Groenlandse walvis vervelt onder water

Illustratie Irene Goede

Aaaah, even lekker krabben. Ietsje meer naar links, ietsje meer naar rechts… heerlijk is dat soms. Als je geen handen hebt, zoals koeien en paarden, dan wrijf je gewoon je lijf ergens tegenaan.

Groenlandse walvissen doen dat ook. ’s Zomers komen ze bij elkaar in warme, ondiepe baaien in Noord-Canada. Daar blijven ze een paar dagen. Ze eten dan niet. Nee, ze besteden al hun tijd aan schuren en krabben. Steeds weer wrijven ze hun grote lijven langs de rotsblokken op de bodem. Ze wentelen op hun zij en op hun rug en weer terug. Ze doen dat om een laagje oude, dode huid kwijt te raken. Grote lappen hangen erbij en vallen eraf.

Canadese wetenschappers ontdekten dat bij toeval. Er was al wel bekend dat Groenlandse walvissen soms in baaien bijeenkomen. Maar wat ze onder water precies doen, kun je vanuit een boot niet goed zien. De Canadezen waren aan het vliegen met een drone, een op afstand bestuurbaar helikoptertje met een camera erin. Ze wilden weten wat de walvissen daar in de baai aan het eten waren. Maar ze bleken dus helemaal niet te eten. Vervellen, daar ging het om.

Alle dieren maken steeds nieuwe huid aan, van binnenuit. Ook jij en ik. De oude, dode huid slijt aan de buitenkant langzaam af. Elke dag dwarrelen er duizenden dode huidcellen als stofjes de lucht in. Alleen als we zijn verbrand in de zon komen er grotere stukken los.

De meeste walvissen vervellen ook geleidelijk. Maar pooldieren niet. Hun huid is altijd zo koud dat er nauwelijks bloed naartoe stroomt. Daardoor vernieuwt de huid maar langzaam. Maar de buitenkant slijt wel. Zeehonden en zeeleeuwen gaan daarom soms een tijdlang op het strand liggen zonnen om in één keer goed te vervellen. Pooldolfijnen zoals beluga’s (‘witte walvissen’) en narwals (de ‘eenhoorns van de zee’) komen daarvoor naar warme baaien en schuren dan lekker over de bodem. Niemand wist of Groenlandse walvissen dat ook doen. Als enige van de grote walvissen wonen zij het hele jaar door in het poolgebied.

Ook zij krijgen dus elk jaar een nieuwe jas. Daar zijn ze vast blij mee. Want op oude walvishuid groeit van alles. Bijvoorbeeld algen en zeepokken. En walvisluizen: kleine kreeftjes die altijd meeliften en walvishuid eten. Elke walvis draagt ruim zevenduizend van die knagertjes met zich mee. Daar zou ik ook jeuk van krijgen.