Beloften zorgen voor scheuren in de voetbalpiramide

Beloftenteams

Het Nederlands voetbal worstelt met de positie van de beloftenteams. Een eerste divisie met de talenten van Jong Ajax en Jong PSV leek de oplossing. Of is het competitievervalsing? „Hoezo is dit goed voor het Nederlands voetbal?”

Het tweede elftal van Feyenoord speelt op maandagmiddag in een competitie die amper serieus te nemen is. Foto’s Robin Utrecht

De advocaat van de duivel is altijd welkom in zijn kantoor. „Ik hoop zelfs dat er iemand is die over drie jaar zegt: je had ongelijk”, zegt Martin van Geel. „Maar tot die tijd verzet ik me ertegen. En ik geloof dat de teneur nu mijn kant opschuift.”

De strijd die de technisch directeur van Feyenoord voert is onderdeel van een van de meest complexe dossiers in het Nederlandse voetbal. Een systeem dat clubs verenigde én tegelijk verdeelde. Drie jaar na de introductie woedt er nog altijd discussie over een van de grootste veranderingen in het Nederlandse voetballandschap: de voetbalpiramide.

Enerzijds zijn er de coaches en bestuurders die heilig geloven in een model zonder scheiding tussen amateurs, profs en tweede elftallen. Zij menen dat de ontwikkeling van talent wordt bespoedigd door de beloften van clubs als Ajax en PSV te laten meedraaien in de eerste en tweede divisie. Hoe meer weerstand hoe beter dat is voor het Nederlandse voetbal. Aldus de KNVB.

Een nobel streven, erkennen tegenstanders. Maar mannen als Van Geel blijven het herhalen: profs en amateurs zijn onverenigbaar. Business versus liefhebberij. Wat hebben clubs in de eerste divisie eraan om tegen beloftenteams te voetballen? En is het geen competitievervalsing als Jong Ajax en Jong PSV op maandag met een team vol reserves van het eerste elftal kunnen aantreden?

De piramide wankelt. Degradatie uit de Jupiler League was een reden om dit model te introduceren, maar de KNVB besloot in oktober dat er dit jaar geen promotie en degradatie plaatsvindt, omdat amateurclubs niet willen promoveren. Alsof je tijdens een wedstrijd de doelpalen verzet.

Gevolg van alle weerstand is dat het model opnieuw zal worden hervormd. „Alle opties liggen weer open”, zei Jan Dirk van der Zee, directeur amateurvoetbal bij de KNVB, vorige week in het AD. „Misschien is de conclusie wel: we sluiten de boel ouderwets weer af.”

Reservespelers uit het eerste elftal

Nou, graag, zegt Van Geel. Zo’n tussentijds besluit over promotie en degradatie sterkt hem in zijn opvatting dat de piramide niet deugt. Hij zegt al jaren dat top- en breedtesport te verschillend zijn en vindt dat beloftenteams niet thuishoren in de eerste divisie. Die bestaan deels uit reservespelers van het eerste elftal en vormen volgens hem oneerlijke concurrentie. Voor de andere clubs.

Feyenoord legde in 2014 de kans om zijn tweede elftal te laten instromen in de eerste divisie, net als Ajax, PSV en FC Twente, naast zich neer. Onder meer vanwege de hoge kosten. „Naar schatting een miljoen euro. In plaats van veertig contractspelers hebben we er dan vijftig nodig, plus technische staf”, aldus Van Geel. „Ik investeerde liever in het eerste elftal.”

Naast ruimtegebrek op jeugdcomplex Varkenoord, het tweede argument, was er nog een derde nadeel. Van Geel: „Je nummers twaalf tot en met achttien spelen in de Jupiler League op vrijdag niet omdat ze in het weekend fit op de bank bij het eerste moeten zitten. Daarom zeg ik nog steeds: creëer een zo sterk mogelijke beloftencompetitie op de maandagavond.”

Zijn besluit kent één groot nadeel. Er zijn inmiddels zoveel andere clubs wél de piramide ingestroomd dat de reserves van Feyenoord momenteel in een competitie spelen die nauwelijks serieus te nemen is. Negen tweede elftallen, waarvan zeven van eredivisieclubs, spelen één tot twee duels per maand op maandagmiddag twee uur. Inspirerend? Niet echt.

Veredeld oefenduel

Dat blijkt ook deze maandagmiddag, als de reserves van Feyenoord hun eerste wedstrijd in twee maanden tijd spelen. Wegens veel regenval is uitgeweken naar het kunstgras van Barendrecht, waar zo’n tweehonderd man zien hoe spelers als Michiel Kramer, Kenneth Vermeer en Bilal Basacikoglu een veredeld oefenduel spelen op een amateurcomplex waar het scorebord uitstaat en kale bomen de wind vrij spel geven. Kramer maakt er zijn eerste doelpunt sinds eind oktober, vist zonder te juichen de bal uit het net. Als een spits met corvee.

Van Geel weet dat dit geen ideale competitie is om serieus wedstrijdritme op te doen. Met een cyclus van soms maar één duel per maand hebben geblesseerde spelers amper gelegenheid om hun vorm te hervinden. Er moet iets veranderen, erkent de directeur. Maar wat?

Eerst naar Alkmaar, een club die de piramide wél heeft omarmd, en daar op maandagavond ook blijk van geeft wanneer Jong AZ het in de Jupiler League opneemt tegen FC Volendam. Speciaal voor de gelegenheid wordt niet op het jeugdcomplex gespeeld maar in het AFAS Stadion, waar op de hoofdtribune een mengelmoes van Noord-Hollandse accenten weerklinkt onder de vijftienhonderd toeschouwers die op deze regioderby zijn afgekomen.

Dit is de ambiance waarin AZ zijn talenten wil laten rijpen. De eerste divisie als essentieel intermezzo tussen jeugdvoetbal en het echte werk. AZ stroomde vorig seizoen de tweede divisie in en werd met afstand kampioen, waardoor het nu acteert op een podium met meer tv-camera’s, vollere stadions en grotere belangen. Zie maar eens te winnen bij De Graafschap of Den Bosch. Een harde leerschool.

„Tactisch, technisch en fysiek is het voor onze jongens heel goed om in deze competitie te spelen”, zegt AZ-trainer Martin Haar. „Ze kunnen vooral wennen aan de één-tegen-één-duels. Dat heb je in deze competitie meer dan onderling bij de beloften. Wij zijn er erg blij mee, de andere clubs volgens mij iets minder.”

Ja, hoe zit dat andersom? Hoe is het voor Volendam om tegen beloften te spelen? „Een extra motivatie om te willen winnen”, zegt voorzitter Henk Kras. Johan Steur, al sinds 1999 assistent-trainer aan het IJsselmeer, haalt zijn schouders op. „Ze zeggen dat die clubs weinig toeschouwers trekken, maar bij ons zit ook niet meer dan vijftienhonderd man. Je moet dat niet overdrijven.”

Steur stipt wel iets anders aan: de mogelijkheid van AZ om pakweg zes andere spelers op te stellen ten opzichte van de vorige speelronde, vier dagen eerder. Zowel Jong AZ als FC Volendam speelde die dag een wedstrijd, maar Jong AZ kan maandag de reservespelers van de hoofdmacht laten voetballen, Volendam niet.

Effect heeft de aanwezigheid van spelers als Fred Friday, Dabney dos Santos, Jeremy Helmer en Mats Seuntjes niet. AZ speelt zo zwak dat trainer Haar naderhand briesend voor de camera staat. „Ze moeten de pollen uit het veld lopen om bij het eerste elftal een basisplaats af te dwingen”, zegt hij na het 2-0 verlies. Volendam-assistent Steur: „Soms kun je juist beter tegen jonge ventjes spelen, die reservespelers hebben vaak niet zoveel zin.”

De wisselende samenstelling van beloftenteams blijft het grootste punt van kritiek onder de andere clubs. Zij vinden het competitievervalsing dat ze op maandag een pittiger Jong Ajax treffen dan op vrijdag. Op vrijdag zal Ajax-hoofdtrainer Marcel Keizer spelers als Frenkie de Jong en Justin Kluivert niet afstaan met oog op een eventuele invalbeurt bij de hoofdmacht.

De cijfers onderbouwen de sluimerende onvrede. Op maandag halen beloftenteams gemiddeld 1,6 punten, op vrijdag 1,2 punten, zo bleek uit een berekening van Opta Sports op verzoek van de Volkskrant. Eerder spraken ook de spelers uit de Jupiler League zich uit in een enquête van Voetbal International. 86 procent van hen meent dat deelname van beloften competitievervalsing in de hand werkt. De beloften zijn ondertussen elk seizoen beter gaan presteren. Ajax werd de afgelopen drie seizoenen achtereenvolgens twaalfde, negende en tweede; PSV veertiende, elfde en vierde.

„Weet je wat ik het ergste vind”, zegt Pieter de Waard, algemeen directeur van Telstar. „Alleen clubs die al goed zijn, worden hier beter van. Hun talenten rijpen beter, worden sneller verkocht, leveren meer geld op en zorgen in de eredivisie voor betere prestaties, waardoor die clubs hoger eindigen en meer tv-geld ontvangen. Met dat geld creëren ze nog meer afstand van de anderen. Hun spelers worden zoveel beter dat ze minder weerstand ervaren in Nederland, met als gevolg dat ze Europees tekort schieten. Dus hoezo is dit goed voor het Nederlandse voetbal?”

Financiële bijdage

De oplossing volgens hem? Dat Ajax, AZ, PSV en FC Utrecht een financiële bijdrage leveren aan de Jupiler League in zijn geheel. „Zodat ook wij kunnen investeren in onze selectie. Bij Telstar hunkeren we naar een tweede elftal, maar wij hebben er geen geld voor.”

Tegen een achtergrond van onvrede onder veel clubs in de eerste, tweede en derde divisie ontstond er bij een aantal profclubs juist de wens om alsnog de piramide in te stromen. Zij die de boot misten en zich dat pas later realiseerden. Liefst achttien clubs gingen in op het aanbod van de KNVB om alsnog toe te treden tot de piramide. Oók Feyenoord.

Intern had Van Geel gemerkt dat de wens leefde om toe te treden tot de piramide, onder anderen bij trainer Giovanni van Bronckhorst. Van Geel: „We hadden meer discussies en ik merkte dat de nadelen van de Jupiler League minder erg werden gevonden dan de nadelen van de huidige beloftencompetitie.”

De KNVB wilde de achttien clubs tegemoetkomen, maar besloot na hevige protesten van amateurclubs de extra instroom twee jaar uit te stellen. Een van de redenen achter het protest was dat de amateurs inkomsten zouden mislopen doordat beloften geen supporters meenemen. Bovendien: wat hadden zij eraan om tegen Jong Roda of Jong FC Eindhoven te spelen? De bond komt nu volgend jaar maart met nieuwe plannen voor hervorming van de piramide.

Dus zit Van Geel in de wachtkamer. Hoe moet het verder met het tweede elftal van Feyenoord? De KNVB opperde dat de ploeg onderop in de piramide moet instromen, in de hoofdklasse, maar dat vindt de technisch directeur ridicuul. Hij verlangt terug naar een beloftencompetitie op maandag tussen de beste clubs van de eredivisie. Niet per se sfeervol, maar dan kunnen tenminste alle reservespelers in actie komen, ook de nummers twaalf tot en met achttien.

Van Geel zucht diep: „Weet je, ik zit al 23 jaar in het vak en er is altijd discussie over tweede elftallen. Dat eeuwige geouwehoer is ook een van de redenen dat het Nederlandse voetbal is achtergebleven. Ben ik van overtuigd.”