‘Ambtenaren moeten niet bang zijn om met slecht nieuws te komen’

Kan staatssecretaris Raymond Knops (Binnenlandse Zaken, CDA) voorkomen dat zijn ministerie een vierde keer faalt bij de modernisering van het bevolkingsregister?

ANP

Een populaire klus is het niet, die Raymond Knops heeft gekregen. De nieuwe staatssecretaris van Binnenlandse Zaken mag de vierde poging in dertien jaar doen om een nieuwe landelijk systeem voor persoonsregistratie op te zetten. Aan dit project is sinds 2004 al 100 miljoen euro belastinggeld besteed, zonder succes. Elke gemeenten verwerkt daarom nog altijd zelf de gegevens van ‘haar’ burgers.

NRC onderzocht hoe een van de langstlopende ict-projecten van het Rijk mislukte. Daaruit bleek hoe bepaalde patronen binnen het openbaar bestuur het bijna onmogelijk maken om complexe, langlopende projecten goed uit te voeren. Zoals de drang om ‘iets’ te doen, zonder eerst goed uit te zoeken wat. Of de gewoonte van topambtenaren om de uitvoering van een politiek besluit te verwaarlozen tot het misloopt. Of de neiging om problemen zowel intern als in de verantwoording naar de Kamer toe zo ‘klein’ te houden, dat mislukkingen schijnbaar als verrassing komen.

Lees de reconstructie: Hoe de overheid 100 miljoen uitgaf aan drie ict-mislukkingen

Over wat er mis ging, wil Knops niet praten. Zijn voorganger op dit dossier, Ronald Plasterk, staakte het project op 5 juli. Daarna beloofde hij de Tweede Kamer dat een externe commissie het project zou onderzoeken. Knops wil de commissieleden niet met een eigen oordeel “in de weg zitten”. Wel wil hij uitleggen hoe hij hoopt te voorkomen dat het een de vierde keer misloopt.

Knops wil vooral rust. “Het is allemaal heel hectisch geweest, veel mensen hebben er last van gehad, er is een hoop belastinggeld verspild. Het systeem dat we nu hebben, blijft nog wel een paar jaar werken. Er hoeft niet morgen iets te liggen. Ik wil vooral iets dat werkt. Ik bouw liever een 7 die heel goed werkt dan een 9 die sterft in schoonheid. Op papier mooi, maar in de werkelijkheid heb je er niks aan.

Is dat uw indruk? Dat het de afgelopen jaren ging om een 9 die sterft in schoonheid?
„Ik laat mijn oordeel hierover even afhangen van de commissie. Dat vind ik wel zo zuiver.”

Uit ons onderzoek komt een ambtelijke cultuur naar voren waarin problemen met het project niet alleen voor de Kamer verborgen blijven, maar ook intern worden verhuld.
„Je moet de mensen die er verstand van hebben laten zeggen wat zij weten. Dat moet terechtkomen bij mijn topambtenaren. Ik moet goed doorvragen. En zij moeten niet bang zijn om met slecht nieuws te komen.

„Als Kamerlid merkte ik dat ambtelijke rapporten zaken vaak net iets mooier voorstellen dan ze zijn. Ik zeg niet dat dit bewust gebeurt. Laten we eerlijk zijn: als we ergens verantwoordelijk voor zijn, gaan we niet zeggen dat het een puinzooi is. We proberen het allemaal een beetje eufemistisch te brengen.

Stel dat er nou een ambtenaar komt die zegt: ‘Staatssecretaris, er zijn op dat dossier wat aandachtspuntjes.’ Misschien denk ik: ach, aandachtpuntjes, dat komt wel goed. Hij denkt: ik heb de problemen gemeld, maar hij vroeg er niet over door. Het ergste wat mij kan overkomen is dat hij het als ‘aandachtspuntje’ in een Kamerbrief zet, en ik die onderteken. Terwijl hij en ik een totaal ander beeld van de werkelijkheid hebben. En dan blijkt dat aandachtspunt opeens een groot probleem te zijn.”

Wat is uw plan?
„De neiging is om meteen door te stomen. Sommige Kamerleden wilden dat ik mijn nieuwe plan met de grootste spoed zou presenteren. Ik heb ze direct het slechte nieuws verteld: ‘We gaan het niet in jullie tempo doen’. 

U heeft in het regeerakkoord anders de opdracht gekregen de basisregistratie personen te moderniseren.
„Eerst gaan we nadenken over de vraag: wat willen eigenlijk? Stel dat modernisering wel kan, maar grote consequenties heeft. Ik wil nu niet meteen de kop in NRC van ‘Knops…

… onttrekt zich aan regeerakkoord’
„Nee, maar ik wil het wel bespreken. Uitgangspunt is het regeerakkoord.  Maar je moet je altijd afvragen: wat willen we en wat kunnen we ervan maken?
„Kijk, als je iets innovatiefs wilt, moet je rekening houden met grote onvoorziene risico´s. Dan zal de Kamer kritiek hebben. Die wil altijd een tandje strakker, sneller, noem maar op. Maar laat hen maar zeggen: het is óf wel óf niet.”

Een ander probleem, bleek uit ons onderzoek, was dat het jaren duurde voor duidelijk was wat er moest worden gebouwd. Er kwamen telkens nieuwe wensen en eisen.
„Bij mijn eerste debat over de persoonsregistratie zag ik een Kamer die nog steeds in de ‘wij zitten er helemaal bovenop-modus’ stond. Begrijpelijk: het project was uit de hand gelopen. Uit ervaring weet ik dan dat de Kamer er dan dichter bovenop gaat zitten: „We willen dit, dat, zus en zo.” Knops wijst naar de vergadertafel in zijn werkkamer. “Alsof ze hier aan tafel zitten. Als je dat doet, weet je een ding zeker: dan gaat het fout.”

„Je hebt altijd politieke wensenlijstjes die over de schutting worden gekieperd, een Kamerlid dat denkt ‘dit kan er nog wel bij’. Maar dat leidt tot projecten die niet meer beheersbaar zijn. De Kamer controleert, maar ik ben politiek verantwoordelijk. Er is maar een iemand die de verhouding met de Kamer weer gezond kan maken, en dat ben ik.”

    • Liza van Lonkhuyzen
    • Derk Stokmans