster de Deense eredivisie, maar was geen uitblinker. Niet goed genoeg voor de Deense nationale ploeg tenminste. Ze was een dienende speelster, een balveroveraar die betere speelsters kon laten uitblinken. En ze was al jong coach van jeugdteams. Daar ligt de kiem van haar succes als trainer.

Exponent van janteloven

Thomsen is in aard en gedrag een echte Deense, vindt ze. Ze beaamt een typische exponent te zijn van het Deense begrip janteloven, oftewel de wet van Jante, een levenshouding die het best is te omschrijven als: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. In die opvatting past bijvoorbeeld geen arrogantie, extreem gedrag of buitenissige kleding. Het is een vorm van gelijkheid, waarbij de Deen zich prettig voelt. Thomsen: „Om die reden hebben veel Denen het niet zo op de tennisster Caroline Wozniacki. Vanwege haar grote mond wordt ze hooghartig gevonden. Dat is strijdig met janteloven.”

Janteloven past ook heel erg bij een teamsport als handbal, vindt Thomsen. Een kernwaarde van een ploeg is volgens haar respect voor elkaar en voor de tegenstander. Fel: „Ik houd er niet van als iemand roept: ik ben de beste. Respect telt voor mij heel zwaar. In het begin bij FC Midtjylland hadden speelsters wel eens de neiging op een tegenstander neer te kijken. Heb ik onmiddellijk de kop ingedrukt. Als een tegenstander het moet doen met een budget van 100.000 euro tegenover 500.000 euro bij ons, heb je dat te eerbiedigen. Ik zei tegen de speelsters: respecteer dat zij met een lager salaris hetzelfde opbrengen als jullie. Wie kiest voor een teamsport stelt zich in dienst van het team. Wie zichzelf wil kietelen, moet gaan tennissen. Nee, daarom houd ik niet van die typisch Amerikaanse sporthouding van: ik-ben-de-beste. Voor mij gaat ‘wij’ voor ‘ik’.”