Gevlucht uit Afghanistan, nu verstopt bij een Zweeds gezin

Vluchtelingen

De Afghaanse vluchteling Ahmadzia krijgt geen asiel in Zweden. Marit Törnqvist helpt hem onderduiken. Meer Zweden doen dat – anderen geven vluchtelingen juist aan. ‘Ik zie die racistische overbuurvrouw steeds vaker naar binnen gluren.’

Maria Karin Walçzuk

De zon schijnt over de Drottninggatan, een winkelstraat in Stockholm, maar het begint echt koud te worden. Ahmadzia en Marit Törnqvist lopen samen over straat. Hij met de handen in zijn jaszakken, zij met handschoenen aan. „We gaan vandaag een muts en handschoenen voor je kopen”, zegt Törnqvist.

Törnqvist, een 53-jarige illustrator en schrijfster die pendelt tussen Nederland en Zweden, ontmoette Ahmadzia (27) anderhalf jaar geleden tijdens een bezoek aan een azc bij het Vättermeer. Afgelopen zomer zag ze hem terug – bleek, vermagerd en angstig. Uitgeprocedeerd.

„In Kabul wacht de dood op mij”, zei hij. Ze nam hem mee naar huis, verstopte hem, en zocht een nieuwe advocaat. Nu schuift ze hem rond van de ene woonplek naar de andere.

„Marit leerde me laatst hoe ik over straat moet lopen zonder verdacht te lijken”, zegt Ahmadzia. De twee beginnen te grinniken. Hij zet een paar forse stappen, maakt zijn slanke lichaam zo groot mogelijk – er verschijnt een glimlach op zijn gezicht. „Ik moet lopen alsof ik hier heel mijn leven hoor, alsof ik weet waar ik naartoe ga.”

Törnqvist wil dat Ahmadzia er verzorgd uitziet; ze geeft hem elke maand 410 euro. Ze nam hem laatst mee naar een huisarts in haar dorp. „Hij slaapt slecht, soms maar een paar uur, soms nachtenlang niet”, zegt ze. Hij heeft nu rustgevende pillen gekregen, hij lijdt aan ernstige stress. „Ik heb tegen de arts gezegd dat hij binnenkort meer verstopte vluchtelingen kan verwachten”, zegt Törnqvist. „Achter elkaar worden hier mensen uitgewezen die ondergronds gaan. De spanning die het onderduiken met zich meebrengt, maakt sommigen ziek en suïcidaal.”

Ahmadzia kan ieder moment worden opgepakt en naar het detentiecentrum worden gebracht. Dat beseft hij zodra hij buiten is. Zijn zaak is overgedragen aan de politie.

Törnqvist: „Als hij niet meteen opneemt, ben ik al ongerust.”

De twee gaan met elkaar om alsof ze vrienden zijn. Zijn ze dat ook?

Törnqvist denkt even na.

„Ik zie hem als een soort zoon. Dat maakt het simpel, dat maakt dat ik heel veel voor hem kan doen. Ik ben erg van hem gaan houden.”

Het belangrijkste is nu dat ik hem in leven houd

Haar twee dochters van 16 en 20 gaan ook goed met hem om. De jongste belt hem iedere dag.

Ahmadzia: „Mijn moeder overleed toen ik vier was. Ik denk niet dat ze ooit voor me zou doen wat Marit allemaal voor mij doet.”

Törnqvist vertelt verhalen over vluchtelingen, jonge mannen, die zich meteen vastklampen aan Zweedse vrouwen, voor hulp. „Ze noemen hen dan mama, na een week al, dat doen ze denk ik uit overlevingsdrang”, zegt Törnqvist. Ahmadzia: „Eigenlijk is dat een vorm van flirten.”

Ahmadzia weet niet hoe lang hij nog in deze onzekere situatie wil leven. Als het te lang duurt, wil hij iemand vinden die hem naar een ander land smokkelt, buiten Europa. Na vier jaar kan hij opnieuw een asielaanvraag in de EU indienen. „Het belangrijkste is nu dat ik hem in leven houd”, zegt Törnqvist later telefonisch. „Er zijn momenten dat hij zo depressief is dat hij zegt dat hij er een einde aan wil maken.”

Wat als hij toch wordt opgepakt? „Ik weet het niet, dat is het ergste. Deze machteloosheid heb ik niet eerder gevoeld. Maar ik ben niet alleen. Veel Zweden voelen diepe schaamte voor wat op dit moment in hun land gebeurt. Mogelijk kunnen we samen veranderingen forceren.”

Deal met Afghanistan

Sinds 2015 hebben 196.170 Afghanen asiel aangevraagd in Europa. Ze zijn na Syriërs de grootste vluchtelingengroep. Bijna 33.000 Afghanen gingen naar Zweden, het Europese land dat per inwoner de meeste mensen opving. 3.865 kwamen naar Nederland.

Omdat Afghanistan als een veilig land wordt gezien, worden de meesten teruggestuurd. Vorig jaar sloot de Europese Unie een deal met Afghanistan over de terugkeer van tienduizenden Afghanen. Zweden wil meer dan 21.000 Afghanen uitzetten. Hoeveel van hen echt terugkeren, is niet duidelijk. Een groot deel is verdwenen in de illegaliteit. Sommigen zitten ondergedoken bij Zweedse gezinnen.

Zo ook Ahmadzia, die zijn achternaam (bekend bij NRC) niet wil delen. Als hij zou opdagen bij zijn laatste afspraak met de Zweedse migratiedienst zou hij waarschijnlijk naar een detentiecentrum worden gebracht en worden uitgezet. Er zijn momenteel 17.000 zaken als die van Ahmadzia overgedragen aan de Zweedse politie.

Een groot deel, 13.000 mensen, is de politie uit het zicht verloren, zegt Patrik Engström, hoofd van de Zweedse grenspolitie. „Velen zijn of teruggekeerd of zitten ondergedoken.” Het is uniek in Zweden dat zo’n grote groep wordt uitgezet, zegt hij. „We verwachten dat er de komende jaren nog 40.000 of 50.000 bijkomen.”

Veel Zweden voelen diepe schaamte voor wat op dit moment in hun land gebeurt.

Engström weet dat veel Zweden mensen helpen onderduiken. „We zijn van oudsher een tolerant land voor vluchtelingen. De laatste grote groep kwam in 2015, het ging vaak om jonge alleenstaande mannen. Veel Zweden hebben hen op pad geholpen en raakten gehecht aan ze. Ze zien vluchtelingen niet als groep; ze kennen de individuen.”

Maar niet iedereen is er blij mee. Sommigen melden het bij de politie wanneer ze zien dat hun buren migranten in huis opnemen. „Op die manier vinden we per jaar honderden mensen.”

Ahmadzia zegt niet terug te kunnen vanwege een eerwraakkwestie. In Afghanistan komen veel kinderen klem te zitten door de regels rond uithuwelijking; hij zegt op die manier in conflict gekomen te zijn met een familielid dat in het Afghaanse parlement zit en een arrestatiebevel tegen hem uitvaardigde. Hij vreest direct bij aankomst gearresteerd en gedood te worden. Een oom die hem probeerde te helpen, is al vermoord, zegt hij.

De Zweedse asieladvocaat Almina Imamovic heeft zijn zaak bekeken en om herziening gevraagd. Ze gaat nu een klacht indienen bij de Hoge Raad. „Ik denk – nee, ik wéét dat hij recht heeft op een permanente verblijfsvergunning in Zweden. Ahmadzia ondervindt een gegronde angst voor terugkeer naar zijn thuisland. Hij wordt daar vervolgd en gezocht. De kans is zeer groot dat hij daar gedood zal worden.”

Er is volgens de advocaat van alles misgegaan in de procedure. „Allereerst heeft hij geen tolk gehad die de juiste taal sprak. Daarna heeft de juriste van de migratiedienst die hem had moeten beschermen klakkeloos delen uit een andere zaak gekopieerd, om er zo snel mogelijk vanaf te zijn. Er was zelfs een naam gekopieerd uit een andere zaak.”

Racistische overbuurvrouw

Die avond zit Ahmadzia aan de eettafel van een huis in een buitenwijk van Stockholm. Tegenover hem de vrouw bij wie hij nu een maand ondergedoken zit, ze is een kennis van Törnqvist.

„Ik heb slecht nieuws”, zegt ze, in het Engels. „Ik had je toch verteld over die racistische overbuurvrouw van ons die op de Zweden Democraten stemt?”

Ahmadzia knikt.

De vrouw slaat haar hand op tafel, haar korte blonde haren wapperen heen en weer.

„Ik zie haar de laatste tijd steeds vaker langs ons huis lopen en naar binnen gluren”, zegt ze. „Vanochtend vroeg ze mij wie die jongen is die hier steeds naar binnen loopt. Volgens mij heeft ze door wat er aan de hand is.”

Ahmadzia slaat zijn donkere ogen neer. Hij fluistert: „Sorry dat ik jullie in deze situatie heb gebracht.”

Hij loopt naar zijn slaapkamer en doet de deur dicht. De Zweedse vrouw blijft zitten.

„Ik ken hem nog niet zo goed dat ik er nu meteen achteraan ga”, zegt ze.

Ze valt even stil.

Ik weet dat wij niet de enigen zijn die Afghaanse jongens helpen onderduiken, maar niemand zal het toegeven.

„Misschien had ik het niet zo heftig moeten brengen. Stel dat de buurvrouw de politie belt. Dan word ik echt woest. Ik weet dat ze een hekel heeft aan vluchtelingen, dus die kans bestaat. Als hij maar niet denkt dat hij weg moet. Ik mag toch zelf weten wie hier slaapt?”

De 56-jarige vrouw woont samen met haar 18-jarige dochter, haar studerende zoon is uit huis. „Ik vind het gezellig als er veel mensen in ons huis zijn. En ik heb nu al een tijd een lege kamer. Later hoorde ik van Marit dat ze een huis zocht voor een jongen die uitgezet wordt. Mijn dochter stond erbij toen ze het vertelde. We zeiden meteen: ‘Hij komt bij ons wonen!’”

Dat was vier weken geleden.

Ze spraken af om het aan niemand te vertellen. „Ik weet dat wij niet de enigen zijn die Afghaanse jongens helpen onderduiken, maar niemand zal het toegeven.”

Volgens de Zweedse vrouw is wat zij doet niet illegaal. „Wel als ik hem de grens over zou smokkelen.” Als hij wordt aangehouden door de politie heeft het alleen consequenties voor hem, zegt ze.

In Zweden is het inderdaad niet strafbaar om uitgeprocedeerde asielzoekers onderdak te bieden, tenzij er geld voor wordt gevraagd. (In Nederland is het strafbaar om er geen melding van te doen, laat een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid weten.) De Zweedse vrouw helpt wel iemand de wet te overtreden. „Als er een eerlijk proces zou zijn geweest, had hij in Zweden mogen blijven. Maar dat is niet zo.”

Ahmadzia slaapt in een paarse kamer. Tegen de linkermuur staat een kast vol boeken van Zweedse schrijvers als Stieg Larsson (van de Millennium-trilogie) en Selma Lagerlöf (Nils Holgerssons wonderbare reis).

Hij vindt het moeilijk om in het huis van het Zweedse gezin te wonen. „Het huis is van hout, ik durf ’s nachts niet naar de wc omdat het overal kraakt, ik ben bang dat ik ze wakker maak. Ze zeggen steeds dat ik me op mijn gemak moet voelen, maar toch lukt dat niet. Ik lig vaak gewoon in mijn bed op mijn kamer. Vrienden nodig ik nooit uit. En straks krijgen ze nog last met de buren door mij. Ik ga op zoek naar een andere plek om te slapen.”

Bekijk ook de video: Wat er écht gebeurt in Zweden: