Column

Weg met die grote boekenstapels

Michel Krielaars

In de wandelgangen van de Nexus-conferentie, die als thema had The last revolution, stuitte ik op een beroemde Franse uitgever, die zich erover beklaagde dat er teveel boeken werden gepubliceerd. „Het moet minder, als uitgeverijen willen overleven”, zei ze. „De tijd van het schot hagel is voorbij.”

Nu kon ik haar melden dat het schot hagel in het Nederlands uitgeeflandschap steeds minder vaak klinkt en er dan ook hoop bestaat voor het betere, met aandacht geredigeerde boek. Zo’n boek dat misschien niet zo goed verkoopt, maar toch een belangrijke bijdrage kan leveren aan het publieke debat.

Terwijl ik dat zei, besefte ik ineens dat de boekenberg, die de boekhandel jaarlijks te verteren krijgt, ook samenhangt met de almaar groeiende omvang van veel uitgeverijen. Minder boeken betekent tenslotte minder personeel en minder rendement. En precies daar wringt hem de schoen.

Boekhandelaren klagen over dat grote aanbod van nieuwe boeken. Ze zouden het het liefst met minder doen, ook omdat steeds minder mensen romans en betere non-fictie lezen. Sjto djelat? – Wat te doen? vroeg de bekende revolutionair Lenin zich in 1902 af. Moet de boekhandel selectiever inkopen? Moeten schrijvers hun minder goede boeken in de la stoppen, in afwachting van betere tijden?

Over dat laatste schrijft uitgever Joost Nijsen op zijn blog dat creativiteit zich niet laat beteugelen. Als alternatief stelt hij voor dat de CPNB een campagne begint om de boekverkoop te stimuleren. Ook stelt hij de vraag of Netflix en social media bij wet verboden zouden moeten worden, ‘zodat we niets meer te doen hebben ’s avonds’. Maar moedigt Netflix juist niet aan tot lezen, zoals ik onlangs zelf ervoer bij het zien van Alias Grace, een televisie-serie gebaseerd op Margaret Atwoods gelijknamige roman. Die serie ademt literatuur en doet naar meer Atwood verlangen. Je zou dus eigenlijk meer literaire series moeten maken om het goede boek te redden.

Toch zou ik niet graag in de schoenen van een boekhandelaar staan, of het moeten die van de eigenaren van het jubilerende Godert Walter zijn, een Groningse boekhandel, zo groot als een pijpenla. Zij lijken zich nergens zorgen over te maken, omdat ze behalve gespecialiseerd in architectuur, geschiedenis, Groningana en Duitse en Engelse literatuur, ook een cultureel instituut zijn.

Hun succes lees je af aan het jubileumboek Boekhandel Godert Walter. 75 jaar in het hart van Groningen. Het vertelt de geschiedenis van die kleine boekhandel, vanaf de oprichting in 1942 door Godert Walter (die door de Duitsers als verzetsman werd geëxecuteerd) tot aan de dag van vandaag. In een interview zegt voormalig eigenaar Erik Kweksilber: ‘Godert Walter verrast mensen ook met boeken die ze anders niet zouden hebben gevonden.’ Misschien schuilt daarin wel het recept om als boekhandel te kunnen overleven: geen stapels nieuwe titels, maar wel specialisatie, zodat een boekhandel een eigen gezicht krijgt en een eigen klantenkring opbouwt.

De klanten van Godert Walter komen in het fraaie jubileumboek uitgebreid aan het woord. Opvallend genoeg hebben ze vaak een voorkeur voor moderne klassiekers zoals Nescio, Joseph Roth en Thomas Mann. Niet zo vreemd, want hun boodschap is in deze revolutionaire tijden meer dan actueel.

Wie alsnog overweegt om in boeken te handelen neme de trein naar het Noorden. Alleen al om te kijken hoe het moet.