‘Rijkstoeslag voor kleine basisscholen dient kwaliteit niet’

Het nieuwe kabinet wil kleine scholen helpen. Maar dat kan een risico zijn voor de kwaliteit, vreest de Onderwijsraad.

Minister Arie Slob vindt het belangrijk dat elk kind in de buurt naar school kan. Remco Koers

De toeslag die het Rijk betaalt aan basisscholen met minder dan 145 leerlingen, bevordert de onderwijskwaliteit niet. Dat zegt Raymond Kubben van de Onderwijsraad op basis van eerdere adviezen van de raad uit. Het nieuwe kabinet steekt juist 20 miljoen euro per jaar extra in de zogenoemde kleine-scholentoeslag, op een jaarlijks bedrag van zo’n 100 miljoen euro. Daarmee wil het kabinet scholen helpen die kampen met dalende leerlingenaantallen.

„De raad gunt elk kind een school op loopafstand, maar dat kan niet altijd als je wilt dat de onderwijskwaliteit overal hoog blijft”, zegt Kubben. In plaats van een kleine-scholentoeslag te verstrekken, ook aan scholen in de grote steden, zou veel gerichter gekeken moeten worden op welke plekken scholen behouden moeten blijven en wat daarvoor nodig is, vindt de Onderwijsraad. „Basale keuzevrijheid is nodig: er moet bijzonder en openbaar onderwijs binnen redelijke afstand zijn. Maar misschien niet meer in je eigen dorp.”

Kleine scholen zijn kwetsbaar

Kleine scholen zijn kwetsbaar: de werkdruk ligt hoger, er is een klein team waardoor minder overleg mogelijk is, de impact van een zieke is groter en er blijft minder tijd over voor onderwijsverbetering. Ze worden door de Inspectie van het Onderwijs iets vaker als zeer zwak beoordeeld. Omdat de overheid schoolbesturen per leerling betaalt, kampen kleine scholen ook met teruglopende budgetten.

Scholen onder de 100 leerlingen zouden daarom wat de Onderwijsraad betreft niet meer mogen bestaan. „We willen dat de kwaliteit van het onderwijs door het hele land gegarandeerd is, ook in dunbevolkte gebieden. Ieder kind heeft recht op goed onderwijs”, zegt Kubben.

Nederland telt zo’n 1.000 basisscholen met minder dan 100 leerlingen; zo’n 17 procent van het totaal. Ruim 400 basisscholen zijn de laatste school in het dorp. Een significant verband tussen onderwijskwaliteit en de omvang van de school is er echter niet, schreef de inspectie in 2012. Er zijn ook veel kleine scholen met een hoge kwaliteit.

Laatste dorpsscholen

De Stichting Behoud Kleine Scholen, in 2012 door ouders opgericht, vindt dat ook gevolgen voor een dorp op de lange termijn moeten worden meegewogen bij de beslissing een school al dan niet te sluiten. De gemeente en bewoners zouden betrokken moeten worden, zegt woordvoerder Stephanie Bekker. „Een dorpsschool is meer dan alleen een onderwijspunt; het is het kloppend hart van de gemeenschap.” Door een school te sluiten, zegt ze, gaat de leefbaarheid van een dorp achteruit.

Minister voor basis- en voortgezet onderwijs Arie Slob vindt het belangrijk dat onderwijs in krimpgebieden behouden blijft. „Ieder kind heeft waar enigszins mogelijk recht op een school in de buurt.