Topadviseurs hielpen Pon ontsnappen aan de rechter

Corruptie Zes (ex-)ambtenaren staan vanaf dinsdag voor de rechter omdat ze zich lieten pamperen door de auto-industrie, in ruil voor informatie. De autobedrijven gaan vrijuit – mede dankzij drie adviseurs, van wie er één nu minister is.

Als autodealer levert Pon duizenden Volkwagens en Audi’s aan de vele geledingen van de Nederlandse overheid, waaronder de politie. Foto Koen van Weel

David tegen Goliath, maar dan in de autowereld. Zo voelt het voor de (ex-)ambtenaren die zijn meegezogen in een van de grootste corruptieonderzoeken van de afgelopen jaren. Zes van hen moeten zich vanaf aanstaande dinsdag vijftien zittingsdagen lang verdedigen in de rechtbank Rotterdam, tijdens het megaproces in de zaken Dotterbloem, Venkel en Wegdistel.

David – dat zijn zij. Kleine radertjes in de wereld van de wagenparken van het ministerie van Defensie en de politie. Zij voelen zich slachtoffer van een spel dat zich ver boven hun hoofd heeft afgespeeld.

Goliath is voor hen het Openbaar Ministerie, dat na jaren onderzoek vooral lagere ambtenaren voor de rechter heeft gedaagd. Zij zouden kleine en grote cadeaus en reizen van vertegenwoordigers van de auto-industrie hebben aangenomen, in ruil voor informatie over grote inkooporders. De een zou ten onrechte om een korting op een nieuwe auto hebben gevraagd, de ander zou gematst zijn met een leasebedrag.

Autobedrijven die deze ambtenaren zo sympathiek behandelden, zoals Renault en Peugeot, staan dinsdag niet voor de rechter. Datzelfde geldt voor Pon’s Automobielhandel, het autobedrijf dat centraal staat in de corruptie-affaire. Eind 2016 kochten de bedrijven de zaak af. De Fransen voor 2 miljoen elk, Pon voor in totaal 12 miljoen euro.

Voor Pon is dat een overzichtelijk bedrag. Moederbedrijf Pon Holding heeft een jaaromzet van meer dan 6 miljard euro en is naar eigen zeggen het grootste familiebedrijf van Nederland. Als autodealer levert Pon duizenden Volkwagens en Audi’s aan de vele geledingen van de Nederlandse overheid.

Uit gesprekken met betrokkenen uit de strafdossiers, die zijn ingezien door NRC, blijkt dat Pon structureel ambtenaren op sleutelposities verwende. En dat de ambtenaren zich hun speciale positie graag lieten aanleunen.

Hoewel acht Pon-medewerkers werden verdacht van „het opzettelijk verstrekken van giften aan ambtenaren vanwege hun functie en positie” wist het bedrijf zelf buiten de rechtszaal te blijven. Daarbij was een hoofdrol weggelegd voor een dreamteam van juristen en consultants, van wie er één inmiddels minister van Justitie en Veiligheid is.

Bij autobedrijf Pon telde maar één ding: orders binnenhalen. Wie besliste over de aankoop van wagenparken, kreeg snoepreisjes aangeboden. Lees ook: Veertien keer met vakantie op kosten van Pon

Hendrik Jan Biemond

Aanvoerder van het Pon-team en aanspreekpunt in de corruptiezaak is Hendrik Jan Biemond, advocaat van Allen en Overy. Biemond werkte van 2002 tot 2007 als officier van justitie, waar hij faam maakte als aanklager van de top van supermarktbedrijf Ahold en haar bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven voor boekhoudfraude.

Sinds zijn terugkeer in de advocatuur staat Biemond grote bedrijven bij die problemen hebben met fraudezaken. Zo kwam hij ook bij Pon terecht, dat in 2011 werd opgeschrikt door een aantal publicaties in de Telegraaf over betrokkenheid bij corruptie bij de aanbesteding van de nieuwe wagenparken van het ministerie van Defensie en de politie.

Biemond weet als geen ander hoe bedrijven omgaan met dit soort problemen én hoe er bij het OM wordt geredeneerd. Dat probeert in grote fraudezaken in de regel een miljoenenschikking te treffen met de betrokken bedrijven, kleine vissen een taakstraf of boete te geven en een select aantal direct betrokkenen voor de rechter te krijgen.

Zo ook deze keer. In de tweede helft van 2013 onderhandelt Biemond met het OM over „de mogelijkheid de zaak buitenrechtelijk af te doen”, zo staat het in het dossier. Er is op dat moment alle reden voor een schikking, vindt hij.

Pon heeft immers maatregelen getroffen die „waarborgen dat de gedragingen tot het verleden behoren” en bovendien „volledig meegewerkt aan het onderzoek”. Voor 750.000 kan de zaak wel worden afgekocht, vindt de oud-officier.

Hoewel hij pleit voor snelheid, duurt het nog drie jaar voordat Biemond de schikking voor Pon echt binnenhaalt. Maar met 750.000 euro komt Pon er niet vanaf. De staat krijgt 12 miljoen euro.

Ferdinand Grapperhaus

Ferdinand Grapperhaus, sinds kort minister van Justitie en Veiligheid, is de tweede grote man die in 2013 wordt ingezet. Zijn politieke carrière is dan nog ver weg. Op het moment van zijn bemoeienis is hij deeltijd hoogleraar arbeidsrecht, partner van advocatenkantoor Allen en Overy én kroonlid van de Sociaal Economische Raad.

Grapperhaus adviseert Pon hoe om te gaan met de werknemers van wie de namen zijn opgedoken in het fraude-onderzoek. „Om herhaling te voorkomen heeft Pon [..] op advies van prof. Mr. F. B. J. Grapperhaus arbeidsrechtelijke maatregelen genomen jegens de betrokken werknemers”, zo schrijft zijn collega Biemond aan het Openbaar Ministerie.

De maatregelen van Grapperhaus betreffen „een formele berisping, opgenomen in hun personeelsdossier”, waar mogelijk „een boete”, en in veel gevallen „een overplaatsing naar een andere functie, waar zij geen verantwoordelijkheid meer hebben ten aanzien van overheidstenders”. Ook is er afscheid genomen van twee voormalige direct betrokken vice-presidents – aldus de brief.

Een van hen kon kort na zijn gedwongen vertrek in dienst treden bij het investeringfonds van Pon-nazaat Wijnand Pon, waar hij zich bezighoudt met het beheren van „investeringen van de heer Pon in bedrijven die zich vooral richten op duurzaamheid.”

Het blijft voor de andere betrokken Pon-medewerkers niet bij de maatregelen die Grapperhaus voorstelt. Zij moeten naderhand alsnog vertrekken bij hun werkgever. Acht van hen worden later door het OM formeel in staat van beschuldiging gesteld. Zij krijgen allemaal een taakstraf of boete voorgesteld.

De meesten stemmen in met hun lot en (taak)straf, op één medewerker na. De man vond en vindt dat hij niets verkeerd heeft gedaan en slaat de voorstellen van het OM af om de zaak te regelen. Hij moet om die reden vanaf dinsdag voor de rechter verschijnen, zij aan zij met de ambtenaren die hij zou hebben gefêteerd.

Muel Kaptein

De derde grote naam die zich aan de zijde van Pon schaart is Muel Kaptein, onder meer partner bij KPMG. Dit accountants- en adviesbureau controleert niet alleen de boeken van het autobedrijf, maar wordt in de corruptiezaak eveneens ingehuurd om vermoedens van fraude te onderzoeken en de bedrijfscultuur te analyseren en te verbeteren.

Dat laatste is Kaptein op het lijf geschreven. Hij is een veel gevraagde autoriteit op het gebied van morele dilemma’s, die zijn werk voor KPMG combineert met een baan als hoogleraar bedrijfsethiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Media vragen hem graag om commentaar over belangenverstrengeling en integriteitsschendingen.

Die combinatie van functies – consultant en hoogleraar – komt goed van pas. Eind 2013 legt Kaptein in een brief uit hoeveel moeite Pon onder zijn begeleiding heeft gedaan om voortaan „een duidelijke en degelijke set aan ethische principes en standaarden te hanteren”. De brief is gericht aan de raad van commissarissen van Pon. Biemond gebruikt de bestelde brief in de onderhandelingen met het OM.

Kapteins conclusie: „Als ik Pon met andere internationale en gerenommeerde bedrijven op dit vlak vergelijk (hetgeen ik ook kan doen vanuit mijn hoogleraarschap) dan voert zij een meer dan adequaat en bovengemiddeld compliance-programma”.

In een toelichting deze week schrijft KPMG dat Kaptein – ondanks de formulering in de cruciale brief – zijn academische titel niet inzette voor een commerciële klus. „De verwijzing naar zijn hoogleraarschap is geen academisch oordeel en pretendeert op geen enkele wijze gebaseerd te zijn op academisch onderzoek”, aldus KPMG in de toelichting. „Zoals het er letterlijk staat, wordt de verwijzing gebruikt ter illustratie waarom de heer Kaptein zicht heeft op verschillende compliance programma’s.”

Ambtenaren

De (ex-)ambtenaren die vanaf volgende week wel in het verdachtenbankje staan konden hun vervolging niet afkopen of brieven laten sturen.

Bij sommigen steken de verdenkingen van het OM inmiddels ietwat schril af tegen de duizenden uren die OM en Rijksrecherche in het onderzoek staken en de tientallen ordners dossier. Voornaamste uitzondering hierop is Jacques H., de wagenparkbeheerder van het ministerie van Defensie, die door de jaren heen voor een groot bedrag snoepreisjes en auto-voordeeltjes kreeg van vertegenwoordigers van de auto-industrie. Jacques H. ontkent via zijn advocaat dat sprake was van corruptie en betoogt dat het voor zijn werk „belangrijk” was om „nauwe contacten in de autowereld” te hebben.

Defensie-ambtenaar Jacques H. regelde leuke extraatjes voor auto’s van ministers en generaals. Hij wordt vervolgd voor het aannemen van giften, tankpassen en korting in ruil voor informatie over grote overheidsorders. Lees ook: Een aparte vering voor de BMW 530 van minister Kamp

Maar er staan ook oud-ambtenaren voor de rechter, zoals Kenneth K. Deze gewezen politiemedewerker zou hebben gevraagd om korting op de nieuwe auto van zijn vrouw en hebben geschermd met een contact bij Pon. De korting (van 715 euro) liet hij later lopen, omdat er een voordeliger inruilactie voorbij kwam.

Al met al is er sprake van een „onzinverdenking”, zegt advocaat Carene van Vliet, die K. bijstaat. „Al dat onderzoek, tijd en geld. Deze zaak had nooit voor de strafrechter gebracht moeten worden. Ik verwacht volledige vrijspraak.”

Reageren? Onderzoek@nrc.nl