Nieuw middel tegen migraine blijkt veelbelovend voor deel van patiënten

Geneeskunde Nieuwe medicijnen verlossen bijna de helft van de migrainepatiënten van de helft van hun aanvallen.

Bij een ernstige migraine-aanval kan iemand vaak slecht licht verdragen. Foto Geber86

Voor een migrainemedicijn is dat helemaal geen gek resultaat. Twee aparte publicaties over de nieuwe middelen fremanezumab en erenumab zijn donderdag gepubliceerd in The New England Journal of Medicine (NEJM).

Migraine is een ziekte met urenlange (eenzijdige, vaak kloppende) hoofdpijn die vaak gepaard gaat met misselijkheid, een afkeer van licht en geluid en een verstoring van het gezichtsveld met scherpgetande lichtpatronen. Sommige patiënten hebben dat twee keer per jaar een paar uur. Anderen hebben om de dag een aanval en raken geïnvalideerd.

Migraine is nog steeds een tamelijk onbegrepen ziekte waarbij zenuwcellen en bloedvaten in de hersenen zijn betrokken. Die bloedvaten verwijden, maar of dat oorzaak van de hoofdpijn of bijzaak is, is bijvoorbeeld geen uitgemaakte zaak.

Gewone, algemene pijnstillers (paracetamol en NSAID’s) zijn de meest gebruikte medicijnen. In de jaren tachtig kwamen de eerste medicijnen die ingrepen op een moleculair mechanisme dat een rol speelt bij het ontstaan van migraine. Van deze triptanen zijn er in Nederland nu zeven op de markt. Ze moeten een naderende migraine-aanval afbreken. In de huisartsenrichtlijn voor migrainebehandeling staat dat dat lukt bij 30 tot 40 procent van de pogingen. Of de nieuwe medicijnen beter zijn, is nog niet vergeleken.

Beide nieuwe medicijnen zijn biotechnologisch bereide antilichamen, die ingrijpen op hetzelfde moleculaire mechanisme. Ze blokkeren een signaalstof die een rol speelt bij migraine-aanvallen. Dat boodschappermolecuul heet calcitonin gene-related peptide (CGRP). CGRP kan bloedvaten verwijden en pijnsignalen doorgeven. In het lichaam werkt CGRP door zich te binden aan zijn receptor, een eiwitmolecuul in de celwand van cellen die moeten kunnen reageren op CGRP-signalen. Erenumab en fremanezumab blokkeren (op verschillende manieren) de signaalfunctie van CGRP.

„Matig”, staat er in een begeleidend commentaar in de NEJM over het effect van erenumab. De gemiddeld 8,3 maandelijkse migrainedagen daalden, vergeleken met placebo-injecties, gemiddeld met 1,4 of 1,9 dagen. Dat was afhankelijk van de dosis die de proefpersonen om de vier weken kregen geïnjecteerd. De dubbele dosis deed het beter, zonder extra bijwerkingen. Het onderzoek duurde een halfjaar. Een deel van de proefpersonen was ongetwijfeld heel tevreden: de commentator schrijft dat er mensen waren die helemaal geen migraine-aanval meer hadden.

Het onderzoek met fremanezumab gebeurde bij ernstiger patiënten, met maandelijks meer dan 8 migraine- en 13 hoofdpijndagen. Die pijndagen namen bij 41 procent van de proefpersonen met meer dan de helft af.

Duidelijk is dat migraine een ziekte is met een flink placebo-effect. De placebobehandeling werkte bij beide stoffen half zo goed als de injecties met de nieuwe antilichamen.

Wat dit voor de gewone migrainepatiënt gaat betekenen is ongewis. Van een ander type CGRP-medicijnen is de ontwikkeling vanwege een bijwerking vrijwel stopgezet. Die bijwerking hadden deze monoklonale antilichamen niet. Maar bestaande migrainemedicijnen zijn goedkoop, terwijl monoklonale antilichamen meestal extreem duur zijn. Het kan overigens nog jaren duren voor deze medicijnen op de markt komen.