‘Als kind ben ik in ketel rechtsstatelijkheid gevallen’

Minister Grapperhaus in debat

Als meest belezen en minst ervaren bewindspersoon verdedigde de minister van Justitie en Veiligheid deze week zijn begroting.

Minister Ferdinand Grapperhaus en zijn collega Sander Dekker (links). Bart Maat/ANP

Wie van de drie bewindspersonen op het ministerie van Justitie en Veiligheid is de baas? Dat blijkt al aan het begin van het Kamerdebat over de begroting van het ministerie, dat woensdag en donderdag plaatsvond.

De ministers Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) staan samen met staatssecretaris Mark Harbers (VVD) wat ongemakkelijk in ‘Vak K’ in de Tweede Kamer, waar het kabinet zit. Wie moet waar zitten?

Dan grijpt Grapperhaus een stoel erbij en gaat hij in het midden zitten – met Dekker en Harbers naast hem.

In het debat handelt Grapperhaus wat minder soeverein. Soms lijkt hij een ambteloos burger met eigen opvattingen, die er nog aan moet wennen minister met een regeerakkoord te zijn. Bijvoorbeeld als het gaat over experimenten met wietteelt. Eerst lijkt Grapperhaus verschillende experimenten met wietteelt een goed idee te vinden, zoals burgemeesters graag willen. Dan realiseert hij zich wat in het regeerakkoord staat, dat er een uniform experiment komt, en zegt hij vandaag niet precies te willen zeggen wat er gaat gebeuren.

En kritiek over de Nationale Politie – over ziekteverzuim onder agenten, en verdeling van agenten over landelijke gebieden - pareert hij aanvankelijk wat moeizaam. Hij kan niet zeggen of een bericht in noordelijke dagbladen over minder agenten in Noord-Nederland klopt, maar ook niet of het níet klopt. Het ziekteverzuim moet omlaag, maar dat zal nog wel even duren, en hoe precies is ook onduidelijk. En dan moeten de zwaarste debatten over de Nationale Politie nog komen, in het voorjaar.

Dan gaat het Sander Dekker makkelijker af – maar die zat als staatssecretaris in Rutte II al vaak in Vak K. Hij geeft ook Kamerleden van de oppositie soms gelijk of steunt ineens wél een motie waar hij kritisch over was. En Mark Harbers, hiervoor acht jaar Kamerlid, ook. Maar die heeft ook het geluk dat de grootste critici van het asielbeleid van Rutte II uit de Kamer zijn (zoals Sharon Gesthuizen van de SP) of nu in de coalitie zitten (zoals Joël Voordewind van de ChristenUnie).

Eruditie

Toch komt Grapperhaus tijdens het debat nooit écht in de problemen. Met zijn mondigheid en zijn eruditie houdt hij zich staande. Tijdens het debat citeert hij vlot Elsschot als hij een inhoudelijke vraag beantwoordt over een dossier waar hij tot zijn aantreden een maand geleden nog weinig van afwist.

En na de jaren onder VVD-bewindspersonen als Ivo Opstelten en Fred Teeven, waarin repressie de boventoon voerde, spreekt jurist Grapperhaus meer over het belang van de rechtsstaat dan zijn voorgangers: „Als kind ben ik in een ketel met rechtsstatelijkheid gevallen.”

De veiligheidsminister die het over de rechtsstaat en rechtvaardigheid heeft; zoals minister voor Rechtsbescherming Dekker een paar uur later juist begint met het belang van veiligheid. Aan het begin van het debat zei Grapperhaus het al: het gaat het kabinet Rutte-III om „de balans tussen justitie en veiligheid”.