Eerst een kaakslag, achteraf een knuffel

Vechtafspraken voetbalsupporters

Supporters van kleine en grote clubs spreken via sociale media af om te knokken. Clubrivaliteit speelt nauwelijks een rol.

Het zand op het braakliggende terrein stuift op. Links een groep mannen gekleed in het zwart. Rechts staat een team met witte shirts. Ze lopen snel op elkaar af en schreeuwen „hooligans!”

Op armlengte afstand wordt de eerste kaakslag uitgedeeld. Het is een wirwar van armen, benen, oerkreten. Een deelnemer van team wit ligt op de grond. Enkele leden van team zwart staan niet meer op. Aan de zijkant worden ze aangemoedigd. Maar dan roept een toeschouwer: „Klaar, klaar! Stoppen jongens.” Daar houdt het Youtube-filmpje van 1 minuut en 47 seconden uit januari op. De titel: ‘Heftige beelden: hooligans Feyenoord en AZ met elkaar op de vuist.’

Dit soort afgesproken vechtbijeenkomsten tussen voetbalsupporters zijn er minstens een of twee keer per maand, blijkt uit het rapport Vechten op afspraak in opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap, dat donderdag is verschenen. De onderzoekers analyseerden beeldmateriaal, opsporingsdossiers en verhalen uit de media en hielden een survey onder medewerkers van betaaldvoetbalclubs. De onderzoekers vermoeden dat het fenomeen steeds vaker voorkomt; wetenschappelijk onderzoek ontbreekt.

Afgelegen terreinen

Uit een inventarisatie blijkt dat supporters van zeker 29 Betaald Voetbalorganisaties (BVO’s) vechten op afspraak – dus niet alleen aanhangers van grote clubs. De gemiddelde leeftijd van de vechtersbazen is 25. Die groepen bestaan steeds uit tientallen mannen, die elkaar meestal op afgelegen terreinen treffen en vermoedelijk via sociale media afspreken.

Opmerkelijk: rivaliteit tussen clubs speelt een ondergeschikte rol. „Je doet het vooral voor de kick”, zegt onderzoeker Tom van Ham. „Daarnaast gaat het om de status van de vechtgroep.” Na afloop geven tegenstanders in zo’n vechtpartij elkaar wel eens een „vriendschappelijke knuffel of een high five”, zag Van Ham. Een poosje geleden gingen twee rivaliserende knokploegen na afloop gezamenlijk een borrel drinken in de stad. Soms vechten ‘clubs’ met elkaar die nog nooit, of lang niet, tegen elkaar gevoetbald hebben.

In de vechtteams worden ook mensen betrokken die geen voetbalsupporters zijn, constateren de onderzoekers. „Jongens die bedreven zijn in vechtsporten”, zegt Van Ham. „Voor hen zit de winst erin om hun vaardigheden in praktijk te brengen. Voor de groep betekent het een sterke kracht.” Uit het onderzoek blijkt niet dat ze hiervoor worden betaald.

Geen wapens

Er gelden vaak regels, die steeds door een aantal kopstukken uit de knokploegen worden bepaald. Zoals: geen wapens. Of: stoppen als iemand blijft liggen. Aan de techniek lijken geen eisen te worden gesteld. „Op de beelden die we hebben bekeken, zie je dat het vooral belangrijk is dat je neerslaat wie je kan neerslaan.” Het kan er heftig aan toe gaan. „Als iemand neervalt, wordt deze in sommige gevallen toch nog aangevallen en tegen het hoofd geschopt. In die zin is het wachten op een dode of zwaargewonde”, aldus een geciteerde respondent.

Er is geen ‘officiële’ vechtcompetitie. „We hebben geruchten gehoord over ranglijsten, maar volgens mij houden ze het niet zo bij.” Soms volgt er op fora een soort nabeschouwing, zegt Van Ham. „‘Tof dat jullie er weer waren, echt goed gedaan’.”

Vanaf ongeveer 2007 worden dit soort gevechten in Nederland vaker op afspraak georganiseerd. Het geweld is verder uit de buurt van stadions gaan plaatsvinden, onder meer omdat het toezicht scherper werd en er camerabewaking kwam.

De georganiseerde vechtpartijen zoals die nu in Nederland gebeuren, vinden hun oorsprong in Rusland. Daar zien onderzoekers dat er bij vechtpartijen weleens onafhankelijke scheidsrechters en EHBO-posten zijn. Die ontwikkeling moet de Nederlandse politie zien te voorkomen, vindt Van Ham. De politie moet volgens Van Ham vooral in beeld krijgen wanneer en waar een knokpartij georganiseerd wordt. „Moeilijk, want het wordt heimelijk voorbereid.”