Bevroren in de tijd

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen.

In de marge vind je de ‘voorbijgangers’. Wim Pijbes laat u elke maand stilstaan bij zo’n stille schat.

Vandaag:

alsof iedereen even de adem inhoudt

Foto Merlijn Doomernik

In deze feestmaand gaan we, vaker dan in de rest van het jaar, gezamenlijk aan tafel. Hier zien we de Utrechtse familie Van Bochoven, geschilderd door de twintigjarige Andries van Bochoven. Vanaf het achterplan overziet hij het geheel. Alsof hij zojuist de laatste streek heeft gezet en nog even wacht het penseel neer te leggen om zelf ook aan te schuiven aan de dis. Het schilderij dateert uit 1629 en de namen en geboortedata van alle geportretteerden staan nauwgezet vermeld in de cartouche in de rechterbovenhoek. Met deze kennis staat ineens het weten het kijken in de weg.

Met de personalia en de informatie die ons is overgeleverd uit de archieven verandert dit schilderij namelijk plotseling van een vroom en voorbeeldig familieportret in een morbide memento mori. Uit archiefonderzoek weten we dat op twee na, alle afgebeelde personen vroeg zouden overlijden. Andries’ stiefmoeder en broer Herman overleden een jaar nadat het schilderij werd voltooid. En de schilder zelf overleed al op vijfentwintigjarige leeftijd, tijdens de pestepidemie in 1634. Hij heeft nog net op tijd de gezichten van al zijn naasten gedetailleerd en liefdevol geschilderd. Met de kennis van nu lijkt ieders pose een kwetsbaar moment, frozen in time. Alsof eenieder even de adem inhoudt, nog onwetend van wat komen zal. De onverbiddelijke realiteit is dat ze spoedig in de sterfteregisters zullen worden bijgeschreven.

Andries van Bochoven komen we in geen ander museum tegen dan hier in Utrecht. Van deze jong gestorven meester is vrijwel niets overgebleven en mede daarom is dit familietafereel met zelfportret extra aandoenlijk. Omdat ieder familielid niet elkaar, maar de toeschouwer rechtstreeks aankijkt, schiet je oog voortdurend van links naar rechts over het schilderij. Opvallend is dat de tafel veel te klein is om iedereen een plaats te bieden, bovendien klopt er qua perspectief weinig van.

Het liefste gezichtje is van het meisje met de godvruchtig gevouwen handen. Ze kijkt schielijk achterom, nog net voordat ze met de maaltijd zal beginnen. Zij heet Mechtild. Oud is ze niet geworden. Op vierentwintig jarige leeftijd overleed ze, in 1646, een jaar na haar huwelijk.

Onwetend van hun lot gebruiken zij de maaltijd, in afwachting van de dingen die gaan komen. En wat aten zij? We zien gevogelte, waarschijnlijk met ‘partoeffels’ ofwel truffels. Met onder de aardewerken stolp warme gerechten, en we noteren een zoutvat, wijnglas, brood en kaas.