Grote twijfel aan bestaan van Sint Servaas

Archeologie Servatius was de eerste bisschop van Maastricht, luidt de lokale geschiedenis. Maar is dat wel waar? Of is dat een verzinsel van eeuwen later?

Bij de Maastrichtse Heiligdomsvaartommegang – hier in 2011 – wordt een buste van Sint Servaas door de stad gedragen. Foto Roger Cremers

De doorsnee katholiek in Maastricht twijfelt er niet aan. Voor hen is er maar één Sint Servaas: de eerste bisschop van de stad, de heilige die in de vierde eeuw heeft geleefd en wiens stoffelijke resten zijn bijgezet in de crypte van de naar hem genoemde basiliek. Maar voor archeologen Eric Wetzels en Gilbert Soeters van de gemeente Maastricht zijn er nog veel archeologische en historische onduidelijkheden rond het begin van de verering van Sint Servaas en het begin van het christendom in hun stad.

„Want hoe zit het met de magnum templum, de grote gedachteniskerk? Gregorius van Tours (538/539-594) noemt die als de kerk die in zijn tijd is gebouwd op de plek waar Servatius, die ook bisschop van Tongeren was geweest, in de Romeinse tijd zou zijn begraven.” En die is dus niet gevonden. Wetzels en Soeters: „Bij opgravingen in de jaren tachtig zijn weliswaar de resten van een klein stenen gebouw gevonden, maar die zijn niet onafhankelijk van de interpretatie magnum templum gedateerd.” Verder wijzen ze erop dat er in Maastricht géén archeologische vondsten uit de vierde eeuw zijn gedaan die ondubbelzinnig wijzen op het bestaan van een christelijke gemeenschap in die tijd.

Toen Wetzels en Soeters zich in de geschiedenis van Maastricht in de Late Oudheid en de Vroege Middeleeuwen verdiepten, ontdekten ze dat wetenschappers elkaar hebben nagepraat en dat het ook een beetje ‘zoekt en gij zult vinden’ was.

Bedenksel van Monulfus

Met open geest willen Wetzels en Soeters onderzoeken op basis van welke bronnen en archeologische vondsten de bestaande vroegchristelijke geschiedenis van Maastricht is geschreven en of alles wel klopt. Dat doen ze met wetenschappers uit verschillende disciplines uit binnen- en buitenland. „Je moet de geschiedenis van Maastricht in een context plaatsen. Daarom praten we met historici en archeologen uit de hele Maas-Rijn-Euregio, van Keulen tot aan Luik en Tongeren.”

Voor Regis de la Haye, docent kerkgeschiedenis aan de priesteropleiding Rolduc in Roermond en diaken van de Onze Lieve Vrouwekerk in Maastricht, is het wel duidelijk. Op een recent euregionaal colloquium in het Sint Servaas complex in Maastricht over vroegmiddeleeuwse religie betoogde hij dat er géén bewijs is voor een Maastrichtse bisschop Servatius in de vierde eeuw, en dat deze heilige een bedenksel was van de zesde-eeuwse Maastrichtse bisschop Monulfus, die een historische continuïteit wilde suggereren.

Dat betekent wel dat De la Haye twee historische teksten die Servatius als bisschop van Tongeren (dat was hij óók) in de vierde eeuw noemen, terzijde schuift. Ten eerste is volgens hem de bisschopslijst van het Concilie van Keulen in 346 een achtste-eeuwse ‘vervalsing’, en heeft zelfs het hele concilie nooit plaatsgevonden. Dat blijkt onder meer uit het voorkomen van een hele trits bisschoppen van steden die archeologisch en historisch aantoonbaar pas veel later een bisschopszetel hebben gekregen. Ten tweede meent hij dat het woord Tungrorum, ‘van Tongeren’, bij de naam van Servatius in het enig bekende handschrift van de Chronica van de christelijke schrijver Sulpicius Severus (363 - tussen 420 en 425) een toevoeging moet zijn van de monnik die de tekst in de elfde eeuw kopieerde.

Verspreidingskaarten

Dat baseert De la Haye op verspreidingskaarten van het christendom die hij heeft gemaakt op basis van bisschopslijsten van concilies tussen de vierde en vroege zevende eeuw. Die tonen volgens hem aan dat het geloof vanuit Frankrijk naar het noorden werd verspreid en dat er waarschijnlijk voor de zevende eeuw geen christelijke gemeenschap in Tongeren en Maastricht is geweest. De Servatius bij Sulpicius Severus was dus ‘gewoon’ een bisschop ergens in Gallië.

Op het colloquium waar hij zijn ideeën presenteerde, was er nogal wat kritiek op De la Hayes onderzoekmethode. Zijn verspreidingskaarten waren geen bewijs voor de afwezigheid van christelijke gemeenschappen in Tongeren en Maastricht in de vierde eeuw. „De afwezigheid van bewijs, is geen bewijs van afwezigheid”, stelde Frans Theuws, hoogleraar middeleeuwse archeologie aan de Universiteit Leiden. Verklaringen genoeg: bisschopslijsten konden incompleet zijn, bisschoppen konden vanwege ziekte of andere redenen niet aanwezig zijn geweest, en in plaats van door een bisschop kon een stad ook vertegenwoordigd zijn geweest door een andere geestelijke. „Historici hebben de neiging te institutioneel te denken.” Voor Theuws was de nabijheid van het vroegchristelijke keizerlijke hof in Trier een goed argument om aan te nemen dat er in Tongeren en Maastricht in de vierde eeuw juist wél al een christelijke gemeenschap was. Ook zagen hij en enkele aanwezige Duitse geleerden geen reden om aan te nemen dat Tungrorum in de tekst van Sulpicius Severus een aanvulling was van een latere kopiist.

Theuws, van wie recent een dik boek – F. Theuws en M. Kars, The Saint-Servatius complex in Maastricht, The Vrijthof Excavations (1969-1970), Habelt Verlag 2017 – is verschenen over het Sint Servaascomplex en de niet eerder gepubliceerde opgravingen op het Vrijthof in 1969 en 1970, zag het zo voor zich: Servatius was in de late vierde eeuw, toen Maastricht een Romeinse garnizoensstad was, bisschop in Tongeren. Daarop wees ook de vondst van een Romeinse basilica onder de Onze Lieve Vrouwekerk in Tongeren. Daar was hij ook gestorven. Dat maakt het minder waarschijnlijk dat hij bisschop van Maastricht was.

In de zesde eeuw, toen Maastricht groter en belangrijker dan Tongeren was geworden (omdat de handelsroute niet langer over de weg, maar over de rivier liep) had bisschop Monulfus de stoffelijke resten van Servatius naar Maastricht laten overbrengen, om zijn gezag een lange historiciteit te geven. Daarbij speelde een machtsstrijd tussen twee leidende groepen in Maastricht een bepalende rol, de volgelingen van de bisschop en die van de Merovingische koningen; een strijd die volgens Theuws ook is terug te vinden op het Vrijthof in twee duidelijk van elkaar gescheiden begraafplaatsen uit die tijd.

Historische en religieuze Servatius

„Voor het toenmalige kerkbestuur van de Sint Servaas was rond 2005, toen Theuws met zijn uitwerking begon, deze wetenschappelijke theorie, waarbij Servatius niet in Maastricht was gestorven, reden om zijn steun aan het onderzoek van Theuws in te trekken”, vertelt Wetzels. „Ook nu zijn ze nog steeds een beetje bang dat wij als onderzoekers hun de Heilige Servaas willen afpakken. Daarvoor hoeven ze niet bang te zijn. We proberen alleen de historische Servatius van de religieuze Sint Servatius te scheiden.”

Dat levert nog volop vragen en discussie op, want archeoloog Clemens Bayer uit Bonn ziet bijvoorbeeld niets in Theuws’ machtsstrijd. Het enige dat vaststaat is dat Monulfus de cultus van Servatius startte of uitbouwde. Vanaf dat moment is er een continue verering, en kwamen en komen er jaarlijks duizenden pelgrims naar Maastricht.