Zonne-energie in Zaktubi, Burkina Faso. Het is een van de landen waar de Wereldbank probeert de energievoorziening duurzamer te maken.

Foto Ludovic Marin/Reuters

‘Klimaatschade werpt ontwikkelingslanden terug’

Wereldbankeconomoom Kristalina Georgieva De Wereldbank ziet arme landen lijden onder de klimaatverandering. Maar hoe groen is de bank zelf eigenlijk?

Ze zegt het tijdens het gesprek in Den Haag een paar keer met nadruk: klimaatverandering is een „grote bedreiging” voor de ontwikkeling van de armste landen op de wereld. Kristalina Georgieva, de nummer twee van de Wereldbank, vreest dat de vooruitgang die de afgelopen tijd is geboekt – minder honger, lagere sterfte, minder armoede – wordt „teruggedraaid” als de opwarming van de aarde zo doorgaat.

Voor Georgieva, verantwoordelijk voor de belangrijkste programma’s van de ontwikkelingsbank, betekent dat nogal wat. Hoe zorgt de bank, met een budget van zo’n 50 miljard euro dit jaar, dat projecten het klimaat ten goede komen en niet schaden?

De Bulgaarse was vorige week in Den Haag voor gesprekken met het nieuwe Nederlandse kabinet. De top van de Wereldbank doet Den Haag wel vaker aan: Nederland is de achtste donor van het fonds van de Wereldbank voor de allerarmste landen, het draagt de komende drie jaar 747 miljoen euro aan het fonds bij. Rutte III schroeft de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking de komende jaren op. „We zien in het nieuwe regeerakkoord een versterkte betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking”, zegt Georgieva in een zaaltje van werkgeversclub VNO-NCW. Daar had ze ook nog een gesprek van „bijna twee uur” met Hans de Boer, voorman van VNO-NCW. Nederlandse bedrijven, zegt Georgieva, hebben de Wereldbank „veel te bieden” op het gebied van klimaat. „Bijvoorbeeld in de duurzame voedselproductie en bij bescherming tegen overstromingen.”

De Wereldbank heeft zich ten doel gesteld dat 28 procent van alle financiering in 2020 ‘klimaatgerelateerd’ moet zijn, tegen 21 procent in 2015. Wat betekent dat?

„We investeren gigantisch in hernieuwbare energie, meer dan 11 miljard dollar in de afgelopen vijf jaar. Een voorbeeld: door zonneparken in Zambia, Senegal, Madagascar en Ethiopië tegelijk te ontwikkelen, zijn de kosten zo dramatisch gedaald dat zonne-energie nu betaalbaar is. Denk ook aan zonnecellen voor huishoudens, los van het elektriciteitsnet. We hebben 3,5 miljoen huishoudens in India aan zonnepanelen geholpen.

„Maar het gaat ons ook om aanpassing aan klimaatverandering. De armste landen dragen vaak amper bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot, maar ondervinden wel de enorme gevolgen: extreme droogte of juist grote wateroverlast en orkanen. In Bangladesh hebben we schuilkelders gebouwd tegen orkanen, voor drie miljoen mensen. We stimuleren ook bewustwording om extreme bevolkingsgroei tegen te gaan. Door onze onderwijsbeurzen voor meisjes in Bangladesh weten meer vrouwen iets over gezinsplanning. Ook dát noemen we klimaatgerelateerd.”

Maar het grootste deel van de financiering is niet ‘klimaatgerelateerd’. Kunt u garanderen dat u zelf niet bijdraagt aan extra CO2-emissies?

„Dat is niet doenlijk. Wij steken sinds 2010 geen geld meer in nieuwe kolencentrales. Maar we financieren natuurlijk wel wegen. Er zijn afgelegen gemeenschappen die hun landbouwproducten niet op de markt kunnen brengen zonder transport. Dan bouwen we een weg. En dat betekent natuurlijk dat er wat autoverkeer bijkomt. We moeten elke dag de afweging maken: draagt dit écht bij aan ontwikkeling? En dan moet je een balans vinden. Vroeger deden we bij zo’n weg geen milieu-effectrapportage. Nu wel.”

Toch ligt het klimaatbeleid van de Wereldbank onder vuur van maatschappelijke organisaties. De International Finance Corporation (IFC), een onderdeel van de Wereldbank dat via particuliere banken in bedrijven investeert, zou bijvoorbeeld via die banken uiteindelijk toch geld pompen in de fossiele energiesector.

Een groep organisaties uit de Filippijnen klaagde onlangs bij de ombudsman van de IFC over de financiering van kolencentrales door banken die krediet krijgen van de Wereldbank. Georgieva zegt daar niet op te kunnen reageren, omdat de klacht in behandeling is. Wat ze wel kwijt wil: „We kijken ernaar hoe we, als we werken via andere instellingen, meer door de ‘klimaatlens’ kunnen kijken. Dat is werk in uitvoering.”

Een andere klacht, van de organisatie Bank Information Center, luidt dat overheden in onder meer Peru, Mozambique en Egypte die geld krijgen van de Wereldbank voor de energietransitie, het geld in plaats daarvan in ‘fossiel’ steken. „Feitelijk onjuist”, zei de Wereldbank daarover eerder dit jaar in een verklaring. Georgieva: „In Egypte en elders werken we er juist hard aan met de regering om fossiele energie af te bouwen”.

Niet iedereen vindt dat de Wereldbank meer moet doen voor het klimaat. De Verenigde Staten, de grootste donor van de bank na het Verenigd Koninkrijk, vinden onder president Donald Trump dat de bank wél weer meer kolencentrales zou moeten financieren. Goedkope energie zou arme landen verder helpen.

Luistert u naar de Amerikanen?

„We zijn ervan overtuigd dat we het juiste doen. Veel van de landen waar wij actief zijn, zijn zélf uiterst bezorgd over het klimaat. Ook landen die tot voor kort wat minder aan de discussie over klimaatverandering deelnamen, zoals India. Dat is nu heel geïnteresseerd in groene obligaties, bijvoorbeeld.”

Dus Trump kan u niet stoppen?

„De wereldwijde consensus over klimaatverandering is heel duidelijk.”

    • Mark Beunderman