Democratie in Cambodja? Dat hoeft van China niet

Cambodja

In Cambodja is onlangs een oppositiepartij verboden en moeten media sluiten. Het krijgt warme steun van donoren uit China.

Een schilder wist het beeldmerk van de nu verboden Cambodjaanse oppositiepartij CNRP. Foto Kith Serey/EPA

Mok Sopalla wordt in de gaten gehouden. Laatst zat hij bij de kapper toen twee agenten in burger hem wilden afluisteren. Ze mengden zich in het gesprek en vroegen zijn mening. „Ze hoopten dat ik de overheid zou aanvallen.” Maar Mok had hen door en hield zich op de vlakte.

Mok Sopalla woont in Battambang in Cambodja. Hij is 34 jaar en heeft een winkel waar je van alles kunt kopen, van shampoo en speelgoed tot frisdrank. Mok zit ook in het provinciebestuur van de grootste oppositiepartij van het land, de Cambodjaanse Nationale Reddingspartij.

Tenminste, dat zát hij. De rechter besloot op verzoek van de regering de CNRP te verbieden. Mok wacht nu op advies uit de partijtop. „Ik weet nog niet wat we gaan doen. Maar opgeven is voor mij geen optie, we moeten doorgaan met onze missie.”

De premier snijdt je keel af als hij je te bedreigend vindt

De democratie van Cambodja krijgt de ene na de andere klap te verduren zonder dat het internationaal veel aandacht krijgt. Premier Hun Sen probeert kritische geluiden zoveel mogelijk de kop in te drukken.

Zo is de belangrijkste oppositiepartij is zomaar verboden. Hun leider zit in de cel, op verdenking van het plannen van een staatsgreep. Meerdere radiozenders zijn gesloten, evenals een nationale krant. Een politiek café in hoofdstad Phnom Penh durft geen bijeenkomsten meer te organiseren. En deze week zei Hun Sen dat één van de belangrijkste nationale mensenrechtenorganisaties ook maar opgeheven moet worden.

Hoe kon het zover komen? Om te beginnen is het een illusie dat Cambodja ooit écht democratisch is geweest, zegt analist Cham Bunthet uit Phnom Penh. „De premier geeft je ademruimte. Maar zodra je te bedreigend voor hem wordt, neemt hij die weer af. En hij snijdt je keel ervoor af, als het nodig is.” Bunthet verwijst daarmee naar de moord vorig jaar op mensenrechtenactivist en politiek commentator Kem Ley. In Cambodja stond hij bekend om zijn simpele taal – en zijn kritiek op Hun Sen.

Een onafhankelijk onderzoek naar de opdrachtgever van die moord is er nooit gekomen, maar Bunthet en vele andere Cambodjanen weten wel wie erachter zat.

Lees ook het interview met de Cambodjaanse oppositiepoliticus Mu Sochua: ‘De leider van Cambodja is bang voor het volk’

Premier Hun Sen heeft slim geprofiteerd van „democratie spelen”, zoals Cham Bunthet het noemt. De VS en de EU stuurden de afgelopen jaren miljarden aan hulp naar Cambodja, in ruil voor democratisering en aandacht voor mensenrechten. Maar sinds 2015 zijn de Chinezen veruit de grootste donateurs en zij vragen daar niks voor terug. Deze financiële verschuiving biedt Hun Sen – hij is al ruim dertig jaar aan de macht – meer speelruimte.

Battambang is de tweede stad van Cambodja, maar erg druk is het met ongeveer 200.000 inwoners niet. Het is er stoffig en ontspannen, met hobbelwegen, veel laagbouw en westerse toeristen die af komen op de boeddhistische tempels en koloniale Franse architectuur. Tuktuk-bestuurders, sommigen liggend in een hangmat opgehangen in hun wagen, wachter er op klandizie.

In deze stad won oppositiepartij CNRP de lokale verkiezingen van juni dit jaar. Op bijna elke straathoek staan nog blauwe borden van de regeringspartij, maar dat is vaak voor de show. Op landelijk niveau bleef de CNRP net achter regeringspartij CPP steken, al scheelde het met een half miljoen stemmen maar weinig.

Die flinke winst van de oppositie was in juni een grote schok voor de regering. Volgend jaar zijn er nationale verkiezingen en ineens zagen Hun Sen en zijn partij dat ze niet zeker konden zijn van de steun onder het volk. De economie groeit, maar publieke voorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs blijven achter.

Lees ook over de 118 parlementsleden die per direct worden verbannen uit de politiek: Grootste oppositiepartij Cambodja ontbonden

Kleding strijken met de arbeiders

Hun Sen vertrouwt er dan ook niet op dat een simpel verbod op de grootste oppositiepartij genoeg is. Opzichtig probeert zijn CPP kiezers terug te winnen. De premier gaat ineens langs bij kledingfabrieken: de hallen waar Adidas, H&M en andere merken hun kleding laten maken. In die fabrieken had de oppositie altijd veel steun, nu staat Hun Sen er kleding te strijken tussen de arbeiders. Het is totaal zijn stijl niet, zeggen critici.

Oppositiepoliticus Mok Sopalla vertelt dat in een paar weken zeker dertig leden van zijn partij zijn overgestapt naar die van Hun Sen. „In ruil voor hun stem volgend jaar hebben ze geld toegezegd gekregen of het nieuwste model brommer, de Honda Dream 2018. Het zijn maar beloften.” Bij hem kwamen ze nog niet langs. „Ze weten dat ik koppig ben. Het heeft geen zin.”

Radiostation Voice of America, een van de weinige onafhankelijke media die dagelijks nieuws over Cambodja brengen, beschreef onlangs hoe de regeringspartij in dorpen langs gaat. Ze laat er inwoners op hun leven zweren volgend jaar op de CPP te stemmen, waarbij ze heilig water moeten drinken om de belofte kracht bij te zetten. In ruil krijgen ze drie keer 12,50 dollar, de eerste betaling enkele maanden voor de verkiezingen.

Ook zonder gekochte stemmen heeft de regeringspartij nog vaste aanhang. Veel jongeren vertrokken naar Thailand om te werken en vanuit het buitenland stemmen mag niet. De ouderen bleven achter en zij geloven dat Hun Sen hen heeft gered. Mede dankzij hem kwam er vrede, na vreselijke jaren onder het bewind van de communistische Rode Khmer in de jaren zeventig. Tijdens dit regime kwam bijna een kwart van de bevolking om.

Ouderen denken dat ze de CPP nog steeds dankbaar moeten zijn, zegt Pin Sreybo. Ze rolt met haar ogen als ze vertelt hoe een oudere man verderop dweept met Hun Sen. „En hij beïnvloedt de andere ouderen. Wij jongeren hebben een heel ander perspectief.” Pin verkoopt noedels in een rommelig straattentje, met rode plastic krukjes voor de klanten. Haar 3-jarige zoontje scharrelt om haar heen.

Te arm en te onbelangrijk

Vroeger werkte Pin als artiest, maar nu moet ze een constant inkomen hebben, vanwege de kinderen. Voor een toneeluitvoering heeft ze zich ooit in de Rode Khmer verdiept. Ze maakte die periode niet zelf mee, daarvoor is ze te jong. „Wat ik ervan leerde, is dat er toen vooral fysieke onderdrukking was. En nu? Nu leven we in het internettijdperk en gebruikt de overheid woorden om het volk in te perken.” Pin praat zachtjes en let goed op wie langs loopt, maar bang dat ze zelf in de gaten wordt gehouden lijkt ze niet. „Daar ben ik te arm voor en niet belangrijk genoeg.”

Wat als de jongeren in opstand zouden komen tegen de onderdrukking? Ze hebben allemaal op Facebook gezien hoe president Mugabe in Zimbabwe werd gedwongen om op te stappen. En één van de oppositieleiders die nu in Frankrijk woont, Sam Rainsy, zei tegen persbureau Reuters dat na Mugabe nu Hun Sen „snel aan de beurt is”. „Hij is niet meer van deze tijd”. Cruciaal verschil met Mugabe is alleen dat Hun Sen nog de volle steun heeft van leger en politie.

Oppositielid Mok Sopalla vertelt dat zelfs bij de kleinste bijeenkomsten ineens mensen in uniform op de stoep staan om hun overleg op te breken. „We zijn boos en ontdaan. Maar als we de straat op gaan, slaan ze ons met geweld neer. Daar zijn we bang voor.” Dan zou ineens het verhaal kloppen dat Hun Sen steeds rondbazuint: dat de oppositie een coup wil plegen. En dat zíjn partij nodig blijft voor de stabiliteit.

Pin Sreybo van de noedeltent heeft voorlopig geen plannen om te demonstreren. Ze was altijd lekker uitgesproken, vertelt Pin, maar dat heeft ze afgeleerd. Op Facebook ging een aankondiging rond dat delen of liken van politieke berichten kan worden bestraft. Ze is eerder verdrietig dan boos om wat er allemaal gebeurt, want echt verbaasd over het autoritaire optreden van Hun Sen is ze niet. „Hij houdt ons volk bewust arm en dom, zonder voor goed onderwijs te zorgen. Het breekt mijn hart dat zoveel slimme, jonge mensen geen kansen krijgen in ons land.”