De mooiste competitie, maar zonder een Audi op de oprit

Nederlandse vrouwen bij Arsenal

Engeland trekt vanwege het niveau en toch ook het geld. Bij Arsenal spelen vier Nederlanders.

Vivianne Miedema krijgt een bemoedigend schouderklopje van Dominique Janssen. Foto Naomi Baker/Getty Images

Eén voor één druppelen ze de Amerikaanse koffieketen binnen, gelegen aan de hoofdstraat in Elstree and Borehamwood, even ten noorden van Londen. Het gezicht van Sari van Veenendaal klaart op van de kerstversiering. „Wat mij betreft mag het elke dag Kerst zijn.”

Vier Nederlandse voetbalvrouwen spelen sinds dit seizoen samen voor topclub Arsenal. Van Veenendaal maakte met Dominique Janssen in 2015 de overstap naar Londen. Kort daarna kregen ze gezelschap van middenvelder Daniëlle van de Donk. „We kenden elkaar alleen van het nationale elftal, maar hadden geen speciale band”, zegt Janssen. „Nu wel. Ik denk dat het goed is geweest dat we in het begin hebben samengewoond, dan kun je elkaar helpen.”

Vivianne Miedema, die deze zomer overkwam van Bayern München, maakt het Nederlandse kwartet, The Dutchies, compleet. Dezelfde nationaliteit, maar verschillende karakters. Miedema: „Do [Janssen, red.] is rustig. Daan is een beetje rebels. Als er wat gebeurt op de training, dan weet je dat zij in de buurt is. Ik ben vrij nuchter. Sari is de moeder van het stel, zij regelt alles. We hebben ook allemaal verschillende ideeën over voetbal, dat maakt het leuk.”

Vier Nederlanders debuteerden

Steeds meer Nederlandse speelsters kiezen voor een avontuur in het buitenland, in het spoor van het succes van de Oranjevrouwen op het EK, afgelopen zomer. Engeland is de populairste bestemming. Alleen al dit jaar maakten vier Nederlandse speelsters hun debuut in de Engelse competitie, vijf waren er al actief. Wat het land zo aantrekkelijk maakt? „Alles”, zegt Van Veenendaal. „Het niveau, de omstandigheden, de faciliteiten.”

Miedema: „Het is ook de manier van voetballen die goed bij ons past. In Duitsland is het spel gericht op rennen, lange ballen en we zien wel twat er uitkomt. In Engeland draait het om het voetballen.”

Janssen: „Het is fijn dat je je hier als speelster honderd procent kunt focussen op je sport. Zelfs in Duitsland verdiende ik niet zo veel als hier en was het voetballen meer parttime dan fulltime.”

Van Veenendaal: „We zien het als een voorrecht. Maar het is niet zo dat we allemaal een vrijstaand huis hebben met een Audi op de oprit.”

Miedema: „Mij maakt een auto niks uit.”

Van Veenendaal: „Jij hebt een tv.”

Miedema: „En wat voor een. Ding kostte me een maandsalaris.”

Van Veenendaal: „Nu kun je opzoeken wat ze verdient.”

Miedema: „Dat gaat niemand wat aan.”

Lees ook dit interview met Vivianne Miedema: ‘Wij moeten in grotere stadions spelen’

Een baan erbij is in Engeland niet nodig. Ze zouden er niet eens tijd voor hebben. De vrouwen trainen gemiddeld zes keer per week, met voorafgaand aan elke veldtraining een programma in de gym. Dat betekent dat ze dagelijks zo’n vijf uur op de club doorbrengen. De vrije momenten die ze hebben, worden besteed aan koffiedrinken of samen voetbal kijken. „Of ik ga even naar de club om een balletje te trappen met de assistent-trainer”, zegt Miedema.

De vrouwen trainen op hetzelfde complex als de mannen, maar spelen hun thuisduels op Meadow Park, een stadion voor 4.000 toeschouwers, vlak bij het station van Elstree and Borehamwood. Door de hoge grondprijzen hebben alle clubs in Londen moeite hun stadion en trainingscomplex met elkaar te verbinden. Vooralsnog is Manchester City, waar een loopbrug ligt tussen het stadion van de mannen en dat van de vrouwen, de enige club waar mannen, vrouwen en jeugd zo dicht op elkaar zitten.

Arsenal won de meeste prijzen

Als het om de prijzen gaat is Arsenal nog altijd de succesvolste club in het Engelse vrouwenvoetbal, hoewel de laatste titel dateert van 2012. Door een matige start staat Arsenal momenteel derde achter Chelsea en Manchester City. Reden voor het bestuur om vroeg in het seizoen trainer Pedro Martinez Losa te ontslaan.

Volgens Miedema zegt het veel over de professionalisering van het vrouwenvoetbal. „We gaan mee met het mannenvoetbal. Als je daar twee wedstrijden niet presteert, lig je eruit als trainer. Dat is niet per se een goede cultuur, maar hieraan zie je wel dat vrouwenvoetbal steeds belangrijker wordt bevonden.”

Sterker nog, toen de semi-professionele Women’s Super League (WSL1) in 2011 werd opgericht, sprak de FA de ambitie uit om er de sterkste competitie ter wereld van te maken. De tien clubs in de League ontvangen per jaar 136.410 euro van de bond. In Nederland krijgen vrouwenteams 50.000 euro per jaar.

Er zit een goede structuur in en het Engelse elftal presteert al jaren goed.

Daniëlle van de Donk

De Engelse bond gaat nog een stap verder door volgend seizoen de complete competitie te professionaliseren, wat betekent dat elke club de speelsters een contract moet aanbieden van minimaal zestien trainingsuren per week. Clubs die daar niet aan kunnen voldoen, dalen af naar de Women’s Super League 2.

In 2009 kwam de bond met centrale contracten. Speelsters van de nationale ploeg die bij een club uit de Premier League spelen, krijgen een bonus, tussen 28.000 en 34.000 euro per jaar, afhankelijk van hoe vaak iemand wordt geselecteerd, als zij bij een club in de WSL1 spelen.

Zo kunnen jaarsalarissen van Engelse topspeelsters als Stephanie Houghton, aanvoerder bij Manchester City en het nationale team, oplopen tot 74.000 euro per jaar. Het gevolg: alle 23 speelsters die afgelopen zomer bij het EK tot de Engelse selectie behoorden, spelen in eigen land. Van de Donk: „Het is duidelijk dat het helpt. Er zit een goede structuur in en het Engelse elftal presteert al jaren goed. Je moet investeren om iets te verdienen. En dat is gebeurd.”

Meer respect

Die investeringen leidden tot de bronzen medaille op het WK in 2015. Des te pijnlijker was de uitschakeling – nota bene door Nederland – in de halve finale van het EK, op 3 augustus in Enschede (3-0). Van de Donk: „Een aantal Engelse meiden is heel lief geweest. Maar eerlijk is eerlijk, wij waren teleurgesteld dat we in Londen geen groot onthaal kregen. Uiteindelijk heeft Arsenal nog geregeld dat we in de directors box mochten bij de mannen en daarna in de rust het veld op mochten.”

Janssen: „Om ze te pesten heb ik mijn medaille expres een paar weken in de kleedkamer laten hangen.”

„Ze hebben nu wel meer respect voor ons,” zegt Van Veenendaal lachend. „Maar serieus, uiteindelijk gaat het er niet om of we Nederlands of Engels zijn. Wij zijn gewoon voetballers van Arsenal en ik denk dat hier een mooie toekomst ligt.”