Kate Moore ontvangt de Matthijs Vermeulenprijs

Componist

Zaterdag ontvangt de Australisch-Nederlandse componist Kate Moore (1979) de prestigieuze Matthijs Vermeulenprijs voor haar werk The Dam (2015).

Je bent de eerste vrouwelijke winnaar van de Matthijs Vermeulenprijs. Hoe voelt dat?

Moore: „Ik voel me onuitsprekelijk vereerd, maar ik vind de situatie ook opmerkelijk. Nederland telt nogal wat goede vrouwelijke componisten en die zijn al die jaren over het hoofd gezien. Er lijkt sprake van een disbalans, mannen en vrouwen worden nog altijd anders beoordeeld. Dat is niet alleen onterecht, het is ook jammer want ik geloof heilig dat een grotere diversiteit het muziekleven rijker maakt. Uiteindelijk zou geslacht geen rol moeten spelen. De muziek moet voor zichzelf kunnen spreken. Dat is geen kwestie van mannelijk of vrouwelijk maar van kwaliteit.”

De natuur is een terugkerend thema in je werk, zo ook in ‘The Dam’. Waarom?

„Ik ben opgegroeid in New-South Wales, een omgeving waar het landschap zingt, zoals de oorspronkelijke bewoners van Australië zeggen. Het voortdurende ritmische gegons van cicaden, kikkers en vogels, dat tevens het uitgangspunt was voor The Dam, maakt dat je de contouren van het landschap kunt horen. Zulke ervaringen hebben mij ten diepste gevormd: ik hoor muziek in de natuur. In mijn werk probeer ik die muziek te vangen in een organische interactie van klanken.”

Waarom componeer je?

„Ik ben nieuwsgierig naar hoe iets klinkt. Klank is voor mij een manier om de wereld te verinnerlijken. Neem de geometrische patronen in kristallen of varens. Op papier is dat al een prachtig wiskundig spel van verhoudingen en lijnen, maar als je zo’n vorm hoorbaar kunt maken dan word je er compleet in ondergedompeld. Ik vergelijk componeren wel eens met het maken van een akoestische virtual reality.”

Hoe zou je je muziek in woorden beschrijven?

„Mijn favoriete Nederlandse woord is ‘stroming’, in de zin van elektriciteit, een rivier of een hartslag. Essentieel is het idee van beweging, puls en richting. Ik hoop dat mijn muziek de luisteraar meezuigt in een stroom van klank. Hoe tactieler die ervaring, hoe beter. Uiteindelijk ligt daar ook een link met de natuur. Als ik componeer dan put ik uit een universele energie. Als mijn werk wordt uitgevoerd dan komt die energie weer vrij, in een fysieke stroom van geluidsgolven en frequenties.”

    • Joep Christenhusz