Recensie

Een vergeten feministe

Trien de Haan

Dankzij historicus Bart Lankester weten we nu dat de West-Friese boeren-dochter Trien de Haan een strijdbare, socialistische feministe was.

Trien de Haan voor het Centraal Station in Amsterdam, ca. 1929 Foto uit besproken boek

In de jaren vijftig nam Piet Meertens, wiens naam vereeuwigd is is een gelijknamig instituut en die ook nog een tijd lang voortleefde als A.P. Beerta in de romancyclus Het Bureau van J.J. Voskuil, het initiatief tot een Biografisch Woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland(1986). Het bevatte beknopte biografieën van bekende en onbekende figuren die in de linkse beweging in de negentiende en twintigste eeuw een rol(letje) hadden gespeeld. Tussen 1986 en 2003 verschenen negen delen.

Trien de Haan had in dit bonte gezelschap beslist een plaats verdiend. Dat we haar naam nu pas kennen, danken we aan historicus Bart Lankester (1955). Voor hem was De Haan niet zomaar een ontdekking, ze behoorde tot zijn familie als zus van zijn grootmoeder, die de tweede moeder van zijn vader was. Het gevaar van een hagiografie ligt dan op de loer, maar Lankester houdt genoeg afstand tot zijn onderwerp, al lees je tussen de regels door wel sympathie voor zijn stief oudtante.

Trien de Haan kwam in 1891 ter wereld als Trijntje Zwagerman in het West-Friese dorp Hauwert. Het gezin telde zes kinderen, van wie Trijnte (‘Trien’) de jongste was. Ze groeide op in een arm boerengezin, maar haar ouders waren er op gebrand dat de kinderen de armoede zouden ontvluchten. Met hulp van de dominee en de onderwijzer doorliep Trien de lagere school. Ze trouwde met Bart de Haan, afkomstig uit een Nederlands hervormd gezin, waar echter een portret van afvallige dominee en anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis aan de muur prijkte. Bart de Haan werd actief binnen het Nationaal Arbeidssecretariaat (NAS), een radicaal linkse vakbewegingsorganisatie die tussen de twee wereldoorlogen een rol van betekenis zou spelen. De Haan werd ook actief in de Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij (RSAP) van Henk Sneevliet, die zich tegen Stalin had gekeerd en eind jaren twintig de Communistische Partij van Holland (de latere CPN) verliet.

Sneevliet moet een charismatische man zijn geweest. In China is hij nog steeds een naam van enige betekenis sinds hij begin jaren twintig in opdracht van de Communistische Internationale de Chinezen meehielp een communistische partij te stichten.

Sneevliet had een bijzondere aantrekkingskracht op vrouwen. In zijn betrekkelijk korte leven (hij werd op 58-jarige leeftijd door de nazi’s geëxecuteerd) trouwde hij vier keer. Ook Trien de Haan kwam onder zijn bekoring, maar dan vooral van zijn geest. Binnen het NAS richtte ze een vrouwenbond op en schreef artikelen voor De Vrouwenkrant, waarvan ze ook de eindredactie had.

Echt bijzonder waren haar activiteiten voor de Nieuw-Malthusiaanse bond in de jaren dertig. Deze maakte zich sterk voor geboorteregeling- en planning en Trien de Haan richtte in haar woonplaats Hoorn een consultatiebureau op. Het is een opmerkelijk feit in de Nederlandse geschiedenis van de twintigste eeuw: terwijl christelijke vrouwen, ondanks het vrouwenkiesrecht sinds 1919, in het Interbellum ‘hun plaats moesten kennen’, waren socialistische vrouwen als Trien de Haan maatschappelijk zeer actief. En dikwijls in gevecht met vooroordelen van hun socialistische, maar niet altijd geëmancipeerde mannen.

De Tweede Wereldoorlog maakte een ruw einde aan haar aspiraties. Ze zat drie jaar gevangen in het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Na de oorlog leek ze even strijdbaar als voorheen. Nu de RSAP ter ziele was en de gehate stalinistische Communistische Partij van Nederland geen alternatief was, koos ze voor het pacifistisch socialisme, de PSP.

Op het oog leek de oorlog een korte onderbreking, maar die bleek ook voor haar een waterscheiding. Ze begon te lijden aan een posttraumatische stressstoornis: slapeloosheid, nachtmerries en angstaanvallen. Wat niet hielp was de wantrouwende opstelling van de overheid tijdens de Koude Oorlog. Met de grootst mogelijke tegenzin werden Trien de Haan uitkeringen toegekend, verdacht als ze bleef vanwege haar radicaal-socialistische overtuiging. Ze stierf in 1986, drie jaar voor de val van de Muur. Dat had ze niet betreurd, ze was geen fan van het stalinistische socialisme in Oost-Europa. Maar aan de vrouwenbeweging heeft ze met haar strijd voor geboorteregeling wel degelijk haar steentje bijgedragen.