Zeg nooit: ‘Je bent een kunstenaar in de dop!’

Psychologie De manier waarop ouders hun complimenten formuleren, heeft grote invloed op het zelfbeeld van kinderen, blijkt uit recent onderzoek. Goedbedoelde opmerkingen kunnen averechtse effecten hebben.

Illustratie iStock, bewerking nrc

‘Wat een fantastisch mooie blokkentoren heb jij gemaakt!’ Zo’n compliment is goed voor onzekere kinderen, denken veel ouders – daar stijgt hun zelfwaardering van. Maar in werkelijkheid kan zo’n schijnbaar onschuldige opmerking een tegengesteld effect hebben. Opgeblazen complimenten (‘waanzinnig mooi, ontzettend goed!’) kunnen kinderen het gevoel geven dat ze altijd aan die hoge standaard moeten voldoen. Het gevolg: hun zelfwaardering daalt

De manier waarop ouders hun complimenten formuleren, heeft grote invloed op het zelfbeeld van kinderen, zo staat in How children construct views of themselves: A social-developmental perspective, een onlangs verschenen bundel van wetenschappelijk onderzoek naar hoe het zelfbeeld ontstaat. De bundel is samengesteld door ontwikkelingspsychologen Eddie Brummelman (Universiteit van Amsterdam) en Sander Thomaes (Universiteit Utrecht) en bedoeld als aansporing om meer onderzoek te doen naar verschillen in zelfbeeld.

Als ouders een kind veel met zijn knappe vermogens complimenteren (‘je bent slim, bijzonder, sportief’), dan kan hij dat internaliseren. Het kind gelooft dan dat die eigenschap een vaststaand gegeven is, die hij dan wel telkens waar moet maken. Bij anderen zal hij bevestiging zoeken in zijn uitmuntendheid. En als ouders een kind prijzen om een makkelijke taak, dan denkt het kind juist dat hij kennelijk laag wordt ingeschat.

Zo is ontdekt, vertelt Brummelman, dat driejarigen al emoties als schaamte en trots ervaren. In een klassiek onderzoek uit 1992 moesten kinderen in bijzijn van hun ouders drie verschillende taken doen, in een moeilijke en makkelijke variant. Vervolgens werden non-verbale kenmerken geobserveerd: ingezakte lichamen en naar beneden gezakte mondhoeken (schaamte) of juist schouders die rechtop stonden of vrolijk wijzende vingers (trots). Belangrijkste observatie: als een kind faalt in een makkelijke taak, dan schaamt hij zich. En als hij faalt in een moeilijke taak, dan is hij trots.

Uit onderzoek van Brummelman, ook in de bundel opgenomen, blijkt het effect van opgeblazen complimenten. Onderzoekers maten de zelfwaardering en mate van narcisme bij 120 kinderen tussen de 7 en 11 jaar oud. Beide elementen zijn deels genetisch bepaald, maar de omgeving bepaalt vervolgens hoe ze zich verder ontwikkelen. Onderzoekers observeerden bij gezinnen thuis de interacties tussen ouders en kinderen, daarna maten de zelfwaardering en narcistische trekken nog een paar keer.

Narcistische trekken

Vooral bij kinderen met een lage zelfwaardering hebben ouders de neiging hun lof in overdreven bewoordingen te uiten, zag Brummelman. Maar dat is dus precies fout: de zelfwaardering van kinderen kan afnemen. En kinderen die van zichzelf een hoge zelfwaardering hebben, kunnen door opgeblazen complimenten juist narcistische trekken ontwikkelen. Narcistische kinderen voelen zich heerlijk als ze bewonderd worden. Maar als de complimenten uitblijven, kunnen ze door de grond zakken: ze voelen zich vernederd en worden agressief. Kinderen met een hoge zelfwaardering zoeken die bewondering niet; ze zoeken een diepe verbinding met anderen, barsten niet zomaar in woede uit en zijn minder angstig.

Het zelfbeeld geldt als een routekaart voor het leven

Eddie Brummelman ontwikkelingspsycholoog

Met de opkomst van het westerse individualisme in de jaren zestig, zegt Thomaes, zijn we meer gaan hechten aan positiviteit in de opvoeding. „Maar de manier waarop dat gebeurt, luistert nauw”, waarschuwt hij. „Je kunt een oprecht compliment geven voor een prestatie, gerelateerd aan gedrag en niet aan de persoon. Maar als je zegt: je bent een kunstenaar in de dop, zeg je iets over de identiteit van het kind. Dan is er voor het kind veel aan gelegen dat in stand te houden en dat kan bedreigend zijn.”

Zelfwaardering is in de psychologie een van de begrippen die onder ‘zelfbeeld’ vallen, naast onder meer zelfcompassie, narcisme en hoe je denkt over je eigen kunnen. Zelfbeeld is een soort spiegel: een interne thermometer die je vertelt hoe je functioneert in relatie tot anderen. Het gaat over wie je denkt dat je bent, en wat je daarvan vindt. Het zelfbeeld heeft grote consequenties voor je relaties en je welzijn. Vind je jezelf niet leuk, dan denk je dat anderen dat ook niet vinden. Een laag zelfbeeld geeft een hogere kans op angsten en depressies – zelfs bij jonge kinderen. Een zelfbeeld ontwikkelt zich een leven lang.

„Het zelfbeeld geldt als een routekaart voor het leven”, zegt Brummelman. „De belangrijkste vraag voor de wetenschap is daarom: hoe kunnen we de omgeving van kinderen zo veranderen dat we narcistische trekken en een lage zelfwaardering voorkomen?”

Een belangrijke taak van ouders is, denk ik, kinderen voorbereiden op een toekomst die niet altijd even makkelijk zal zijn

Sander Thomaes ontwikkelingspsycholoog

Dat kinderen al op zo’n jonge leeftijd een beeld van zichzelf vormen, is een relatief nieuwe ontdekking. Psychologisch onderzoek naar zelfbeeld richtte zich lange tijd alleen op volwassenen. Maar kinderen blijken al op jonge leeftijd in staat vrij complexe ideeën over zichzelf te vormen. Sommige kinderen zijn tevreden over zichzelf, andere voelen zich waardeloos. Sommigen zijn narcistisch, anderen bescheiden.

Kinderen gebruiken daarvoor feedback van hun ouders, leraren en leeftijdgenoten. Als ze zo’n vijftien maanden zijn, herkennen ze zichzelf in de spiegel, vertelt Brummelman. Op hun derde beginnen ze sociale emoties te ervaren als schaamte en trots. Rond hun vierde brengen ze hun evaluaties over zichzelf onder woorden: ik ben een lief broertje of zusje, ik heb mooie blonde haren. En rond hun achtste hebben ze een abstract, overkoepelend idee over zichzelf, zoals: ik ben een waardevol persoon.

Leugendetector

Kinderen voelen haarfijn aan dat we het belangrijk vinden dat ze goed over zichzelf denken, zegt Thomaes. In een studie liet hij kinderen een zin afmaken: ik zie mijzelf als iemand die... Het leverde positieve antwoorden op: iemand die grappig is, die er leuk uitziet, die aardig is. Maar toen hij vervolgens bij een deel van de kinderen een apparaatje om de vinger bond, en erbij vertelde dat dit een leugendetector was, werden de beschrijvingen kwetsbaarder. Ik zie mijzelf als iemand die zich soms alleen voelt, als iemand die bang is, als iemand die bezorgd is over de scheiding van mijn ouders.

Sociale norm

Het zelfbeeld van kinderen, zegt Thomaes, is dus niet altijd oprecht, en dat is zorgwekkend. Ze blazen hun zelfbeeld op omdat ze voelen dat ‘succesvol zijn’ de sociale norm is. „Denk aan Facebook, waarop jongeren zichzelf zo cool mogelijk presenteren. Dat werkt misschien op de korte termijn, bij mensen die jou niet zo goed kennen. Maar wat doet het met je volwassen relaties als je niet authentiek bent, als je het moeilijk vindt jezelf in al je facetten te laten zien?” Hij zou er graag een longitudinaal onderzoek naar doen.

Ouders kunnen het zelfbeeld van hun kind beter op een indirecte manier proberen te beïnvloeden, schrijven onderzoekers , in plaats van hen te overladen met complimenten. Door interesse te tonen in hun activiteiten, plezier te maken en hen geliefd te laten voelen. En door uit te leggen waar negatieve gevoelens vandaan komen, zodat kinderen ze in een bredere context kunnen plaatsen.

Thomaes pleit ervoor om kinderen te helpen hun kwetsbaarheden te accepteren. „Een belangrijke taak van ouders is, denk ik, kinderen voorbereiden op een toekomst die niet altijd even makkelijk zal zijn. Je kunt en hoeft niet altijd succesvol te zijn in alle domeinen van je leven. Je kunt en hoeft niet overal in uit te blinken. Kinderen mogen best ook wel eens iets niet zo goed hebben gedaan.”

Zelfbeeld in de klas

De omgeving heeft grote invloed op de manier waarop kinderen met tegenslagen omgaan. De Amerikaanse hoogleraar Carol Dweck is al vanaf de jaren zeventig bezig met haar theorie over mindsets. Kinderen met een groei-mindset zijn ervan overtuigd dat ze alles kunnen leren. Kinderen met een ‘fixed-mindset’ denken meer zwart-wit: je bent ergens goed óf slecht in, je bent slim óf dom. Kinderen met zo’n mindset gaan moeilijke uitdagingen uit de weg: ze willen geen faalervaringen opdoen.

Zo’n fixed-mindset ontwikkelen kinderen eerder als ze veel opmerkingen krijgen die op hun persoon zijn gericht. ‘Wat ben jij goed in wiskunde!’ ‘Wat een goede tekenaar ben jij!’ ‘Het geeft niet dat je een laag cijfer hebt voor taal, je kunt niet overal goed in zijn’. Als ze daarentegen complimenten krijgen over hoe ze iets hebben gedaan, creëren ze eerder een groei-mindset. ‘Wat heb je goed je best gedaan!’ Of: ‘je beheerst de sommen nog niet’.

Een groei-mindset, zegt de Amerikaanse psycholoog Andrei Cimpian (New York University), houdt kinderen gemotiveerd om te leren – hun zelfwaardering daalt dan niet door slechte cijfers, ze zien het juist als oefening. Hij ontwikkelde een model om de mindset van kinderen te meten. Hoe denken ze over faalervaringen? Denken ze dat iemand die slecht is in wiskunde dat altijd zal blijven? Als je leert dat je beter kunt worden door te oefenen, weet je dat falen en succes onderdeel zijn van een leerproces.

Probleem is: het Westerse schoolsysteem duwt kinderen door de nadruk op toetsen en cijfers juist in tegenovergestelde richting, zo schrijven Kyla Haimovitz en Carol Dweck in het boek van Brummelman en Thomaes. „Goed presteren wordt belangrijker gevonden dan leren. Onderzoek laat zien dat veel leerlingen denken dat toetsen niet alleen iets zeggen over hun huidige vaardigheden, maar ook over hun intelligentie in het algemeen – waar ze de rest van hun leven mee moeten doen.” De gevolgen daarvan, zo schrijven ze, zijn angst- en paniekaanvallen bij jonge kinderen, een lage motivatie en weinig tot geen plezier in het leren.

Hoe moet het dan wél? Complimenteer niet alleen de kinderen met hoge cijfers. Maar juist ook zij die goed hun best hebben gedaan. Geef als docent aandacht aan het proces tot het antwoord, in plaats van alleen aan het juiste resultaat. Stop met het labelen van leerlingen als ‘goed’ of ‘getalenteerd’ omdat anderen zich daardoor langzaam of dom voelen.