O wee als je de Kanaaleilanden een belastingparadijs noemt

Paradise Papers Jersey en Guernsey zijn ministaatjes, maar hun financiële formaat is vele malen groter. Op deze Kanaaleilanden, voor de kust van Normandië, ligt het publieke debat over de uitgelekte ‘Paradise Papers’ gevoelig. „Zie jij peperdure auto’s? Nee, het is hier geen Monaco.”

Het is op Jersey dat Apple, volgens het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) dat de Paradise Papers bemachtigde en onderzocht, besloot twee bedrijfsonderdelen te vestigen om zo min mogelijk belasting te betalen. Foto Oli Scarff

Op Guernsey en Jersey groeien palmbomen. Bezoekers slenteren langs witte stranden. Vissers lepelen oesters uit de lokale wateren. Bewoners roemen de rust, ze koesteren hun financiële sector. Maar o wee, als je de Kanaaleilanden een belastingparadijs noemt.

„Zie jij peperdure auto’s? Paleizen van huizen? Nee, wij hebben het comfortabel, maar het is hier geen Monaco.” , zegt Jonathan Le Tocq, een soort van minister van Buitenlandse Zaken van Guernsey.

„Nee, je kan ons wel belastingneutraal noemen”, zegt Dominic Wheatley, bestuursvoorzitter van Guernsey Finance, een koepel van houdster- en trustmaatschappijen.

„Wij zijn aanjagers. Bedrijven en rijken vanuit de hele wereld brengen hun geld hier naartoe om dat weer in de reële economie van het Verenigd Koninkrijk te investeren”, zegt Amy Bryant, directielid van Jersey Finance.

Op deze Kanaaleilanden, voor de kust van Normandië, ligt het publieke debat over de Paradise Papers gevoelig. Het is op Jersey dat Apple, volgens het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) dat de Paradise Papers bemachtigde en onderzocht, besloot twee bedrijfsonderdelen te vestigen om zo min mogelijk belasting te betalen.

Het is een kantoor op Jersey dat de rechten van 26.000 muziekhits – van John Denvers Take me Home, Country Roads tot Avril Lavignes Nobody’s Home bezat, zodat over royalties geen belasting betaald hoefde te worden, aldus het ICIJ. Het is op Guernsey dat ABN Amro maatschappijen opzette die weer bezittingen hadden op de Britse Maagdeneilanden om zo vermogens van klanten af te schermen van de Belastingdienst, meldden Trouw en Het Financieele Dagblad vorig jaar.

Jersey (100.000 inwoners) en Guernsey (63.000) zijn ministaatjes, maar hun financiële formaat is vele malen groter. In een rapport komt commercieel onderzoeksbureau Capital Economics, in opdracht van Jersey Finance, tot astronomische bedragen. „Jersey is naar schatting bewaarder van circa 1.300 miljard pond: 150 miljard op bankrekeningen; 400 miljard in trusts; 600 miljard in speciale structuren voor bedrijven en instellingen en 200 miljard in beheerde fondsen”, aldus Capital Economics. Het gestalde vermogen op Guernsey bedraagt 271 miljard pond, volgens de financiële autoriteit.

Wat is de aantrekkingskracht van de Kanaaleilanden? Buitenlandminister Le Tocq stuurt zijn auto over de bochtige kustweg van Guernsey. Met plezier kwam hij de Nederlandse journalist afhalen van het vliegveld. „Guernsey ligt dichtbij het Verenigd Koninkrijk, maar is niet Brits. Guernsey ligt pal aan de Franse kust, maar is geen onderdeel van de Europese Unie. Wij stellen onze eigen wetten op”, zegt Le Tocq, tevens voorganger in een lokale kerk.

Guernsey koestert de soevereiniteit, ook al is het eiland afhankelijk van Frankrijk voor elektriciteit, van Britse universiteiten voor hoger onderwijs en van het ziekenhuis in Portsmouth voor ingewikkelde operaties. Le Tocq: „Wij zijn al achthonderd jaar lang een soevereine natie.”

Guernsey en Jersey werden inderdaad in de dertiende eeuw onafhankelijk, als gevolg van het verdrag waarmee de Engelse koning zijn bezit in Frankrijk afstond. De Kanaaleilanden erkennen wel de Britse koningin als vorst en hebben de status van ‘crown dependency’.

Van dat geografische en staatkundige schemergebied profiteren de Kanaaleilanden al eeuwen. Britse wijnhandelaren verscheepten eeuwenlang Portugese port en Siciliaanse marsala-wijn in tonnen naar Saint Peter Port. Daar werd de drank gebotteld en verder vervoerd naar Engeland. Zo hoefden handelaren minder belasting af te dragen. Toen de Britse regering in de negentiende eeuw een heffing afkondigde op suiker, weken marmeladefabrikanten uit naar Guernsey. Het was een makkelijk besluit: de schepen met Zuid-Europese citrusvruchten voeren toch al via de Kanaaleilanden.

Ook al handelen de Kanaaleilanden niet meer in sinaasappels en flessen maar in private-equityfondsen en houdstermaatschappijen, de tactiek is onveranderd: het verschil uitbuiten met de regels van twee economische mogendheden, tegenwoordig de Europese interne markt en de Londense City. Ze trekken kapitaal aan door klanten een keur aan diensten aan te bieden (zie menukaart). De kern van hun aantrekkingskracht is de lage belastingdruk.

Wel inkomstenbelasting

Het is niet zo dat de Kanaaleilanden géén belasting heffen. Jersey en Guernsey heffen 20 procent inkomstenbelasting bij ingezetenen, een overblijfsel van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting verhoogden de Duitsers de inkomstenbelasting van 2,5 naar 20 procent. „Meer hebben we niet nodig om de staatskas te vullen”, zegt minister Le Tocq.

Dat komt deels doordat de Kanaaleilanden geen dure verzorgingsstaat onderhouden, met gratis gezondheidszorg, zoals in Engeland. Bewoners dienen zich privé te verzekeren. Dat is prijzig, maar daar staat tegenover dat er geen erfbelasting is, geen overdrachtsbelasting, geen vermogensheffing en geen btw.

Wat de Kanaaleilanden ook niet doen, is belasting heffen op vermogen dat elders is verdiend. Amy Bryant van Jersey Finance zegt: „Wij voegen geen extra belastinglaag toe. Belasting wordt afgedragen waar er wordt geïnvesteerd, in de thuislanden van de investeerders. Het is aan de autoriteiten daar om heffingen te innen.” Met andere woorden: de winst van een private-equityfonds op Jersey dat met Brits en Nederlands geld in Aziatische projectontwikkelaar investeert wordt niet belast, de salarissen van de boekhouder en jurist van het fonds wel.

Praat een paar dagen met financiële bestuurders op de Kanaaleilanden en de keurmerken en internationale rapporten vliegen je om de oren. „Kijk naar het oordeel van de OESO en Moneyval. Wij nemen regelgeving uiterst serieus”, zegt Bryant. Inderdaad, vorige maand oordeelde de OESO, de organisatie van geïndustrialiseerde landen, dat Jersey afspraken over het uitwisselen van belastinginformatie „volledig nakomt”.

Moneyval, een initiatief van de Raad van Europa om witwassen te bestrijden, oordeelde eveneens zeer positief over het regime op Guernsey. Dominic Wheatley van Guernsey Finance: „Alle internationale regels waar wij aan voldoen, hebben een gevolg: als bevoegde autoriteiten informatie verlangen over onze klanten, dan krijgen ze die.” Bryant van Jersey Finance: „In urgente gevallen kunnen de Britse autoriteiten binnen een uur informatie van ons hebben.”

Tegelijk gruwelt men van openheid op de Kanaaleilanden. Wheatley: „Wij houden een register bij. Daarin worden de uiteindelijke eigenaren van vennootschappen opgenomen.” Het register trad in augustus 2017 in werking. Doel is om helder te krijgen wie daadwerkelijk profiteert van vennootschappen. Als een houdstermaatschappij bijvoorbeeld in handen is van een andere maatschappij die weer gecontroleerd wordt door de uiteindelijke en werkelijke eigenaar, wordt alleen die laatste eigenaar opgenomen.

Jersey heeft een soortgelijk systeem. „De kwaliteit is gegarandeerd, ons register is alleen niet publiekelijk doorzoekbaar”, aldus Amy Bryant. „Er zijn slechts een paar openbare registers ter wereld. En die gaan minder ver.” Die bevatten geen informatie over de uiteindelijke begunstigden van trusts. „Mensen en bedrijven hebben recht op privacy”, zegt Wheatley. De Paradise Papers noemt de voorman van de trustsector op Guernsey datadiefstal. Media die berichten op basis van het lek bezondigen zich aan heling. „Ze verdienen geld met gestolen gegevens.”

De verontwaardiging is meer dan show, het gaat verder dan een cynische verdediging van het lokale verdienmodel. Recht op privacy is heilig op Guernsey. Het valt op tijdens schemering: huizen hebben kleine ramen, met vitrages. Muurtjes voorkomen inkijk. Wheatley: „Stel dat dit medische gegevens waren die geopenbaard zijn. De verontwaardiging zou enorm zijn.”

Op de inhoudelijke bezwaren van de werkwijze van de Kanaaleilanden geven lobbyisten als Wheatley en Bryant soepel antwoord. Bevordert hun financiële stelsel niet ongelijkheid, aangezien rijken en bedrijven in hun thuisland geen belasting afdragen, zoals Labour in het Verenigd Koninkrijk van de daken schreeuwt? Bryant: „250.000 banen in het Verenigd Koninkrijk vloeien voort uit investeringen vanuit Jersey. Dat levert de Britse schatkist 5 miljard aan belastingen per jaar op.”

Is het niet de truc van fiscalisten om de verschillende voordelen van de wereldwijde parelketting aan offshore-centra aaneen te rijgen om zo onnavolgbare bedrijfsstructuren op te richten? Wheatley: „Op de Kanaaleilanden houden wij ons aan alle strenge regels die gesteld worden. Je ziet het aan Apple. Het bedrijf heeft een uiterst robuust weerwoord: wij houden ons aan de wet.”

Is het niet moreel discutabel dat de rijksten met de sterkste schouders zich fiscaal onttrekken? Minister Le Tocq van Guernsey: „In een democratie zou je verwachten dat heersende morele normen geldende wetten worden. Zo werkt het proces. Als we dat doen, zullen we dan wel eerlijk zijn en het in Europa hebben over Luxemburg? Over Nederlandse tax rulings? Gaan de Verenigde Staten Delaware aanpakken? Of Vermont? Wijs niet alleen naar de kleinste landen.”

Door de ‘Paradise Papers’ lag ook Nederland opnieuw onder vuur als favoriet fiscaal toevluchtsoord voor multinationals. Lees ook: Belastingparadijs, maar hoe lang nog?

Vanuit een Engelse trein met een krakende telefoonverbinding moet John Christensen lachen als hij het weerwoord van de Kanaaleilanden hoort. „Hun argumenten veranderen zelden. Helaas gaat hun verhaal mank.” Christensen is op Jersey geboren, werkte er als accountant, hielp bij het optuigen van belastingconstructies. Hij geloofde in ‘the Jersey way’ , adviseerde de regering over het te voeren beleid. Tot hij tot inkeer kwam: in 1996 klapte hij uit de school in The Wall Street Journal over hoe Jersey verzuimde een fraudezaak aan te pakken. Christensen vertrok en begon het Tax Justice Network, dat offshorecentra volgt en beoordeelt.

Zijn conclusie? Jersey is onomstotelijk een belastingparadijs. „Ze zeggen dat het voldoet aan de hoogste standaarden, dat alles legaal is. Waarom houden ze dan zo krampachtig vast aan die geheimhouding? Ze weten dat zaakjes niet kloppen. Ze zeggen dat autoriteiten het recht hebben informatie op te vragen, terwijl het overduidelijk is dat er genoeg regeringen ter wereld zijn die óf corrupt zijn óf zelf belangen hebben”, tiert hij.

Het is volgens Christensen onverdedigbaar dat alleen belastingdiensten het recht hebben te weten hoe de rijken hun geld wegzetten. Christensen: „In een moderne markteconomie zijn er zo veel meer belanghebbenden die moeten weten wie wat bezit. Denk aan kredietbeoordelaars, financieel journalisten, beleggers en ga zo maar door.”

Na het lek van de Panama Papers had John Christensen opeens vele medestanders in zijn strijd tegen belastingontduiking. Lees ook: ‘De Panama Papers raken iedereen’

Verlengstuk van de City

Onlangs schreef de onderzoeker een vernietigend rapport over Jersey. Christensen: „De gehele bestuurlijke infrastructuur is erop gericht om de offshore-industrie te steunen, inclusief de rechters.”

In zijn rapport beschrijft Christensen voorvallen waar rechters, in zijn ogen, zich in onmogelijke bochten wrongen om klanten van lokale banken te beschermen tegen schuldeisers. Ook beschuldigt Christensen aanklagers ervan zaken te negeren waar bankiers bij betrokken waren. Het pleit niet in Jerseys voordeel dat de bailiff zowel het lokale parlement voorzit als de hoogste rechter is.

Uit de Paradise Papers blijkt weer dat de Kanaaleilanden niet op zich staan. Isle of Man, de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden, Turks- en Caicoseilanden en Gibraltar zijn ook onderdeel van populaire routes. De eilanden hebben gemeen dat ze op een of andere manier onder de Britse kroon vallen. Bankiers en accountants zeggen ook dat het handig is als Engels de spreektaal is. Dat geeft vertrouwen. Nog fijner: het zijn jurisdicties waar net als in Londen common law geldt. Christensen: „Dat is een omfloerste manier om te zeggen dat al deze eilandjes een verlengstuk zijn van de Londense City.”

In zijn rapport merkt Christensen op dat er geen zuiver economisch argument – investeringskansen, groeiende economie – bestaat om naar de Kanaaleilanden te trekken, behalve het belastingklimaat. De onderzoeker betoogt dat strengere regelgeving op internationaal niveau (OESO, G20, EU) het enige tegengif is. De wil moet er zijn in Parijs, Brussel, Moskou, Washington en Beijing. „En vooral Londen, gezien de spilfunctie van de City. Als de Britse regering serieus werk maakt van belastingontwijking, is het snel afgelopen. Maar dat zal ze niet doen. Na Brexit is deregulering de enige manier om de economie draaiende te houden: Singapore aan het Kanaal.”

In brasserie Dix Neuf in Saint Peter Port bestrijdt Paul Smith de zienswijze van Christensen. Geld stroomt niet naar de Kanaaleilanden omdat het de plek van de minste weerstand is. Geld zoekt kennis om meer geld te worden. „Dat is hier het voordeel. Fondsen werken in kleine teams. De lijnen zijn kort, maar de kwaliteit van fiscalisten en accountants is groot”, zegt Smith, die in te huren is als niet-uitvoerend directeur. „Als mensen hier komen om een trust op te zetten, moet die maatschappij door een bestuur geleid worden. Dat doe ik.” Met andere woorden: Smith is een stroman die op papier de plek inneemt van iemand die in de schaduw wil blijven. Zelf ziet hij zich als voorbeeld van het succesverhaal van Guernsey.

Zoals IJslandse vissers rond 2000 plots op buitenlandse valuta speculeerden in plaats van haring te vangen, en zoals dadelboeren in Dubai opeens vastgoedontwikkelaar werden, zo ging het ook op Guernsey. Hier kozen tomaten- en bloementelers in de jaren zeventig – omdat ze weggeconcurreerd werden door het Nederlandse Westland – voor een beter loopbaanperspectief als fondsmanager. Zo ook Smith.

Hij werkte na zijn studie in de kassen, als tijdelijk baantje. Opeens zag hij een vacature en koos hij voor een lange loopbaan in de financiële wereld. Daar is hij trots op, net zoals op het succes van de Kanaaleilanden. „Onze expertise is belangrijk voor ons succes. Pensioenfondsen en investeringsmaatschappijen komen hier omdat wij voorop lopen”, zegt hij.

Smith wijst naar een man die buiten over straat kuiert. „Dat is de toezichthouder. Dat is het fijne van Guernsey. Als er een probleem is, kun je bij hem binnenstappen. Zo spelen we snel in op ontwikkelingen”, zegt hij. Begin dit jaar had Guernsey een primeur: het was naar eigen zeggen het eerste financiële centrum waar de toezichthouder goedkeuring gaf voor het gebruik van blockchains, een baanbrekende digitale manier van het bijhouden en inzichtelijk maken van transacties, bij het beheer van een private-equityfonds. „In Londen, Parijs of New York zou het jaren duren. Dat is het mooie van Guernsey: hier regelen we dat.”