‘Gemeente, stel een register in voor lobbyisten’

Lobby De Partij voor de Dieren wil dat wethouders en raadsleden noteren door wie zij zich hebben laten beïnvloeden bij besluiten over grote bouwprojecten.

Lijsttrekker Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren wil dat de gemeente Rotterdam een lobbyparagraaf toevoegt aan besluiten over grote bouwprojecten zoals Feyenoord City. Dat schrijft hij in een brief aan het stadsbestuur waarin hij vraagt om duidelijke regels die helderheid moeten scheppen in de beïnvloeding van dit soort besluiten. Feyenoord City is het grootste bouwproject van de gemeente op dit moment.

Het behelst een nieuw voetbalstadion dat begroot is op zo’n 400 miljoen euro en een sporthotel, woontorens en appartementen in de Kuip, een nieuwe brug over de Maas en een nieuwe metrolijn. Bij elkaar hebben de te vergeven opdrachten aan architectenbureaus, bouwbedrijven en adviesbureaus voor deze bouwprojecten een waarde van meer dan een miljard euro.

Op dit moment hanteert de gemeente geen regels voor lobbyisten, zegt Van der Velden. „Raadsleden worden tijdens vergaderingen voortdurend benaderd door mensen van wie niet duidelijk is namens welke opdrachtgever zij daar zijn. Het stadhuis is een openbaar gebouw, iedereen mag komen. Maar ik vind dat als raadsleden met een lobbyist in gesprek gaan, zij moeten vragen wat diens financiële belang is. We moeten altijd kunnen uitleggen door wie en waarom wij ons laten beïnvloeden. Als alle raadsleden en wethouders de namen van deze lobbyisten laten opnemen in een paragraaf die we vastnieten aan het besluit dat de raad over een bepaald project neemt, ben je transparant. Nu is volkomen onduidelijk wie wat beïnvloedt, en of daar iets tegenover staat.”

Van der Velden zegt zelf geregeld benaderd te worden door lobbyisten. „Toen het nog niet duidelijk was wat de toekomst van het Wereldmuseum zou worden, sprak een meneer mij aan tijdens een commissievergadering. Hij wilde met mij praten over een nieuw centrum voor wereldculturen. Ik had er geen idee van wie hij was. Dus toen vroeg ik hem dat. Maar hij wilde daar niet te veel over kwijt. Ook wilde hij geen afspraak maken via het secretariaat. Hij wilde gewoon uitvissen of ik iets met hem wilde regelen. Ik vind dat raar.”

De enige lobbyist die volgens Van der Velden wel trouw zegt wie hij is, is Dianthus Panacho. „Maar dat is dan ook de enige.” Panacho zelf ergert zich groen en geel aan het gebrek aan beleid voor lobbyisten op het stadhuis. „Er is niet eens een ruimte voor mij waar ik kan afspreken met raadsleden. Ik moet op de publieke tribune zitten bij raadsvergaderingen. Dat is niet handig, want dan moet ik buiten om het stadhuis naar de raadszaal lopen om een raadslid te kunnen spreken.” Die tribune is namelijk niet direct met de zaal verbonden.

De pers zit wel in de raadszaal, in bankjes aan de zijkant. „Daar wil ik ook zitten”, zegt Panacho. „Daar tocht het tenminste niet zo erg.”

„Dat vind ik geen goed idee”, zegt van der Velden. „Hoe weet ik dan wie journalist is, en wie lobbyist?”

In zijn vragen aan het stadsbestuur gaat Van der Velden ook in op lobbyisten die lid zijn van een politieke partij en raadsleden van diezelfde partij op die manier beïnvloeden. „Je kan wel zeggen dat zo’n lidmaatschap privé is. Maar stel dat je als raadslid steeds met hetzelfde lid over hetzelfde onderwerp praat en je neemt diens suggesties over: dan moet je deze persoon ook vragen om door te geven wat zijn financiële belang is bij dat specifieke project en dat óók registreren.”

Als het plan slaagt, is Rotterdam de eerste gemeente met een lobbyparagraaf. „Zo’n initiatief heeft geen enkele gemeente nog genomen”, aldus een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.