Column

Waarom contant geld alleen maar populairder wordt

Het blijft een van de interessante raadsels van deze tijd. Nu elektronisch betalen zo in opkomst is, en nu ook de telefoon oprukt als betaalplatform, waarom blijft contant geld zo gevraagd? Sterker nog: waarom wordt cash alleen maar geliefder? Data van de Europese Centrale Bank wijzen uit dat bankbiljetten niet alleen blijvend populair zijn: de vraag neemt zelfs toe. Absoluut, en relatief: dat wil zeggen als deel van de omvang van de economie. Op basis van ECB-data steeg de waarde van alle euro-biletten in circulatie van gemiddeld 4 procent van het bbp vijftien jaar geleden, tot ruim 10 procent in juni van dit jaar.

Opmerkelijk is ook dat in Nederland, waar relatief veel elektronisch wordt betaald, dezelfde trend aan de gang is. Op basis van gegevens van De Nederlandsche Bank valt te berekenen dat de waarde van bankbiljetten in circulatie in 2002-2003 zo’n 3,5 procent bedroeg. Dat is inmiddels ruim verdubbeld tot 8,3 procent eind 2016.

De trend is wereldwijd, zo berekenden economen Clemens Jobst en Helmut Stix van de Oostenrijkse centrale bank. Dat geldt voor grote, internationale valuta’s, maar ook voor kleine. En voor welvarende en minder welvarende landen. De twee economen deelden hun bevindingen op de website Vox.eu van de economendenktank CEPR. En ze gingen op zoek naar mogelijke verklaringen.

Allereerst nemen de twee de mythe weg dat cash alleen maar is gedaald in populariteit. Als je de pieken in contant-geldgebruik van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog weghaalt, valt te zien dat het huidige niveau van geldgebruik veel weg heeft van wat daarvóór gebruikelijk was. Omdat de meeste statistieken beginnen in de jaren vijftig, dus na de oorlogspiek, is ten onrechte de indruk ontstaan dat het geldgebruik structureel daalde.

Dat maakt de recente stijging extra relevant. Jobst en Stix gaan één voor één alle mogelijke oorzaken langs. De lage rente verklaart de voorkeur voor cash maar voor een klein deel. De omvang van de schaduweconomie, vaak genoemd als verklaring voor blijvend cashgebruik, verklaart de stijging daarvan niet.

De enige stevige samenhang die wordt gevonden is het plaatsvinden van bankencrises. Na zo’n crisis stijgt het gebruik van contant geld. Ook als die crisis niet in de eigen economie heeft plaatsgevonden, maar in de buurt. En, belangrijk, het effect duurt heel lang voort. Maar dat elektronisch betalen dan? Dat rukt verder op, maar Jobst en Stix benadrukken dat contante betalingen gewoonlijk maar 15 procent van de vraag naar contant geld uitmaken. De rest is, aannemelijk, voor het oppotten. Dat kan betekenen dat, zelfs als iedereen voortaan alles pint, er slechts een deukje in de cashberg ontstaat.

Het gaat hier dus, samengevat, vooral om het vertrouwen in het financiële systeem. Liever geen enen en nullen op de computer van een bank, maar een tas op een goed gekozen plek (of een goed gekozen kluis). Maar die discussie over het wezen van ons fiduciaire geld dan, die reus op lemen voeten, die alleen maar bestaat omdat we er allemaal in geloven? Die is een beetje uitgedoofd, maar blijft op de achtergrond aanwezig. Een vertrouwensschok gaat, zo blijkt, niet zomaar weer weg. Maar wie argwanend tegenover het systeem staat, heeft weinig andere keus dan baar geld. Tenzij zich een alternatief aandient. Het zou heel goed kunnen dat de groeiende berg contanten verband houdt met de huidige bitcoinrage. Dat dit laatste eveneens gaat om abstracte nullen en enen, en nogal wat vertrouwen vergt, onderstreept misschien vooral hoe groot de argwaan in het oude financiële systeem nog steeds is.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten