Column

De terrorkat en de hond

Als kattenliefhebber valt het mij zwaar om deze column te schrijven. Zo’n vijftig jaar heb ik mijn leven gedeeld met een of meer katten, nooit heb ik een kwaad woord over ze willen horen. Maar nu mag ik niet langer wegkijken.

Helaas, terzake!

Andrea, een uiterst betrouwbaar lid van mijn familie, vertelde mij het volgende verhaal. In haar woonplaats, een middelgrote stad, ging zij de hond Snoop (spreek uit: snoep) uitlaten. Het is de hond van haar uitwonende zoon, zij paste die dag in haar eigen huis op hem. Snoop is een Engelse Stafford, een intelligente, gespierde hond waarmee je beter geen ruzie kunt krijgen. Maar voor zijn omgeving is Snoop een lieve hond die nog nooit een vlieg, zelfs geen vlo, kwaad heeft gedaan.

Andrea liet de aangelijnde Snoop die morgen om kwart voor acht uit. Ze liep langs de huizen toen ze bij een heg een kat hoorde grommen. Ze maande Snoop door te lopen, hoorde achter zich enig geblaas, draaide zich half om en zag hoe een zwart-witte kat minstens een meter boven de grond met gespreide voorpoten krijsend op haar afvloog. Niet Snoop, maar zij was het doelwit.

Terwijl ze de kat probeerde af te weren, greep Snoop vastberaden, maar kalm in. Hij nam de achterpoten en deels het achterwerk van de kat in zijn bek en bleef zo zitten. De kat was door het dolle heen en verweerde zich furieus. Andrea probeerde het dier te bevrijden, maar Snoop gaf geen sjoege. Hij hield de kat stevig tussen zijn kaken geklemd, want hij vond het maar rare gasten die je – dat zag je nu maar weer – nooit helemaal kon vertrouwen.

Intussen sloeg de kat woest zijn klauwen uit, zowel naar Andrea als naar Snoop. Hij – het was een kater – verwondde zijn tegenstanders ernstig. De armen van Andrea en de kop van Snoop zaten al onder het bloed toen de eigenaar van de kat met nog iemand toesnelde. Ze begonnen verwoed tegen Snoop te schoppen. „Pitbull, pitbull, de politie moet ’m doodschieten, de darmen van mijn kat liggen eruit”, schreeuwde de eigenaar. Steeds meer mensen stortten zich op Snoop. Die bleef onbewogen zitten, totdat iemand met een bezemstok zijn bek wist open te wrikken. De kat vloog gillend onder een auto en verdween later over hoge schuttingen.

De dierenambulance en de politie werden gealarmeerd. Andrea moest naar de huisarts voor hechtingen en antibiotica, de dierenarts vond bij Snoop kneuzingen in zijn kaken, oogkassen en op zijn lijf. De kat bleek er nog het best vanaf gekomen. Hij keerde na enkele dagen vrijwel ongedeerd terug, ook zijn darmen zaten nog steeds op de goede plek. Snoop had hem alleen maar vastgehouden, zonder door te bijten.

Andrea was diep geschokt door het geweld dat Snoop was aangedaan. Vooral toen later bleek dat de bewuste kat bekend stond als een zogenaamde terrorkat, een kat die de hele buurt terroriseerde, inclusief zijn huisgenoten, zoals de dochter van de eigenaar toegaf. Toch moesten niet deze kat en zijn eigenaar zich verantwoorden, maar Snoop. De politie nam hem een gedragstest af en constateerde dat het een rustige hond was.

Het duurde nog twee weken voor Andrea weer een hond durfde uit te laten. Terwijl ze mij haar verhaal vertelde, lag onze kat in een aangrenzende kamer onschuldig te slapen. Ik liet het maar zo.