Onderwijs

Big Pharma heeft een slechte naam bij de geneeskundestudent

Onderwijsblog Hoge winsten en onbetaalbare medicijnen bederven het imago van de farmaceutische industrie bij geneeskundestudenten, schrijft Jelmer Savelkoel.

ANP XTRA Lex van Lieshout

Onlangs ben ik door een consultancy bedrijf benaderd om als geneeskundestudent aan een farmaceutisch bedrijf te vertellen wat voor beeld er over hen heerst, en ze vielen steil achterover. Zo’n negatief beeld heerst er toch niet onder studenten? Ja, zo’n beeld heerst er dus wel. Sla de krant eens open!

Niet snel daarna kwam de vraag of er een suggestie was om iets aan dit negatieve beeld te doen en er werd gedacht aan het bijstellen van het beeld via de professoren (lees: invloed uitoefenen op studenten via professoren). Daargelaten of hoogleraren hiervoor gevoelig zijn, is dit een ongewenste ontwikkeling. Hiermee wordt de diversiteit van opvattingen ten opzichte van de farmaceutische industrie verbloemd en rooskleurig verkocht, terwijl de Nederlandse bevolking deze industrie toch echt ziet als geldwolven.

Een goed voorbeeld waaruit de machtspositie van de farmaceutische industrie is gebleken is de dieptreurige kwestie rondom de vergoeding van het nieuwe medicijn Orkambi van 170.000 euro voor taaislijmziekte. Deze onrustige en schrijnende kwestie was moeilijk te verkroppen. De publieke sector trok de kosteneffectiviteit van het middel in twijfel, de industrie was gericht op het maximaliseren van de winst, en patiënten waar het middel wonderen verrichtte kwamen in de kou te staan. Komt nog bij dat de industrie haar machtspositie koste wat het kost wil behouden. Het bedrijf dat ik bezocht had het patent voor dit geneesmiddel niet in haar beheer.

Een andere gebeurtenis die ik graag aan bovenstaande situatie wil koppelen is de motie afgelopen februari van toenmalig Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD) over zelfcensuur en homogeniteit in het academische landschap. Het rumoer dat deze motie teweegbracht ging over het in kaart brengen van de politieke kleur op universiteiten, maar bovenstaand voorbeeld van de farmaceutische industrie geeft aan dat het bedrijfsleven ook maar wat graag zijn stempel drukt op jonge zielen. Vermoedelijk doel: beperking van vrijheid vanuit winstoogmerk. Bij opdrachtonderzoek wordt soms zelfcensuur opgelegd, zodat onwenselijke resultaten niet worden gepubliceerd.

Een gunstige attitude is gewenst onder geneeskundestudenten, want wees alstublieft niet te kritisch jegens ons. Wij zijn niet de stoutste jongens van de industrie, maar onze constructie om patenten te behouden via omwegen klopt inderdaad niet, aldus een farmaceutisch bedrijf. Welnu, deze brave jochies maken als industrie tezamen gemiddeld wel 15 tot 20 procent hogere winstmarges ten opzichte van andere bedrijfstakken. Een van de onderzoekers sprak zich in het NRC uit en zei als volgt dat er sprake is van een „volstrekte mismatch tussen ontwikkelingskosten en prijsstelling”. Deze laatste zin behoeft geen uitleg. Wat een lieverdjes zijn het toch!

Onlangs verzette een apotheker uit Den Haag zich tegen deze ongewenste praktijken door het middel Orkambi zelf goedkoper te gaan bereiden. Hiermee daagt hij de farmaceutische industrie uit. Deze vorm van magistrale bereiding is ook voorgesteld door de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Hopelijk leidt deze tegenbeweging tot een besef bij de industrie dat het verlengen van patenten via omwegen, ten behoeve van winstmaximalisatie, maatschappelijk niet langer door de beugel kan. Nog belangrijker, een verenigd front van politiek, apothekers en ook artsen die van zich laten horen kan misschien de sleutel zijn tot succes in het terugdringen van de mismatch in de prijsstelling. Als de farmaceutische industrie de grens mag opzoeken tot het maximaliseren van de winsten, dan mogen wij de grens opzoeken om de absurde prijzen te drukken.

Het goede gezicht

Toch wil ik het goede gezicht van de farmaceutische industrie ook laten zien. Wetenschappers werken in deze industrie aan nieuwe wondermiddelen voor gezondheid. Eén uit vele voorbeelden is de levensverwachting voor patiënten met hiv die tegenwoordig nagenoeg gelijk is aan die van de rest van de bevolking. Zet politiek, farmaceuten en artsen naast elkaar in plaats van tegenover elkaar. Suggestie van mijn kant is om de publieke discussie tussen politiek, zorgsector en farmaceutische industrie op gang te brengen. Dit in plaats van de ergernis over elkaar op te kroppen tot een volgend schrijnend voorbeeld zich voordoet. Leg eerst in een college à la DWDD university uit hoe de verhoudingen liggen.

De gezondheidszorg gaat ons allen aan. Zorg dat elke partij er is. Dan wordt er niet in afwezigheid over elkaar gesproken. Misschien dat deze gezamenlijke vorm leidt tot collectieve bewustwording van de spelletjes die gespeeld worden over de hoofden van patiënten. Laat iedereen zijn passie meenemen naar het debat en laten we niet voorbij gaan aan elkaars positieve kanten. Hopelijk voelt iedereen zich hierdoor uitgenodigd om deel te nemen.

Moraal van het verhaal. Laat de patiënt in het vervolg niet weer de dupe zijn van misselijke machtspelletjes en winstmaximalisatie! Als arts wil je een patiënt de zorg niet ontzeggen, de politiek wil dit evenmin, maar loskomen van de ijzeren greep van de farmaceutische industrie op de politiek moet worden besproken. Het gaat dus niet om invloed uitoefenen op, maar invloed uitoefenen mét alle partijen. Misschien dat de partijen en, nog belangrijker, alle patiënten hier baat bij hebben. En laat alstublieft de jonge geneeskundestudent zelf een mening vormen, die is kundig genoeg!

Jelmer Savelkoel studeert medicijnen aan de universiteit van Amsterdam.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.