Column

Bij ons in Blijdorp

Vanuit Blijdorp lopen, fietsen of toeteren wij in minder dan een minuut of tien naar het centrum van Rotterdam. Desondanks gaat het grotestadsleven vrijwel aan ons wijkje voorbij. Het ruigste wat wij hier in twintig jaar hebben meegemaakt, was op klaarlichte dag de liquidatie van de eigenaar van een obscure bar op het Bentinckplein. En op een rotsvaste tweede plek: de enorme boom die ooit tegenover ons portiek omwaaide en – potverdimme nog an toe! – de auto van de buurman plette alsof het een limonadeblikje betrof.

Voor de rest is alles hier al bij het oude sinds, op z’n minst, driekwart eeuw. Ik kocht deze week een nostalgisch boekje over Blijdorp en moest er snel een borrel bij pakken nadat ik daarin op een foto van mijn eigen straat uit 1941 ontdekte. Midden in de oorlog dus. Maar om meerdere redenen had dat kiekje ook net zo goed gisteren kunnen zijn gemaakt. Niks veranderd. Mijn straat zag er net zo opgeruimd, stil en dorps uit als hij er nu nog bij ligt. Nogal een shock. De gezapigheid! Ik had bijna tegen mijn man gezegd dat ik ‘even op de hoek een pakje sigaretten’ ging halen, om vervolgens nooit meer naar mijn straat terug te keren. Maar hij weet dus óók dat er in Blijdorp ’s avonds helemaal geen winkels meer zijn waar je na zo’n smoes terecht kunt. Bovendien rook ik niet eens.

Enfin, zul je net zien, in diezelfde week overkwam het me nota bene twee keer dat ik tóch met een opgewonden, waargebeurd Blijdorps verhaal thuiskwam. Op plaats nummer 4 van spectaculaire gebeurtenissen in mijn buurt sinds die neergestorte populier: het tafereel voor de Albert Heijn. Een meneer met een lange, houten stok met een ijzeren haak aan het eind daarvan posteert zich voor de container van het Leger des Heils. Te midden van verbouwereerde omstanders kleedt hij zich eerst uit tot op zijn onderbroek. Werkt zijn haak en stok die container handig naar binnen. Vist er op z’n dooie gemak een complete wintercollectie aan broeken, jassen, truien en schoenen uit. En neemt er dan ook nog eens uitgebreid de tijd voor om te bekijken of het allemaal wel past (en staat?).

Een dag later, écht, een soortgelijk verhaal. Plek nummer 3. Ook weer voor de super zie ik hoe een forse man een ander, veel dunner kereltje letterlijk door de gleuf van een container propt. Ditmaal is het zo’n bak waarin je plastic dumpt. Ik hoor een hoop gerommel op de bodem ervan. Zie hoe de dunne met tussenpozen een petfles uit de klep gooit, waarna de dikke de buit in een grote tas aanstampt. Mijn aanbod om als goede Blijdorpse mens iets voor ze te kunnen betekenen, wordt afgewimpeld. De sociale dienst is ze weliswaar al twee jaar „vergeten”, maar met het statiegeld van die petflessen redden ze zich wel. „Maakt u zich niet ongerust mevrouw, van de opbrengst kunnen we dan weer een biertje of een boterham kopen.”

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.