Met een lekkere robot zou ik het wel doen

Theater Theatercollectief Nineties Productions creëert in Noir een dystopische nachtclub, in een wereld waar robots de dienst uitmaken.

Charlie Chan Dagelet in ‘Noir’ Foto’s Julian Maiwald

Zou je een robot als partner accepteren? Bij die intieme vraag kan je zomaar uitkomen als je bezig bent alle voordelen en nadelen van robotisering te wikken en te wegen. En dat wikken en wegen is precies wat theatercollectief Nineties Productions doet in hun nieuw voorstelling Noir. Robotisering is een ontwikkeling die de makers de nodige zorgen baart, maar bij de partnervraag blijken ze de robot behoorlijk goedgezind.

„Ja”, zegt regisseuse Anne Maike Mertens, „ik kan me dat wel voorstellen. Er zijn mensen die slechtere relaties hebben. Je eerste reactie is natuurlijk: nee. Want we zijn afkerig van alles wat kunstmatig is.” Ze lacht. „Maar als ik het doe dan moet het wel een verdomd goede, lekkere robot zijn.” Ook acteur Yannick Noomen denkt, ondanks enige twijfels, dat hij het zou doen. „Het ligt wel ook aan de sociale context. Is het done of not done?” Hij wil niet die loser met die robotvrouw worden? Noomen: „Dat lijkt me zo ruk. Dat ik een voorloper ben die moet zeggen: ‘Dit is mijn vrouw. Ze is niet echt. Die van jullie wel.’ Maar als het fenomeen sociaal geaccepteerd is, zou ik het aandurven.”

De keuze voor het accepteren of afwijzen van een partner die een robot is, keert op verschillende manieren terug in Noir. Het is de eerste voorstelling die dit jonge en opwindende collectief maakt nadat het in september de BNG Bank Nieuwe Theatermakersprijs had gewonnen, van liefst 45.000 euro groot. Die kregen ze voor hun eerdere productie dit jaar, Untitled, 2017, een vrolijke theaterhappening waarin ze een eigen versie speelden van een oeverloze jarentachtig-tv-show met kunst, muziek en interviews.

Noir gaat juist enkele decennia in de tijd vooruit en creëert met melancholieke en jazzy filmmuziek een intrigerende dystopische nachtclub waarin personages ronddwalen in een wereld die is overgenomen door robots, drones en algoritmes. De sfeer is duister in de verlaten betonnen kantoorkolos in Amsterdam-Zuid waar het ‘nomadisch gezelschap’ repeteert en waar deze donderdag de première plaatsvindt.

De club is ‘een analoge vrijhaven’ waar je je kan terugtrekken en waar het veilig is, zegt Mertens. Sanne den Hartogh speelt een figuur die zichzelf vergeefs probeert te vermaken met alle digitale fantasieën die er maar voorhanden zijn. En als ‘moederloze robot’ rapt hij dat hij niet kan huilen. Charlie Chan Dagelet is een rusteloze vamp, die in haar verwarring nog maar deels menselijk oogt.

Dat is ook de vraag in Noir, zegt regisseuse Mertens: in hoeverre blijft de mens nog menselijk en blijft het contact met andere mensen overeind als de automatisering en robotisering de overhand krijgen? Mertens: „Onze fantasieën over die toekomst blijken vol donkere gedachten te zitten. Onze angst is dat mensen de controle over digitale systemen gaan verliezen. Of sterker: dat we ons nu al bevinden in een fase waarin die controle ons uit de vingers glipt.”

Niet dat technologische ontwikkelingen in alle opzichten slecht zijn, zegt ze erbij. „Technologie maakt het gemakkelijker. We verdwalen niet meer en kunnen overal op de wereld communiceren met elkaar. Maar er wordt ons zoveel inspanning uit handen genomen dat we ons niet bewust zijn van wat we aan menselijkheid verliezen. Al onze foutjes, ons treuzelen, ons falen en onze onzekerheid dragen bij aan het feit dat we mens zijn.”

Alarmerende berichten over de vlucht die robotisering neemt, volgen elkaar dit jaar steeds sneller op. Mertens noemt het recente burgerschap van Saoedi-Arabië voor de robot Sophia. „Zij kan praten met andere robots over het bewustzijn van mensen. Zij hoort tot een generatie zelflerende robots, die door conversatie intelligenter worden. Met camera’s in hun ogen registreren ze menselijke gezichtsuitdrukkingen en wat die betekenen. Dat wordt opgeslagen en nooit meer vergeten.”

Het is een trend waar Metens „wel bang” van wordt. „Maar ik heb ook superveel geloof in het vermogen van mensen om op een hoger niveau contact te leggen en met elkaar verbindingen aan te gaan. De mens is een flexibel wezen, met voldoende veerkracht als het misgaat.”

Yannick Noomen speelt onder meer enkele figuren die nutteloos zijn verklaard, omdat hun beroepen niet meer bestaan, zoals een slager en een dichter. Hoezeer de arme slager verlangt naar het verleden en naar menselijk contact blijkt als hij vervalt in droevig gemompel in zichzelf, waarbij hij almaar herhaalt: „Kan ik u helpen? Anders nog iets?”

Mertens: „Dat soort dingen gaan we allemaal meemaken. Ik las een artikel over binnen twintig jaar verdwijnende beroepen. Soms klinkt dat logisch, zoals wanneer het over de postbode gaat. Soms verbaasde ik me ook, zoals bij de bankier, die werd voorgesteld als iemand die ook maar tussen twee computers in zit. Of bij de hartchirurg: bij een robot wordt de kans op fouten misschien wel kleiner. Beroepen in de psychiatrie, in de zorg en het welzijn lopen dan weer veel minder kans uit te sterven. Er zijn trouwens ook al robots die muziek kunnen maken. Dat werpt een andere interessante vraag op: kun je een robot volstoppen met data over kunst, zodat hij uiteindelijk een kunstwerk produceert?”

Uit de overbodigheid van de mens volgt ook dat hij zich ellendig voelt. Stephanie Louwrier speelt bijvoorbeeld een vrouw die wanhopig probeert live entertainment in leven te houden, terwijl daar geen vraag meer naar is. Mertens: „Als wij ons de toekomst voorstellen zien wij afgestompte mensen die heel even uit hun cocon komen om iets te halen wat ze nodig hebben en dan weer terugschieten in hun virtuele werkelijkheid. Daar regeert de leegte.”

Op dat thema bedacht het collectief een reclame-act tegen de bore-out. De bore-out is de reeds bestaande opvolger van de burn-out, waarbij mensen door verveling en gebrek aan uitdagingen afgevlakt raken en geen prikkels meer ervaren. De reclame prijst software aan die opzettelijk fouten veroorzaakt, die de gebruiker kan corrigeren, opdat hij zich weer relevant voelt.

De reeks op angstbeelden geschoeide scènes in Noir maken een ernstigere indruk dan het ironische Untitled, 2017. Noomen: „We willen niet meer alles onderuit halen of kapot relativeren, zoals in het postmodernisme gebeurt. Ondanks de wetenschap dat wat we doen relatief is, proberen we toch iets te zeggen, hoe kortzichtig of hypocriet dat ook mag lijken. Dat hebben we het tenminste geprobeerd.”

Mertens: „Daar praten we veel over: wat is ironisch aan wat we doen, wat is oprecht? Ironie is vaak the easy way out. We proberen onze naïviteit te behouden en oprecht te zijn. De personages in Noir zijn naïef te noemen. Ze reflecteren niet op hun situatie, ze dealen met hun sores.”

Nineties Productions: Noir. Première: 30/11, Tripolis, Amsterdam. Tournee t/m 1 feb. Inl: ninetiesproductions.nl