Een school die makkelijk in de koffiekamer past

Basisonderwijs

De Tweede Kamer debatteert volgende week over de onderwijsbegroting. Kleine scholen krijgen van dit kabinet meer geld – tegen het advies van de Onderwijsraad in. Wat betekent dat voor de onderwijskwaliteit? Bericht van een Drentse basisschool met 39 leerlingen.

Van boven naar beneden: Kinderen van de Ter Darperschoele worden naar school gebracht; de verjaardagskalender van klas 1 (bestaande uit groep 1, 2 en 3); leerlingen helpen elkaar.

Groep 1 luistert naar de naam Kevin. Hij zit op een stoel in een hoek van het lokaal op zijn iPad een YouTube-filmpje te kijken. „Juf, Kevin kijkt weer naar brandweerman Sam!”, roept Renz, die een zesde deel uitmaakt van groep 2. De dynamiek in een combinatieklas 1-2-3, zegt docent Deirdre Smit, is deze: oudere kinderen vertellen het graag als een jonger kind iets doet wat buiten de regels valt. Helemaal nu groep 1 maar uit één leerling bestaat.

Bijna had de openbare Ter Darperschoele in het Drentse Wapse niet meer bestaan. Het bestuur, de stichting Talent Westerveld, wilde de school vorig jaar laten fuseren: te weinig leerlingen. Vorig jaar waren het er 53, dit jaar nog 39. Om de onderwijskwaliteit te garanderen, moeten er gemiddeld vijf leerlingen per leerjaar in de onderbouw zitten, vindt het bestuur. En het zal er elk schooljaar om spannen of de Ter Darperschoele dat zal halen.

Maar de 700 inwoners van Wapse lieten het er niet bij zitten. „Het hele dorp kwam in opstand”, zegt Jet Schuijt, moeder van vijf kinderen die naar de school gaan of zijn gegaan. Nog dezelfde week was er een bijeenkomst in het dorpshuis. Er kwam een werkgroep waar ook Wapsenaren zonder kinderen in plaats namen. Ze gingen de deuren langs: zeg, naar welke school stuur jij je kinderen straks? Door die telling wisten ze de leerlingenprognose iets naar boven bij te stellen. Uiteindelijk stemde de medezeggenschapsraad niet in met een fusie.

Door het hele land gaan basisschooltjes dicht, of dreigen ze dicht te gaan. Van het Twentse Agelo tot het Groningse Garnwerd, van het Noord-Brabantse Maashees tot het Zeeuwse Kerkwerve. Leerlingenkrimp is vaak de oorzaak, vooral buiten de stad. Volgens een prognose van de Dienst Uitvoering Onderwijs zal het aantal basisschoolleerlingen in 2025 gedaald zijn met bijna 100.000 ten opzichte van 2013. In 2015, het laatste jaar waarover cijfers bekend zijn, gingen 124 basisscholen dicht.

„We zitten hier in een van de Drentse gemeentes met de sterkste krimp”, zegt Jan Scholte Albers, bestuursvoorzitter van de stichting Talent Westerveld, waaronder nog negen basisscholen vallen – die in Eemster en Vledderveen zijn al gefuseerd. Er is ontgroening, vergrijzing, urbanisatie. Banen voor hoogopgeleiden bevinden zich in de stad. „Mijn kinderen hebben in Groningen gestudeerd”, zegt Scholte Albers. „Nu wonen en werken ze in Amsterdam.”

Darten, biljarten, toneel

Een sluiting van een school is vaak een ramp voor een dorp, vindt de Stichting Behoud Kleine Scholen, die in 2012 werd opgericht. Neem Wapse: als de school weg zou gaan, zou de peuterspeelzaal uit het dorpshuis verdwijnen. „En dan is zo’n dorpshuis niet meer rendabel te krijgen”, zegt Jet Schuijt, die voorzitter van de stichting is. De verenigingen die er gevestigd zijn – darten, biljarten, toneel – zouden vertrekken. Dan zouden alle voorzieningen verdwenen zijn. Voor boodschappen moeten Wapsenaren al naar Diever, vier kilometer verderop.

Wanneer moet een school dicht? Daar zijn geen duidelijke regels voor. Het Rijk hanteert een ondergrens voor het aantal leerlingen, die per gemeente verschilt: in de periferie kan het 23 leerlingen zijn, in de Randstad 180. Haalt de school dat drie jaar achter elkaar niet, dan stopt de financiering.

Maar schoolbesturen sluiten ook scholen die méér leerlingen hebben. De financiering kan bij zo’n besluit een rol spelen, omdat besturen bij een teruglopend leerlingenaantal minder geld krijgen van het Rijk, terwijl de schoolgebouwen even groot blijven. Het bestuur in Westerveld krijgt door de leerlingenkrimp 280.000 euro minder, zegt Scholte Albers. „En of we hier nou met zijn tienen of twintigen zitten, de tl-lampen moeten branden.” Leegstaande lokalen blijken moeilijk te verhuren.

Toch is opheffen of fuseren van scholen meestal duurder. Dat komt omdat het Rijk een kleinescholentoeslag verstrekt aan scholen onder de 145 leerlingen. Bij het schoolbestuur in Westerveld komt die neer op 575.000 euro voor het personeel. „Zonder die toeslag kunnen wij de scholen niet open houden”, zegt Scholte Albers.

‘Mijn opa zat hier nog op school’

Onderwijskwaliteit die onder druk komt, is ook een veel gehoord argument om een kleine school te sluiten. De vraag wat ‘kwaliteit’ dan is, is niet zo makkelijk te beantwoorden. Scholen met minder dan 100 leerlingen hebben meer kans als ‘zeer zwak’ te worden bestempeld. Maar een significant verband tussen krimp en onderwijskwaliteit is er niet, schreef de inspectie in 2012. Wel zijn kleine scholen kwetsbaar: combinatiegroepen eisen veel van leraren, er is een hoge werkdruk voor een klein team. Er kan minder overlegd worden met collega’s en zieken zorgen voor grotere problemen. Dat zijn risico’s voor de kwaliteit.

De leerkrachten van de Ter Darperschoele werken daarom samen met die van basisschool de Singelier (100 leerlingen), vier kilometer verderop. Leerkracht Henry Wolbrink van groep 7 en 8 is na tien jaar overgestapt, vertelt hij terwijl hij zijn boterhammen verorbert in de koffiekamer. Het leek hem wel wat, een kleine school: drie klassen in plaats zes. En het bevalt. „De lijntjes zijn korter, we voeren sneller overleg. Dat is heel prettig om te ervaren.”

In Wapse, zegt bestuursvoorzitter Scholte Albers, zit de kwetsbaarheid hem in de onzekere leerlingenaantallen. „Volgend jaar gaan tien achtstegroepers van school. Daar moeten genoeg nieuwe leerlingen voor terugkomen.”

Ouders denken dat dat goed zal komen. De loyaliteit in het dorp is groot – als je hier woont, gaat je kind niet zo snel elders naar school, tenzij het geloof meespeelt. Toen er sprake was van een fusie, reageerden veel dorpsbewoners dan ook vanuit emotie, zegt Scholte Albers. „Mijn opa zat hier nog op school!” Als dat omslaat en ouders hun kinderen van school gaan halen, kan het met een kleine school snel afgelopen zijn.

„Een laatste school is meer dan alleen een onderwijspunt”, zegt woordvoerder Stephanie Bekker van de Stichting Behoud Kleine Scholen. Zelf woont ze in Drimmelen, waar de basisschool inmiddels verdwenen is. „Het is het kloppend hart van de gemeenschap.” Bewoners en gemeente zouden daarom bij zo’n besluit betrokken moeten worden, vindt ze.

Pestgedrag

En hoe zit het met de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen? Vaak wordt gezegd dat kleine scholen daar een slechte invloed op hebben, omdat kinderen minder leeftijdsgenootjes ontmoeten om mee te spelen. Maar daarvoor is nauwelijks bewijs, schreef het Gronings Instituut voor Onderzoek en Onderwijs in 2014. Er zijn zelfs aanwijzingen voor het tegendeel: kinderen in combinatieklassen zijn behulpzamer en hebben meer vriendjes van verschillende leeftijden.

Dat is ook wat ze op de Ter Darperschoele zeggen. Pestgedrag wordt snel gezien, kinderen corrigeren elkaar, op kinderfeestjes komt voor het gemak de hele klas. „Om twee uur gaat de school uit en om drie uur stroomt het plein weer vol”, zegt docent Freek van Iersel over de sfeer tussen leerlingen.

De school is optimistisch. Docent Van Iersel is met directeur Margreet Langen bezig „van de nood een deugd te maken” – ze willen het onderwijs vernieuwen. „We stelden de vraag: wat zijn nou de kansen voor een kleine school?”, zegt Langen. „Omdat wij maar zo weinig leerlingen hebben, lopen we in gepersonaliseerd leren voorop.” Dat willen ze doorvoeren, misschien zelfs de klassen loslaten, muren doorbreken. „Mijn droom is dat het onderwijs hier zo goed is dat ouders hun kinderen vanuit omliggende dorpen brengen”, zegt Langen. En misschien, zegt Van Iersel, kan NRC schrijven dat er in Wapse mooie en betaalbare huizen staan? „De luchtkwaliteit is hier veel beter dan in de Randstad.”

Om scholen in krimpgebieden te behouden, steekt het kabinet 20 miljoen euro per jaar extra in de kleinescholentoeslagen. Tegen een advies van de Onderwijsraad in. „Kleine scholen zijn vaker zwak”, zegt Raymond Kubben van de raad. „Er is minder tijd voor onderwijsvernieuwing en leerkrachten bouwen minder routine met bijzondere gevallen op. Een kind dat extra zorg nodig heeft, bijvoorbeeld, komt op kleine scholen minder vaak voor. En als je toevallig pech hebt met een slechte leraar, is de impact daarvan groter.”

Door die kwetsbaarheid, zegt Kubben, staat de onderwijskwaliteit in dunbevolkte gebieden onder druk. „Dat is een probleem, want ieder kind heeft recht op goed onderwijs.”

Hoe vinden leerlingen het om les te hebben op zo’n kleine school? „Dit is helemaal geen kleine school!”, reageren drie kinderen uit groep 2. „Er zijn heel veel klassen.”

Achtstegroeper Lucas (11), die met Berend (11) en Leon (11) in de middenruimte van de school aan het werk is, vindt het „soms niet zo leuk”. „Op een grotere school heb je meer keus tussen groepjes jongens, er zijn meer vriendjes.” Berend vindt een kleine school juist gezellig. Leon ook, hij noemt als voordeel dat ze met kinderen uit groep 7 spelen. „Maar we hebben geen keus!”, verzucht Lucas. „Onze hele school past in de koffiekamer.”

Nederland, Wapse, 23112017. Basisschool in Wapse gemaand Ten Darperschoele. Een kleine school waarbij kinderen met verschillende leeftijden in 1 klas zitten. Leerlingen zitten op hun tablet werkjes te maken. Fotograaf Remco Koers