Amsterdam registreerde en weerde homo’s in jaren 50

Discriminatie

Honderden homo’s werden in de jaren vijftig als sollicitant geweerd door de gemeente Amsterdam, onthulde dagblad Trouw.

Het homomonument aan de Westermarkt in Amsterdam. Foto Jerry Lampen/ANP

Pagina na pagina met de gegevens van vermoedelijke homoseksuelen, ruim vijftienhonderd namen in totaal; de gemeente Amsterdam stelde ze op in de jaren vijftig en weerde daarmee sollicitanten. Op deze manier werden er 225 aspirant-ambtenaren afgewezen omdat ze homoseksueel zouden zijn.

De lijsten werden vorig jaar gevonden door een medewerker van het Amsterdamse Stadsarchief en waren bekend „bij sommige delen van de gemeente”, zegt een woordvoerder van B en W in Amsterdam. Er werd echter niets mee gedaan, totdat dagblad Trouw donderdag het bestaan ervan bekendmaakte.

De gemeente Amsterdam spreekt van een „schokkende ontdekking”, die volstrekt niet past bij de ‘inclusieve organisatie’ die zij inmiddels is. „Het is lang geleden en gelukkig allang niet meer de praktijk.”

Artikel 248 bis

In reactie op de lijsten roept COC Nederland, de belangenorganisatie van de LHBT-gemeenschap, op tot nieuw onderzoek naar de behandeling van homoseksuelen door de overheid. „Wij vinden het belangrijk dat de rijksoverheid en gemeenten goed kijken of er nog meer van dit soort lijsten zijn en vooral of er slachtoffers zijn die genoegdoening willen”, zegt woordvoerder Philip Tijsma. En dit onderzoek mag breder getrokken worden dan alleen de lijsten, vindt Tijsma. Zo moet de overheid volgens hem ook kijken naar mensen die nadeel hebben ondervonden van ‘artikel 248 bis’.

Dit artikel van het Wetboek van Strafrecht was van kracht van 1911 tot 1971 en stelde seksueel contact met minderjarigen strafbaar. Voor heteroseksueel contact lag de grens op zestien jaar, voor homoseksuelen op 21. Zo werd de wet voornamelijk gebruikt om homo’s te vervolgen, aldus rechtshistoricus Theo van der Meer. Het idee heerste namelijk dat jongemannen homoseksueel ‘werden’ door homoseksuele ervaringen.

Van der Meer bestudeerde verschillende onderzoeken naar de geschiedenis van de vervolging en onderdrukking van homo’s in Nederland. Hij kwam er achter dat de staat ongeveer vijfduizend mensen vervolgde. Celstraffen voor homoseksueel contact kwamen vaak uit tussen de zes maanden en een jaar. Soms liep het op tot twee jaar, zegt hij, „maar dan ging het dikwijls om aanranding”.

Of Nederland LHBT’ers een schadevergoeding moet aanbieden, naar het voorbeeld van de Canadese premier Trudeau, vindt Van der Meer een lastige kwestie. „Eigenlijk zou je van al die vijfduizend zaken moeten nagaan wat er precies is gebeurd, en dat is natuurlijk niet te doen.” Maar, zegt hij, deze recent gevonden lijsten bieden wel concrete aanknopingspunten. „Als mensen hierdoor hun carrière zijn misgelopen, is dat alle reden om daar eens goed naar te kijken.”

In 2003 maakte de Nederlandse regering 1,6 miljoen euro vrij voor onderzoek naar de geschiedenis van homovervolging in Nederland gedurende de Tweede Wereldoorlog. Het zou goed zijn, zegt woordvoerder Tijsma van het COC, als de overheid zich nu ook richt op de periode ná de oorlog.