Zowaar applaus voor AkzoNobel

Aandeelhoudersvergadering

Aandeelhouders verwijten AkzoNobel veel. Maar de splitsing van het bedrijf en het vooruitzicht van een vet dividend, zien ze wel zitten.

President-commissaris Antony Burgmans (links) en topman Thierry Vanlancker bij de aandeelhoudersvergadering. Foto Remko de Waal/ANP

Het kwam aarzelend op gang, maar topman Thierry Vanlancker van AkzoNobel (46.000 werknemers, 14,2 miljard euro omzet) kreeg donderdag iets voor elkaar wat een paar maanden geleden onmogelijk leek. Hij kreeg applaus van zijn aandeelhouders. Maar dat betekent niet dat het bedrijf uit de problemen is.

Beleggers waren naar het Hilton in Amsterdam gekomen om hun goedkeuring te geven aan de voorgenomen splitsing van het verf- en chemieconcern én aan de benoeming van drie nieuwe commissarissen. Die goedkeuring gaven ze, massaal. Ze zagen bovendien een ontspannen bestuursvoorzitter. „Met alle drukte en commentaren zou je haast vergeten dat AkzoNobel heel stevig in de top-3 van de wereldwijde verf- en lakkenmarkt staat”, zei Vanlancker strijdbaar en zelfverzekerd. „Woorden als aangeschoten wild zijn op ons niet van toepassing.” In de zaal gingen de handen op elkaar.

Het waren vooral de particuliere beleggers die hun enthousiasme de vrije loop lieten, blij om weer eens wat positiefs te horen. Institutionele partijen hielden zich opvallend stil. De twee vertegenwoordigers van de Amerikaanse grootaandeelhouder en activistisch hedgefonds Elliott zaten gapend achterin de zaal.

Toch moet ook dat als een verademing voelen voor bestuurders en commissarissen van het verfbedrijf. Er is bij AkzoNobel in de voorbije negen maanden – sinds concurrent PPG plotseling ten tonele verscheen om het Nederlandse concern over te nemen – meer op de onderneming afgekomen dan in de tien jaar daarvoor. Het woord stroomversnelling dekt de lading niet. AkzoNobel is in een wildwaterbaan beland waarin zelfstandig sturen nauwelijks nog mogelijk leek, laat staan geloofwaardig een koers uitstippelen voor de lange termijn.

Zo ontketende Elliott deze zomer een opstand onder beleggers, omdat AkzoNobel ondanks een stevig overnamebod weigerde in gesprek te gaan met belager PPG. Elliott eiste daarop (zonder succes) het vertrek van president-commissaris Burgmans, tot in de rechtszaal aan toe. De sfeer op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering was ronduit vijandig. Topman Ton Büchner én de financieel directeur vertrokken om gezondheidsredenen. En dan kwam Akzo dit najaar óók nog met een winstwaarschuwing.

Lees ook: AkzoNobel verslaat Elliot, maar de dreiging blijft

Dus vanwaar nu die vreedzaamheid? Vooropgesteld: de afsplitsing van de chemietak, het belangrijkste besluit dat in stemming werd gebracht, is een lang gekoesterde wens van beleggers. Dat is ook niet verwonderlijk. Aandeelhouders houden niet van de bureaucratie van conglomeraten. Bovendien wordt de geschatte opbrengst van tussen de 8 en 12 miljard euro grotendeels uitgekeerd aan de aandeelhouders, zo heeft AkzoNobel beloofd. Daarop vooruitlopend kunnen Akzo-beleggers op 7 december al een superdividend van 1 miljard euro tegemoet zien. Het splitsingsplan, onderdeel van een ambitieuze strategie die AkzoNobel in april presenteerde om aandeelhouders te overtuigen van een zelfstandige toekomst, werd donderdag met 99,87 procent van de stemmen aangenomen.

Ook de benoeming van drie nieuwe commissarissen valt goed bij de aandeelhouders. Sterker nog, de voordracht van twee van hen was onderdeel van de wapenstilstand die Akzo en Elliott in augustus tekenden en die vorige week afliep. Het gaat daarbij om de Britten Patrick Thomas, de baas van het Duitse chemische bedrijf Covestro, en beroepscommissaris Sue Clark. Later heeft AkzoNobel nog voormalig Grontmij-topman Michiel Jaski naar voren geschoven. Hij is eveneens donderdag benoemd.

Toch heeft AkzoNobel nog genoeg om zich zorgen over te maken. Want het bedrijf oogt kwetsbaar in een markt die in de ban is van fusies en overnames, zeker wanneer het met de afsplitsing van de chemietak straks ruim eenderde van zijn omzet en de helft van zijn beurswaarde buiten zet. Vorige week nog mislukte een fusiepoging met de iets kleinere Amerikaanse branchegenoot Axalta. Gesteund door onder meer Elliott weigerde AkzoNobel een overnamepremie te betalen, waarna Axalta in onderhandeling ging met het Japanse Nippon Paint. De flirt leidde tot niets, maar gaf het signaal dat AkzoNobel wil meedoen in het fusiegeweld dat de markt beheerst, ondanks zijn gehamer op zelfstandigheid in het gevecht met PPG.

Misschien ligt daar ook wel een verklaring voor de tamme houding van grote beleggers op de bijeenkomst. Kwetsbaarheid mag voor AkzoNobel problematisch zijn, aandeelhouders zien juist graag een koper voorbij komen met een mooi bod.

De eerste cijferpresentatie van Akzo-topman Thierry Vanlancker deze zomer stelde teleur. Lees ook het interview met Vanlancker: ‘Je kunt het nooit goed doen’