Recensie

De show is geweldig, en lekker stil

De nieuwe Audi A8 kan zelf inparkeren. En nog meer gekke dingen, zoals fietsers spotten, aldus .

Dit is een diesel. Als ik het niet geweten had, had ik het nooit geraden – zo stil. Maar alle motorvarianten van de Audi A8 klinken hetzelfde: niet. Boeiend. Waarom biedt Audi diesel- en benzineversies met zes en acht cilinders plus een twaalfcilinder aan, als ze voor het oor ex aequo aan de hoogste maatstaven voldoen? Eén motor was genoeg geweest. De A8-executive rijdt niet eens zelf. Hij heeft een chauffeur. Wat zouden hem 100 pk meer of minder uitmaken?

Blijkbaar moet er iets te kiezen zijn. Ook vrijheid is luxe, die in alle A8’s overigens dezelfde serene, volvette gedaante aanneemt. Je zou hem in ‘mambazwart’, ‘nachtblauw’ of ‘teakbruin metallic’ kunnen nemen. Je zou voor 9.100 euro een surround system met 3D-geluid van Bang & Olufsen kunnen bijbestellen, of een ‘baikalblauw stuurwiel met jetgrijze stiksels’. En ook die keuzes voegen weinig toe. Al steek je er voor een halve ton aan opties in, de auto wordt als reiswagen niet comfortabeler dan het basismodel dat met zijn 286 pk turbodiesel of 340 pk benzine-V6 al zo uitputtend indrukwekkend is.

Star Trek-futurisme

De stoelen zijn geweldig, het veercomfort is geweldig, de show is geweldig: drie lellen van displays, waaronder twee touchscreens vol iconen die bij aanraking als echte schakelaars een voelbaar klikje geven. Voor dit Star Trek-futurisme sneuvelde de draai- en klikknop die voorheen bij Audi als controller van het multimediasysteem fungeerde. Hij werkte fijner dan dat aanraakdoolhof, maar de A8 moest en zou de meest geavanceerde auto in zijn klasse worden. Daarom ben ik toch maar afgereisd naar de introductie in Spanje, waar Audi op een testparcours zijn toverkunsten in het genre don’t try this at home vertoont.

Bijvoorbeeld Pre Sense Side. Ziet het radarsysteem van de A8 een zijdelingse botsing dreigen, dan schiet hij aan de inslagkant net voor de klap acht centimeter omhoog, zodat hij lager in de flank dicht bij de dorpels wordt getroffen, waar hij op zijn sterkst is. Via een rail vuurt Audi een pallet dozen op de auto af. En verdomd: een milliseconde voor de inslag, opgevangen door een hekje naast de auto, veert de rechterkant op als een springveer. Kicken!

Wat als bij het uitstappen net een fietser nadert die jij niet ziet maar de A8 met al zijn camera’s, radars en sensoren wél? Dan vergrendelt hij kort je portier tot het gevaar is geweken.

Hij kan inparkeren op afstand. Men stapt uit, grijpt zijn smartphone met de Audi-app, drukt op een knop en laat de zelfsturende Audi het parkeervak opzoeken. Dat doet hij perfect.

Zijn belangrijkste troef, autonoom rijden op Level 3, kunnen we door de gefaseerde implementatie van de software nog niet uitproberen. De claim dat hij op snelwegen tot 60 kilometer per uur zelfstandig kan remmen, optrekken en sturen is voorlopig scoren op krediet.

En dat allemaal met één doel: de leiderstrui. Van oudsher is in dit walhalla van de Duitse reuzen één merk leidend en dat is Mercedes met de S-klasse. BMW en Audi kunnen met de 7-serie en A8 excelleren wat ze willen, de S stelt de norm – met de intussen verwaarloosbaar geringe voorsprong die de concurrenten bestrijden met kolossale investeringen in nóg coolere hightech. Het grootkapitaal op de achterbank krijgt er niets van mee. Summa cum laude rijden de rivalen alle drie. Enfin, waar staat Audi nu?

Ter vergelijking jaag ik een net gefacelifte S-klasse met drie passagiers aan boord onbehouwen hard en onvoorstelbaar stabiel over een paar rotondes. Geen fabrikant doet dit beter. Toch komt de A8 met zijn vierwielaandrijving en meesturende achterwielen voor het eerst in de buurt van die ongenaakbaar strakke wendbaarheid. Maar hoe dicht hij ook op de S-klasse zit, hij verslaat hem niet, en zijn technische voorsprong is van tijdelijke aard. Mercedes zal terugslaan. Met autonoom rijden Level 4, ballistische raketten of een schietstoel.

Wild guess: de gadgetmoede Audi-klant zal voor de Benz bedanken. Die denkt: dat heeft mijn volgende A8 allemaal ook. Hij kent het spel dat ondernemen heet: innoverend aanvallen, plagiërend verdedigen. Tot het niks meer uitmaakt of er Apple of Samsung, Mercedes of Audi op het etiket staat. En zo ver zijn we.

Terwijl zijn chauffeur de Audi die hem op termijn zijn baan zal kosten, even zelf laat sturen – „kijk baas, Level 3!” – laat mijnheer achterin de verwarmde armleuning zijn beurse tennisarm bestralen. Ooit uitgevonden door Mercedes-Benz. Hem laat het koud wie het verzon. Hij wil naar huis. In stilte.

    • Bas van Putten