Recht & Onrecht

Politie is vatbaarder voor vooroordelen dan andere beroepen

Recente incidenten doen twijfelen aan de onbevooroordeeldheid van de politie, schrijft Guus Meershoek in de Politiecolumn. Is er iets tegen politiële vooroordelen te doen?

Foto ANP / Evert Elzinga

Thorbecke vond dat een politie van onbesproken gedrag moest zijn, vanuit de verwachting dat haar interventies dan automatisch zouden worden aanvaard. Van die toestand lijken wij de laatste weken ver verwijderd. De strafzaak naar aanleiding van de dood van Mitch Henriquez, het gedogen van de blokkade op de weg naar Dokkum, het zwartboek met getuigenissen van politiemensen die door eigen collega’s racistisch werden bejegend: al deze gebeurtenissen bliezen de gedachte nieuw leven in dat de politie bevooroordeeld is.

Het steekt als de organisatie die normoverschrijdend gedrag mag corrigeren, zich zelf niet aan de passende normen houdt. Is een politie die eigen collega’s geen veilige werkplek kan bezorgen, wel in staat om voor onze veiligheid te zorgen?

Geen cultuurmonitor

Op de vraag hoe binnen de Nationale Politie tegen minderheden wordt aangekeken, valt niet met zekerheid een antwoord te geven. Bij mijn weten zijn er naar dit thema geen enquêtes onder het personeel gehouden. De cultuurmonitor waarvan de minister van Veiligheid en Justitie het nieuwe korps zou voorzien en die uitsluitsel had kunnen geven, is er niet gekomen.

Nu is (vermeende) discriminatie door de politie geen nieuwe kwestie. Al sinds de jaren zeventig klinkt met tussenpozen de beschuldiging van racistische sentimenten en discriminatoir gedrag. De Haagse korpschef Kees Peijster reageerde prompt met politiële bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat en met de rekrutering van vrouwen teneinde de diversiteit van het personeel te vergroten. Ophef in de media en fraaie beleidsstukken gingen sindsdien hand in hand. Inmiddels zijn de interne omgangsvormen en de externe bejegening van minderheden aanmerkelijk verbeterd, overigens vooral dankzij de individuele assertiviteit van politievrouwen en het feit dat die zich gesteund wisten door een groeiend aantal seksegenoten in de korpsen.

Vatbaarder

Maar de geboekte vooruitgang is niet lineair. Het werk en de specifieke positie van de politie in de rechtshandhaving maken haar ook vatbaarder voor vooroordelen dan andere beroepsgroepen. Agenten moeten in allerlei volstrekt ontspoorde toestanden tegen de ergste overtreders optreden, daar wat orde aanbrengen en dan vertrekken naar het volgende incident. Vaak om teruggekeerd op het bureau te ontdekken dat de opgepakte overtreder van hogerhand weer op vrije voeten is gesteld. Dat is de rechtsstaat, daar is iedereen op gesteld, ook de politie, maar het maakt de frustratie niet minder. Afkeer van normafwijkers en het gevoel dat de grootste lastpakken niet hun verdiende loon krijgen, zitten in de politiefunctie ingebakken.

Politiekantine

Toch maakt het werk in die rauwe werkelijkheid politiemensen niet tot racisten. Tussen wat politiemensen ervaren en wat zij doen, tussen hoe zij zich onderling gedragen en hoe zij zich opstellen tegen het publiek is weinig samenhang, zo weten we uit onderzoek. Terwijl de externe, professionele rol wordt gecultiveerd, worden de buiten opgebouwde spanningen binnen afgereageerd. De Engelse politieonderzoeker P.A.J. Waddington noemde de politiekantine dan ook de ‘repair shop’ van het politiebedrijf. Politiemensen kunnen zich uit de naad werken voor een slachtoffer van mensenhandel en tegelijkertijd onderling spreken over die ‘trut’ die geen aangifte wil doen tegen de man die haar mishandelde. De scheiding tussen die werelden helpt individuele agenten om zich mentaal staande te houden maar maakt de politie als geheel tamelijk immuun voor projecten tot cultuurverandering, tot ergernis van departementsambtenaren en politiemanagers.

Zwartboek onontbeerlijk

Belangrijker dan te weten hoe in de politie tegen minderheden wordt aangekeken is daarom te merken in hoeverre de politie vasthoudt aan de eigen professionele normen. Het dichtst bij het vuur zitten de eigen collega’s. Verdere verbetering is vooral te verwachten als zij elkaar zo nodig durven aanspreken op misdragingen. Burgers zullen daar niet veel van merken. Behalve als er, zoals onlangs het geval was, een zwartboek wordt uitgebracht en dat de pers haalt. Een moedige en lovenswaardige actie. Zolang etnische minderheden ondervertegenwoordigd zijn in de organisatie, zijn zulke initiatieven voor vooruitgang onontbeerlijk.

Leidinggevenden hebben een grotere verantwoordelijkheid. Tegelijk is het voor hen lastiger er iets aan te doen. Politiemensen zijn zelfstandig in de uitoefening van hun taak. Misdragingen zijn niet altijd gemakkelijk te signaleren en wel gemakkelijk goed te praten. Een politiechef heeft niet alleen de zorg voor goede bejegening van burgers en collega’s maar ook voor de teamgeest en de gezamenlijke prestaties. Berispte collega’s dreigen al gauw af te haken. Een politiechef is geen militaire commandant die hen in het gelid kan zetten. Van leidinggevenden worden sensitiviteit, mensenkennis, moed en het goede voorbeeld gevergd.

Normen uitdragen

Het bevoegd gezag kan er nog minder aan doen. Een nieuwe taskforce instellen of een programmamanager aanwijzen stelt wellicht het parlement gerust maar zet geen zoden aan de dijk. Wat het wel kan doen, is het uitdragen van rechtsstatelijke normen en zo die leidinggevenden een steun in de rug bieden. Om die reden ergerde ik mij aan de slappe reactie van het kabinet op de blokkade op de weg naar Dokkum.


De Politiecolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld.

 

Blogger

Guus Meershoek

Guus Meershoek studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Hij publiceerde over verleden en heden van de Nederlandse politie.