Hoe het komt dat we sport leuk vinden – of juist niet

Sporten Waar de een niet zonder sporten kan, strandt bij de andere elke poging. Maar je kan van sporthater best een sportliefhebber worden.

Foto Maria Svarbova

Een leven zonder sport is voor Madelon Baans (40) nauwelijks voor te stellen. Als klein meisje plonsde ze het zwembad in, als tiener ontdekte ze haar talent en als volwassene zwom ze op drie Olympische Spelen. En nu, na haar zwemcarrière, sport ze nog steeds vrijwel dagelijks. „Ik word altijd een beetje onrustig als het er eens niet van komt”, zegt ze.

Niet iedereen is zo fanatiek als Baans. Tegenover iedere enthousiasteling die om zes uur opstaat om voor het werk nog even naar de sportschool te gaan, staat iemand die na vier keer joggen zijn of haar hardloopschoenen diep in de kast wegstopt. Hele volksstammen beloven zichzelf straks op 1 januari plechtig dat ze dit jaar toch echt gaan sporten. Velen zijn dat voornemen op 1 februari alweer vergeten.

Hoe komt het dat sommige mensen hun sportieve pogingen telkens weer opgeven, terwijl anderen niet zonder hun workouts kunnen? Wat zorgt ervoor dat we sport leuk vinden of juist niet?

Genen zijn een deel van de verklaring, zegt bewegingswetenschapper Nienke Schutte. Zij promoveerde afgelopen september aan de Vrije Universiteit met een onderzoek naar de rol van genen bij sportgedrag van pubers en jongvolwassenen. Hét sport-gen bestaat niet – er zijn tal van genetische factoren die samen (deels) uitmaken hoe waarschijnlijk het is dat iemand van sport houdt.

„Je genen bepalen bijvoorbeeld hoe sterk je van nature bent, en hoeveel vooruitgang je kunt boeken door training”, zegt Schutte. Daarnaast spelen persoonlijkheidskenmerken een rol, en ook die zijn genetisch bepaald. Eén daarvan is extraversie, bleek uit Schuttes onderzoek. „Extraverte mensen sporten vaker. Zij gaan op zoek naar prikkels, terwijl een introverte persoon snel overprikkeld raakt.” Ook discipline en openheid voor nieuwe ervaringen zijn van belang.

Esther de Boer uit Groningen herkent het effect van persoonskenmerken op sportgedrag. De Boer heeft het bedrijf The Body Buddy, ze is personal trainer en geeft bootcamplessen in de open lucht. Zelf sport ze zes keer per week. Ze hield een enquête onder haar klanten om erachter te komen waarom sommigen trouw elke les volgen, terwijl anderen geregeld verstek laten gaan. „De minder consequente mensen noemden zichzelf slechte planners en wispelturig”, vertelt De Boer. „De consequente bootcampers omschreven zichzelf juist als gedreven en gedisciplineerde doorzetters.”

De fanatiekelingen zeiden bovendien dat ze veel intrinsieke motivatie hadden om te sporten, terwijl de minder consequente sporters naar eigen zeggen veel minder sportdrang voelden. „Dat verschil heeft waarschijnlijk ook met genen te maken”, zegt onderzoekster Schutte. „Maar hoe dat precies werkt, weten we nog niet.”

Onderzoek bij muizen geeft misschien een aanwijzing. Beestjes die uit zichzelf in een rad gaan rennen, blijken gevoeliger voor de beloningsstofjes dopamine en serotonine dan hun soortgenoten die liever niets doen. Beweging is voor die actieve muizen net zo’n bevredigende ervaring als eten of drinken.

Beloning of straf?

Uiteindelijk gaat het erom dat je plezier en voldoening put uit het sporten. Zolang die positieve gevoelens het winnen van de spierpijn en uitputting, ga je door. Schutte: „Dat heet instrumentele conditionering. Het is alsof je een hond een trucje aanleert. Doet hij het goed, dan krijgt hij een brokje. Zo werkt het ook met sporten. Je ervaart het als een beloning of een straf. Die balans is het allerbelangrijkste.”

Genen alleen vertellen niet het hele verhaal. Of je hun invloed überhaupt merkt, is ook in grote mate afhankelijk van de omgeving. Je kunt het ideale genenpakket hebben om een topschaatser te worden, maar als je in een warm land woont zonder ijsbanen, zal je daarvan niet snel kunnen profiteren. Ook bij de balans tussen straf en beloning is de omgeving belangrijk. De beginnende fitnesser die op Instagram de hele dag imposante gespierde torso’s voorbij ziet komen, put minder voldoening uit zijn eigen sportschoolresultaten.

Extraverte mensen gaan op zoek naar prikkels, terwijl een introverte persoon snel overprikkeld raakt

Omgevingsfactoren beïnvloeden sportgedrag op meer manieren. In een groot onderzoek naar sport in Nederland uit 2014 noemt het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) er een paar. Inwoners van arme wijken met veel laagopgeleide inwoners van niet-westerse afkomst sporten minder vaak dan mensen uit rijkere, wittere buurten. „Onbekendheid met de sportcultuur” is een oorzaak van dat verschil, schrijft het SCP. Als je niemand kent die lid is van de voetbalclub of de zwemvereniging, kom je minder snel op het idee om zelf op zo’n sport te gaan. Ook niet als je toevallig geboren bent met de genen van een atleet.

Andersom zijn er natuurlijk mensen die als kind elk weekend door hun ouders naar verre uitwedstrijden gereden werden. En mensen met hockeyende broers, fitnessende zussen en kickboksende vrienden.

Trainingsmaatje

Oud-Olympiër Baans groeide op in zo’n stimulerende omgeving. „Mijn moeder liet mij en mijn broer sporten. Ik heb gymnastiek en ballet geprobeerd, maar dat was het niet. Toen mijn broer ging zwemmen,
ben ik hem achternagegaan.”

Deze foto’s komt uit de fotoserie In the Swimming Pool van de Slowaakse fotograaf Maria Svarbova. Ze fotografeerde in verschillende zwembaden in Slowakije, doorgaans daterend uit de communistische tijd. Foto Maria Svarbova

Het sociale aspect van het sporten is ook belangrijk, zegt het SCP. Je kunt een keer geen zin hebben om te trainen, maar als je trainingsmaatje je komt ophalen, moet je wel. Dat merkte Baans ook. Hoe meer tijd ze in het zwemmen stak, hoe meer de zwemvereniging ook een deel van haar bestaan werd. „Je sociale leven gaat zich daar ook afspelen, ik had er vriendjes en vriendinnetjes.”

Wat moet je doen als je genen en je omgeving een sporthater van je gemaakt hebben? Hoe verander je in een sportliefhebber? Allereerst door jezelf te accepteren, zegt Schutte. „Als je niet van superintensief bewegen houdt maar wel van gezellig een drankje drinken, ga dan op een teamsport. Ben je introvert, doe dan een sport waarbij je in je eentje bent. En als je moeilijk gewicht verliest, moet je niet elke keer op de weegschaal gaan staan. Meet in plaats daarvan je hartslag of hoe ver je kunt rennen.”

Personal trainer De Boer: „Word je bewust van de smoesjes die je brein verzint om niet te hoeven sporten. Stel concrete en realistische doelen. Twintig kilo afvallen in een maand gaat niet lukken. En sommige mensen zetten een stapje meer als ze zichzelf een beloning in het vooruitzicht stellen. Een vrouw die ik trainde wilde een tatoeage. We spraken af dat het pas mocht als ze haar doel had gehaald. Pas geleden heeft ze hem laten zetten.”

„Geef niet te snel op”, zegt oud-zwemster Baans. „Het duurt even voor je merkt wat sporten met je fitheid doet. Niet-sporters denken dat ze zich prima voelen, tot ze gaan sporten en erachter komen wat ze altijd gemist hebben.”