Justitie: Ballast Nedam-directeuren hielden 14 miljoen over aan steekpenningen

Twee oud-directeuren van bouwbedrijf Ballast Nedam stonden donderdag voor de rechter. Van de steekpenningen die ze betaalden aan buitenlandse agenten, hielden ze volgens justitie 14 miljoen euro zelf.

Saoedische prins Alwaleed bin Talal, bijnaam ‘Tijger’, was een van de personen die steekpenningen ontving van Ballast Nedam. Foto AFP

Moet de recent gearresteerde, steenrijke Saoedische prins Alwaleed bin Talal nou wel of niet komen opdraven als getuige? Op een waterkoude novemberochtend in een grijs zaaltje in de rechtbank Utrecht doet dat verzoek toch wat exotisch aan.

De rechtbank moet hem zeker oproepen, vindt de advocaat van de verdachte. De prins kan dan verklaren hoe en waarom er geld via een Zwitserse bankrekening bij zijn cliënt is beland. Zijn cliënt weet dat namelijk niet meer, dat gedoe met de steekpenningen is allemaal zo lang geleden. „De tand des tijds doet bij iedereen afbreuk aan het geheugen.”

Donderdag stonden de twee verdachten in de Ballast Nedam-zaak voor de rechter, een oude zaak die draait om steekpenningen. Het is, samen met SBM Offshore en Vimpelcom, één van de grootste omkopingszaken in Nederland. Ballast Nedam schikte de zaak in 2012 voor 17,5 miljoen euro.

Geld naar Saoedisch koningshuis

Eigenlijk gaat het om twee kwesties. De grootste is omkoping in Saoedi-Arabië. Tussen 1996 en 2003 heeft Ballast Nedam, inmiddels in handen van de Turkse bouwer Renaissance, voor honderden miljoenen euro’s aan steekpenningen betaald aan ‘buitenlandse agenten’ in ruil voor klussen. Omroep Human onthulde begin dit jaar op basis van het FIOD-onderzoek wie die ‘agenten’ dan waren. Het geld bleek voor een flink deel bij het Saoedische koningshuis te zijn beland. De toenmalige koning Fahd zou in de boekhouding van Ballast Nedam de schuilnaam ‘Adriaan’ dragen, kroonprins Abdullah ‘Bassie’. Prins Alwaleed bin Talal, die dus moet getuigen van de advocaat, heette ‘Tijger’. Eén van de klussen die Ballast Nedam in ruil kreeg was de verbouwing van twee vliegvelden.

De omkoping ging onder andere via Martin W. (73), tot 2000 commercieel directeur van Ballast Nedam, die los van de schikking wordt vervolgd. De dag in de rechtbank begon met hem, al was hij er zelf niet bij.

W. moest niet voor de rechter verschijnen omdat hij die steekpenningen betaalde. Het gaat erom dat hij een deel van die steekpenningen voor zichzelf hield. Volgens justitie zo’n 12 miljoen euro. Hij liet dat deel stiekem op een Zwitserse rekening van een vriend storten. Dat geld waste hij vervolgens wit als ‘consultancy-werkzaamheden’ en stopte hij in beleggingen en een villa in Spanje, zonder dat Ballast Nedam dat wist. De officier van justitie redeneerde dat niemand dit bij het bouwbedrijf doorhad. Alle steekpenningen gingen immers via één of andere Zwitserse rekening, wie zag het verschil?

De advocaat van W. achtte het helemaal niet zo zeker dat die bedragen uit misdrijven afkomstig waren. De officier vond dat weer heel gek. W. had het in de verhoren zelf immers gehad over „douceurtjes” die pasten in „de Arabische cultuur”. Waar dat geld ook vandaan komt, W. had het moeten vertellen aan de baas. En hoezo weet W. niet meer waar het geld voor was? „Ik wou dat het mij overkwam, dat ik zomaar acht ton op mijn bankrekening kreeg. Moet de rechter-commissaris nu naar Saoedi-Arabië omdat niemand het hier meer weet? Dat lijkt me niet. Waleed lijdt misschien ook wel aan de tand des tijds.”

Vliegtuig niet gehaald

De rechtbank ging zich over het verzoek buigen. Toen was verdachte nummer twee aan de beurt, Rob A. Die was er ook niet bij, hij woont op Curaçao. „Hij heeft het vliegtuig nét niet gehaald”, zei zijn advocaat Gerard Spong.

Rob A. (70), was financieel adviseur van dochteronderneming Ballast Nedam International. Hij profiteerde net als W. van de steekpenningen die het bedrijf betaalde, voor anderhalf miljoen euro, denkt justitie. Hij betaalde bijvoorbeeld jaarlijks grote bedragen aan de directeur van de Saoedische belastingdienst en zijn broer om aangiftes goedgekeurd te krijgen.

Rob A. had daarnaast een rol in deel twee van de corruptiezaak waarvoor het bedrijf schikte, het werk in Suriname. In 1997 haalde het bouwbedrijf daar een grote klus binnen: het ontwerp en de bouw van twee bruggen, ter waarde van 180 miljoen gulden, omgerekend zo’n 80 miljoen euro. Om die klus te krijgen maakte Ballast Nedam 34 miljoen gulden aan steekpenningen over. Die zijn mogelijk in de zak beland van de toenmalige president Jules Wijdenbosch en zijn adviseur van staat uit die tijd Desi Bouterse. Eén van de opgeleverde bruggen heet de Jules Wijdenboschbrug. Ook van die omkoping zou A. persoonlijk hebben geprofiteerd.

Ballast Nedam telde in Suriname miljoenen neer om bruggen te mogen bouwen, onthulde NRC in 2014. Lees ook: Niet zo’n heel goeie bruggendeal

Zijn advocaat Spong vond net als zijn voorganger dat allerlei getuigen van ver moesten worden opgeroepen, zoals de Surinaamse oud-president Wijdenbosch en de broers bij de Saoedische belastingdienst, bij Ballast Nedam beter bekend als ‘rabbit’ en ‘small rabbit’. Het OM zag er, wederom, weinig heil in. Saoedi-Arabië houdt niet eens een fatsoenlijke bevolkingsadministratie bij, hoe gaan ze die mannen vinden?

Spong acht het toch niet geheel uitgesloten, vertelt hij na afloop. Wie weet werkt Saoedi-Arabië ineens mee, nu opeens elf prinsen op verdenking van corruptie zijn opgesloten in het Ritz-Carlton. „Lijkt me overigens niet onaangenaam, hoor, een kort gedwongen verblijf op zo’n exotische plek.”

De inhoudelijke behandeling van de zaak is in mei.