Column

Weemoed als nieuw politiek winstmodel

Geloof in vooruitgang is altijd eigenbelang geweest: een hogere opleiding en een beter inkomen voor je kinderen. Dus nu mensen verval ervaren of vrezen, groeit het verlangen het bestaan stil te zetten. Weemoed als beschermingswal – voor het leven, voor de politiek. Laten wij de vlag en het volkslied eren. Blijf met je poten van Zwarte Piet af. Wat was die afgeschafte Wet-Hillen toch een schitterende wet.

Zucht naar stilstand is uiteraard de essentie van conservatisme. Maar conservatisme is hier na de oorlog nooit aangeslagen, en ook het huidige verlangen naar stilstand is dubbelzinnig. Je ziet zelden iemand die het internet wil stilzetten: online horen alle grenzen wagenwijd open te blijven, online is alle globalisering goed.

Toch groeit de weemoedpolitiek. Na de regeringsverklaring bewierookte Wilders ons land als „ooit het mooiste ter wereld, met eigen grenzen, een eigen cultuur”. Pechtold vroeg wanneer dat was, waarop hij dit „voor 1850” situeerde.

Baudet noemde vorig weekeinde het Europa van honderdvijftig jaar geleden als „de stralende zon van de wereld”. Destijds bevond „onze scheppingskracht zich op een absoluut hoogtepunt”, zei hij. Nu bevinden wij ons in een „duizelingwekkend destructieproces”.

Honderdvijftig jaar geleden: toen we nog geen algemeen kiesrecht hadden, en je pas mocht stemmen als je voldoende belasting betaalde. Honderdvijftig jaar geleden, in 1867, toen onze armlastige koning, Willem III, geen aanhanger van parlementaire democratie, het groothertogdom Luxemburg voor 5 miljoen gulden aan Napoleon verpatste – waarna een Europese oorlog tussen Pruisen en Frankrijk ternauwernood werd voorkomen. Honderdvijftig jaar geleden, 1867, toen Karl Marx het eerste deel van Das Kapital afrondde.

Ik wil niet suggereren dat alles in 1867 verkeerd ging, maar je kunt moeilijk volhouden dat het land er destijds perfect bij lag dankzij referenda, dat vrede door Europa waarde, dat er geen voedingsbodem voor volksopstand was, of dat de elites zich gedeisd hielden. Laat staan dat voor 1850 de zorg en het onderwijs zo fantastisch geregeld waren.

Het legt, vermoed ik, ook een lacune van onze traditionele politiek bloot: waar nieuw rechts dit verre verleden losjes samenvat en vereert, heeft de rest moeite aandacht te vestigen op nieuwe vooruitgang. Je kunt dit de brengers van weemoedpolitiek verwijten, zo moeilijk is dit niet, maar evengoed vullen zij een gat dat traditionele politici laten vallen.

Anders gezegd: als zelfs weemoed naar dit verleden een winnend politiek gebruiksartikel wordt, zegt dat vooral ook iets over het vertrouwen dat traditionele politici hebben in de toekomst die zij zeggen te zien.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.