De Gewone Man, dat is iemand uit de achterban

De gewone man

Steeds meer politieke partijen gaan op zoek naar ‘gewone Nederlanders’. Klaver trekt langs kantines, de SP neemt hen mee naar het theater. Wie erbij hoort en wie niet, blijft vaag.

Politieke partijen zijn naar hem op zoek: de gewone man. Foto’s Peter de Krom

De loodgieter, de buschauffeur, de schoonmaker, maar net zo goed de politieman, de verpleegkundige of administratief medewerker – aan het Binnenhof is zo’n beetje iedere partij druk met ze. Wat zijn hun zorgen? Hoe zien zij de wereld, Europa, Nederland? En wat kunnen politici doen om die ‘gewone Nederlanders’ bescherming en zekerheid te bieden?

GroenLinks-leider Jesse Klaver gaat op ‘kantinetour’ langs fabrieken en bouwplaatsen en wil het vaker gaan hebben over werk en inkomen. Deze zondag neemt de SP veertienhonderd mensen mee naar het theater die daar, volgens de partij zelf, normaal gesproken niet komen. De SGP hield vorige week een congres over de ‘boze’ gewone man en ‘het Bijbels beginsel’, over ‘verontwaardiging versus verantwoordelijkheid’.

En wat kun je jezelf als VVD nog méér toewensen dan oud-staatssecretaris Fred Teeven die bij Connexxion aan de slag gaat als buschauffeur – en dus zelf, al is het parttime, de Gewone Man wordt?

Maar wie is die gewone man?

In zijn werkkamer in de Tweede Kamer noemt CDA-leider Sybrand Buma de zorgen van ‘gewone’ mensen „de grote vraag van deze tijd”. Het zijn volgens hem „nieuwe en oude Nederlanders”, ze passen niet in één groep. Maar toch: „De gewone man wil een goede toekomst voor zijn kinderen, op een goede manier samenleven en hij heeft moeite met grensoverschrijdende werelden. Ik heb het over de middenklasse en daaronder. Mensen die gewoon hun werk doen, maar een gevoel van verlatenheid hebben. Wie doet er iets voor hen?”

Het zijn de mensen, zegt hij ook, die samen een „grote beweging” vormen en beslissend zijn voor „de koers van de democratie”. Kijk naar Trump. „De Amerikaan die achterblijft heeft hem gekozen en Trump bepaalt nu de wereldpolitiek. Het waren de oudere, gewone Britten die voor de Brexit kozen, die ook effect heeft op ons.”

Geen politieke partij kan daar volgens Buma nog omheen. „En niet zo: politieke partij zoekt kiezers en waar zaten die ook alweer? Het gaat erom: burgers zoeken zekerheid, kunnen wij daar een antwoord op geven? Zo nee, dan hebben we met zijn allen een groot probleem.”

In Den Haag krijgt Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), steeds vaker de vraag: ‘Waar komt het onbehagen vandaan?’ Zijn boodschap aan politici gaat over de grote, bezorgde ‘middengroep’ die denkt: nu hebben we het goed, maar blijft dat zo? Over mensen die onzeker werk hebben en bang zijn voor de toekomst – het SCP noemt hen onzeker, maar soms ook „boos” of „afgehaakt en onverschillig”. En over migranten die zich achtergesteld voelen: krijg ik een echte kans, ook als ik mijn best doe?

Uit SCP-onderzoek blijken die zorgen en het ongenoegen al jaren. „Nu is het geland”, zegt Putters. Hij wordt steeds vaker uitgenodigd bij fracties in de Tweede Kamer om zijn verhaal te vertellen. Een paar weken geleden was hij bij de VVD, komende zondag spreekt hij bij de SP in het theater, in januari gaat hij naar Denk. Hij zat een paar keer aan tafel bij de formatie.

„Wie de gewone man is? Lastig”, zegt Putters. „Elke partij verbindt die persoon aan zijn eigen achterban. De meeste partijen bedoelen: gezinnen met een middeninkomen en schoolgaande kinderen. Linkse partijen denken ook vaak aan de kwetsbaren.”

Jan met de Pet

Wie er meestal níet bij horen: hoogopgeleiden met een goed inkomen die optimistisch in het leven staan. Zoals de meeste politici zelf. „De gewone Nederlander”, zegt SGP-leider Kees van der Staaij, „is iedereen die níet over de definitie daarvan nadenkt.”

Hoe vager je het als politicus houdt, hoe meer mensen je misschien aanspreekt. De meeste Nederlanders voelen zich er ook door aangesproken, zegt Kim Putters. „Zelfs de bovenlaag noemt zich ‘gewoon’, al weten ze dat ze het bovengemiddeld goed hebben. De gewone man is overigens ook een vrouw.”

SP-voorzitter Ron Meyer zegt: „De gewone man hoort bij ons.” Wie het precies is? „Mensen die hard moeten werken om hun gezin te onderhouden en die geen gouden bergen willen. Jan met de Pet. Van de lasser tot de loodgieter, de leraar op de middelbare school en de thuiszorger.”

De PVV kwam in 2010 al met ‘Henk en Ingrid’. Die partij vindt ook: de gewone man is van ons. Tweede Kamerlid Dion Graus beschrijft hem zo: „Hardwerkende Nederlanders zoals politiemensen, postbodes, de marktkoopman. Die nooit wat krijgt, wordt benadeeld, achtergesteld ten opzichte van nieuwkomers. Miljoenen mensen zijn gewone Nederlander.”

Toch zijn de SP en de PVV ook niet zeker van de steun van ‘gewone Nederlanders’. De PVV lijkt nu kiezers te verliezen, bij de SP kun je horen dat ze de afgelopen jaren laagopgeleide, witte kiezers van zich hebben vervreemd door in de Tweede Kamer vooral nadruk te leggen op humane vluchtelingenopvang. En minder op de zorgen over buurten die veranderen.

Over de ongewone Nederlander hoor je op het Binnenhof bijna niemand. Welke politicus zegt graag voor wie hij er níet is?

Op de vraag of de gewone Nederlander wit is, zegt PVV’er Dion Graus: „Dat hoeft niet zolang hij zich aan de Nederlandse normen en waarden houdt.” Kan hij moslim zijn? Graus: „Ik heb een moslimmaatje, hij is volledig geïntegreerd binnen onze normen en waarden en werkt keihard.” En Tweede Kamerlid Selçuk Öztürk van Denk: „Alle burgers van Nederland zijn voor ons gewone mensen.” Dat zijn partij er vooral is voor Turkse en Marokkaanse Nederlanders is volgens hem niet waar. Of in elk geval niet de bedoeling. „We zijn onszelf stap voor stap aan het verbreden.”

Het jagen op de Gewone Man is volgens PvdA-leider Lodewijk Asscher ook een reactie op het populisme. „Geen partij heeft nog een vanzelfsprekende aanhang.”

Lachen om het Wilhelmus

Partijstrategen weten dat de tijd voorbij is dat je kon denken: die groep is rijk (of arm, of allochtoon) en stemt dus wel op ons. En zo is de zoektocht naar ‘gewone’ mensen net zo goed een zoektocht naar kiezers. Middenpartijen worden kleiner, kleinere partijen denken: wij kunnen ook een middenpartij worden als we er een nieuwe groep bij weten te halen – zoals Klaver nu probeert met zijn kantinetour.

Er wordt nu, zegt Asscher, van GroenLinks tot de VVD geprobeerd om „een taal” te vinden die gewone mensen aanspreekt. „Ik probeer zelf vooral te luisteren. Je moet kiezers serieus nemen.”

De Haagse politiek is een „technocratische wereld”, zegt SGP-leider Kees van der Staaij, die mensen „afstoot”. „Wij hebben het hier over de ggz en het hoofdlijnenakkoord. De gewone man ziet dat hij geen plekje vindt voor zijn dochter met psychische problemen en dat er voor de asielzoeker van alles geregeld wordt.”

Om het „perspectief van de gewone burger” niet uit het oog te verliezen had de SGP jarenlang een ‘focusgroep’ met onder anderen een verpleegkundige, een politieman, een juf. Ze maakten geen deel uit van de „diplomacultuur” die volgens Van der Staaij heerst in Den Haag. „Het zijn de hoger opgeleiden en grote bedrijven die profiteren van de globalisering. De rest van de mensen voelt zich daarin juist minder thuis.”

Wat opvalt in de gesprekken over de Gewone Man en Den Haag: politici kunnen goed vertellen waarom ándere partijen die gewone Nederlanders niet aanspreken of waarom hun ideeën niet werken. Er wordt nog steeds lacherig gedaan over het Wilhelmus dat volgens Buma weer staand moet worden gezongen op school, alsof je daarmee de economische onzekerheid van mensen wegneemt. Denkt Jesse Klaver echt, vragen zijn concurrenten zich af, dat een buschauffeur erop zit te wachten om te worden genoemd in zo’n GroenLinks-plan?

Ron Meyer van de SP zegt: „Wij staan altijd al in kantines, wij hoeven er niet naartoe.” En gaat Klaver dáár uitleggen dat toiletten genderneutraal moeten zijn? Meyer wenst hem „veel succes”.

De SP doet het andersom. Volgens Meyer moeten „de leiders van het land geactiveerd worden”, hij wil dat er een „verantwoordelijke elite komt”. En dus zitten ze deze zondag bij elkaar in het Chassé Theater in Breda: SP-achterban en activisten in de zaal en op het podium schrijvers, theatermakers, denkers. Dit is het begin, de SP wil een theatertour.

Sybrand Buma begint over beloftes van populisten: „Voel je je ontheemd? Dan doen we morgen alle grenzen dicht. Vind je jezelf arm? Dan doen we de uitkeringen omhoog. Als je dat combineert, haal je veel stemmen. Dat gebeurt ook wel, maar we weten ten diepste dat dat geen oplossing is. Kijk naar de Brexit, dat is in feite grenzen dicht. En als dat gebeurt, stort het land bijna in.”

Alle partijen zitten ermee: je kunt wel de ‘gewone man’ willen aanspreken om bevolkingsgroepen bij elkaar te brengen, maar voordat je het weet zit je midden in debatten die Nederland hevig verdelen – Europa, migratie, Zwarte Piet.

Begrip voor Douwes

In de Tweede Kamer, net nadat Rutte III met het regeerakkoord was gekomen, zei Mark Rutte dat het kabinet er was voor de gewone Nederlanders: „Maar voor de duidelijkheid, het maakt niet uit waar je wortels liggen, waar je woont, wat je gelooft of hoe je in het leven staat.” Maar als zijn commentaar wordt gevraagd op de bus met anti-Zwarte Piet-demonstranten op weg naar de intocht van Sinterklaas in Dokkum en onderneemster Jenny Douwes die niet wilde dat ze kwamen? Dan toont hij meer begrip voor Douwes.

Sybrand Buma wil dat Nederlanders zich weer een ‘gemeenschap’ voelen en daar hoort volgens hem het volkslied bij en bijvoorbeeld een maatschappelijke dienstplicht. „Wat delen Nederlanders nog met elkaar, ongeacht hun inkomen of kleur? Steeds minder.” Zijn boodschap: „Doe mee, kom in de club.”

Maar mag je in de club komen als je Zwarte Piet niet oké vindt? „Tuurlijk. Maar voor de Dokkumers voelde die bus met demonstranten tegen Zwarte Piet als een indringer. Al twee jaar waren ze op televisie doodgekogeld met het idee dat ze racistisch zijn omdat hun Piet zwart is. Het gevoelen van iemand als Jenny Douwes is het gevoelen van de gewone Nederlander.”

D66 zul je niet zo snel horen over de gewone man. „Daar zit een ondertoon in dat allerlei mensen er niet bijhoren”, zegt Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma, D66-campagneleider voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Toch wil ook die partij graag „de zorgen, wensen en dromen” serieus nemen van de mensen die misschien wel nooit hun kiezers worden, zegt Sjoerdsma.

D66 nodigde afgelopen voorjaar in de Tweede Kamer zo’n veertig PVV-stemmers uit, de partij probeert ook zoveel mogelijk boze e-mails te beantwoorden. Wat D66 ermee te winnen heeft? „Het geloof dat politiek er is voor alle Nederlanders. Als we het niet doen, verdwalen we in onze eigen echokamer.” En, eerlijk is eerlijk, zulke gebaren naar ‘gewone Nederlanders’ vinden D66-kiezers fijn.