Column

Aan de verkeerde kant van de geschiedenis

Sinterklaas is weer in het land en brengt de escalerende Zwarte Pieten-discussie met zich mee. Het lijkt dit jaar vooral vanuit het pro-Zwarte Piet-kamp flink uit de hand te lopen: illegale snelwegblokkade, zwaar vuurwerk, intimidatie aan het adres van Sylvana Simons, bedreigingen voor Humberto Tan. Ik vraag me af hoe de relschoppers zelf hier over vijftig jaar op terugkijken?

Ik begon op mijn negentiende debatten te organiseren over het stereotiepe uiterlijk van Zwarte Piet. Het debat werd toentertijd nog niet op een nationaal podium gevoerd. En ik kreeg smalende opmerkingen van mensen die inmiddels – met name dankzij de succesvolle campagne van Jerry Afriyie en Quinsy Gario – 180 graden zijn bijgedraaid. Ook blijkt uit onderzoek van EenVandaag dat nu een kwart van de Nederlanders vóór aanpassing is. Dat leert dat er toch zoiets als voortschrijdend inzicht bestaat, al blijkt het nog niet voldoende.

Al vanaf de jaren dertig is er protest van tegenstanders tegen Zwarte Piet. In 1930 bracht De Groene Amsterdammer een ‘Neger-nummer’ uit waarin de afschaffing van Zwarte Piet werd bepleit. Gerda Havertong vertrouwde Pino – in de jaren tachtig in Sesamstraat – toe dat Sinterklaas „voor veel zwarte mensen geen feest is”. Maar het is niet alleen kwetsend voor een deel van de bevolking om vergeleken te worden met een raciale karikatuur, het is simpelweg moreel onverantwoord. Tenzij je denkt dat een zwart persoon als knecht van een witte baas geen probleem is. En in de VOC-tijd deed Nederland ook alleen maar aan vriendelijke ruilhandel.

Het is inmiddels duidelijk dat etnisch profileren, discriminatie op de arbeidsmarkt en andere vooroordelen gebaseerd op ras koloniale overblijfsels zijn. Zwarte Piet als symbool benadrukt de verschillen die nog zo prominent aanwezig zijn. Roetvegen lossen racisme niet op en stemrecht voor vrouwen genderongelijkheid ook niet. Maar je moet ergens beginnen. Ik zag onlangs een filmpje over de Amerikaanse actrice Eartha Kitt. Die sprak zich in 1968 in het Witte Huis uit tegen de Vietnamoorlog. Haar kritische mening werd haar niet in dank afgenomen, ze kreeg geen werk meer en was genoodzaakt Amerika te verlaten. Het pijnlijkst was volgens haar dat als je de waarheid vertelt – in een land dat zegt dat het kan – je toch een klap in het gezicht krijgt. Toen ze na de oorlog gelijk bleek te hebben, werd zij weer aan Pennsylvania Avenue uitgenodigd.

In Nederland stonden we ook vaak aan de verkeerde kant van de geschiedenis. De collaboratie van velen tijdens de Tweede Wereldoorlog is bekend, maar ook de apartheid werd hier relatief lang gesteund. De Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijders van het ANC werden als terroristen geframed en het verzet van Nederlandse anti-apartheidsactivisten werd – soms met geweld – de kop ingedrukt. Maar toen die heldhaftige Madiba overwon, zat iedereen ineens altijd al in het verzet.

Ik heb geen glazen bol nodig om te voorspellen dat de oppositie tegen Zwarte Piet – en waar die voor staat – alleen maar zal groeien. Als de geschiedenis ons één ding leert is het dat vooruitgang onontkoombaar is. Maar als ik kijk naar hoe de stem van een minderheid gesnoerd wordt en de daders – met de mondprop nog in de hand – als helden worden onthaald, is het evident dat het land weinig van het verleden geleerd heeft. De geschiedenis zal Nederland niet genadig zijn en dat verdient ze hierin ook niet. Ze blijft bladzijdes zwart kleuren en dat vervolgens vaderlandsliefde noemen.

is programmamaker bij BNNVARA en publicist.