‘Geen uitje, maar een echt kunstfestival’

Lennart Booij Artistiek directeur Amsterdam Light Festival

Na vijf jaar kreeg het Amsterdam Light Festival een nieuwe leiding. Lennart Booij vertelt wat er anders is aan de zesde editie, die donderdag van start ging.

Squared Time, Hanna Betsema Janus van der Eijnden/Amsterdam Light festival

Een aderlating leek het, toen de creatieve grondlegger van het Amsterdam Light Festival Rogier van der Heide vorig jaar na vijf jaar vertrok. Maar met Lennart Booij, die tot deze maand een jaartje conservator was bij het Stedelijk Museum en promoveerde op lichtkunst, zou het festival in goede handen zijn. Frédérique ter Brugge verving Raymond Borsboom als zakelijk directeur.

De zesde editie van het lichtkunstfestival ging donderdag van start en omvat zowel een vaarroute als kunstwerken die te voet te bezichtigen zijn. NRC sprak met de nieuwe artistiek directeur.

Ter Brugge sprak dit jaar van ‘een aangescherpte artistieke koers’. Wat houdt die in?

Lennart Booij: „Ik wil dat het meer een kunstfestival wordt, niet alleen een gezellig uitje in de winter. Om te beginnen met een helderder thema. Vorig jaren miste weleens een geheel. Ook hebben we de wandelroute vervangen door een landexpositie van 15 kunstwerken rond het Marineterrein, als een soort openluchtmuseum. Of openlichtmuseum, zoals ik het noem.” Het thema is dit jaar existential: licht als basis. „We bestaan toch bij gratie van de zon, daar gaan we makkelijk aan voorbij. Het stelt ook vragen over onze positie en afhankelijkheid als mens op de wereld. Ik hoop dat dat grotere verhaal overkomt.”

Hoe zien we dat thema terug in de kunstwerken?

Origin van Venividimultiplex maakt duidelijk dat het leven allemaal afhankelijk is geweest van de oerknal; de eerste lichtexplosie waaruit planeten en sterren zijn ontstaan. Jarrik Ouburg heeft een witte achterwand achter een straatlantaarn gezet, waardoor het ineens een museumobject wordt. Je fietst er dagelijks voorbij, maar nu besef je dat die lantaarn, bedacht door Jan van der Heyden in de 17de eeuw, het mogelijk maakt om economisch verkeer te hebben. Dat het iedereen veilig thuisbrengt.”

Wat brengt u het festival, als nieuw artistiek leider?

„Ik voeg meer historische context toe.” Als kunsthistoricus promoveerde Booij op het werk van de Franse kunstenaar René Lalique. „Hij verlichtte in 1925 in Parijs al een 40 meter hoge fontein van binnenuit. Op diezelfde tentoonstelling werd de Eiffeltoren verlicht.” Lichtkunst ontwikkelt zich al bijna 100 jaar, wil hij maar zeggen.

Uw voorganger Rogier van der Heide wilde meer ‘artistieke impact’.

„Ik hoef geen indrukwekkende line-up. Niet ‘meer meer meer’. Natuurlijk is het fijn om te zeggen dat Ai Weiwei meedo

We bestaan toch bij gratie van de zon, daar gaan we makkelijk aan voorbij

et, maar ik wil werken die iets met mensen dóén. Dat zij er letterlijk en figuurlijk door verlicht worden.”

Hij wilde van het festival ook meer een platform maken voor wetenschap en technologie.

„We willen een kennisnetwerk verder ontwikkelen. Op jaarbasis gaan we met designers en ontwikkelaars om de tafel zitten om diepgaander over lichtkunst te praten. Ook willen we meer samenwerkingen, zoals het LUCI-festival, waar gemeentes zich buigen over de rol van verlichting in de openbare ruimte: hoe maak je licht veilig én mooi? Daar zaten wij ook bij en dat smaakte naar meer. We willen de innovatie en de makerskant meer bij elkaar brengen.”

Het verwachte aantal bezoekers gaat naar 1 miljoen, het aantal inzendingen steeg van 500 naar 800. Is dat allemaal wel behapbaar?

„Al zouden er 6.000 inzendingen zijn – ik hoop het niet – dan moeten we toch selecteren naar zo’n 125 werken, die dan worden beoordeeld door een internationale jury. Uiteindelijk blijven steeds 35 kunstenaars over, die technische begeleiding krijgen. Dat verandert niet.” Ook het besloten Marineterrein geeft geen logistieke problemen, denkt Booij: „Het overgrote deel van de bezoekers doet de vaarroute. De wandelroute werd door zo’n 150.000 bezoekers gelopen vorig jaar. De Uitmarkt [450.000 bezoekers, red.] stond ook op het Marineterrein en dat ging ook goed.”

Maar bezoekersspreiding staat wel degelijk op de agenda. „We overleggen met rederijen en fietsverhuurders of we niet ook op andere plekken dan in de binnenstad kunstwerken kunnen laten zien. Zo ontlasten we het centrum en betrekken we andere stadsdelen. De kern van het festival blijft altijd de relatie met de grachten, maar het zou goed kunnen dat volgend jaar een deel van de sculpturen op andere plekken zichtbaar is.”

Amsterdam Light Festival, Amsterdam-Centrum, t/m 21 januari 2018. De kunstwerken van de vaarexpositie zijn verlicht 17.00 - 23.00 uur; die van de landexpositie (Marineterrein) 17.00 - 22.00 uur. www.amsterdamlightfestival.nl