De nieuwe Dijsselbloem wordt een Europese superminister

Eurogroep

Maandag wordt bekend wie de nieuwe voorzitter van de Eurogroep wordt. Dijsselbloem blijft misschien nog even, mede omdat de Eurogroep mogelijk op de schop gaat.

Het grote speculeren is begonnen. Wie wordt de nieuwe Jeroen Dijsselbloem? Maandag moet duidelijk zijn wie de Nederlander opvolgt als voorzitter van de Eurogroep, het machtige gremium van eurolanden en hun ministers van Financiën.

Of mag Dijsselbloem nog even blijven? Het Oostenrijkse persbureau APA meldde maandag dat Berlijn hem een half jaar langer wil laten zitten. De reden: Duitsland is druk met een moeilijke regeringsformatie. Ook de Oostenrijkers formeren nog. De Europese Commissie zou eveneens voelen voor uitstel. Die is van mening dat de Eurogroep op de schop moet. Volgende week woensdag zal zij voorstellen doen om het economisch bestuur te stroomlijnen en, vooral, democratischer te maken.

Het Spaanse dagblad El País wist maandag al de hand te leggen op een concept: de Eurogroep-voorzitter moet niet alleen ‘permanent’ worden – dus niet ook nog minister zijn – maar tevens vicevoorzitter worden binnen de Europese Commissie. Een Europese ‘superminister’ kortom, met eigen begrotingsinstrumenten en beslissingsmacht.

Zulke ideeën zijn niet nieuw: in zijn toespraak over de ‘staat van de unie’ in september refereerde Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker er al aan. Ook de Franse president Macron zou er oren naar hebben. Maar in Noord-Europa, Nederland voorop, wekt het ‘voor de troepen uitlopen’ van de Commissie irritatie op. Meer macht naar Brussel is geen populaire boodschap.

Verantwoording

Tijdens de eurocrisis en de Griekse crisis bleek de Eurogroep machtig, maar ook ondoorzichtig. Formeel zijn ministers alleen verantwoording verschuldigd aan hun nationale parlementen, terwijl ze in Brussel beslissingen nemen die héél Europa aangaan. Dijsselbloem vertelt geregeld in het Europees Parlement waar hij mee bezig is, maar op vrijwillige basis en zonder consequenties.

Hoezeer dat wringt, werd twee weken geleden pijnlijk duidelijk in een rapport van de Europese Rekenkamer over de drie hulpprogramma’s aan Griekenland sinds 2010. De pittige conclusie: de noodhulp blijkt nooit goed te zijn ingebed „in een bredere strategie voor het land”. Maar wat het rapport echt saillant maakt, is dat vooral de Europese Commissie ervan langs kreeg terwijl die een bijrol had. De Eurogroep, de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) blijven buiten beeld, omdat de Europese Rekenkamer die niet of moeilijk ter verantwoording blijkt te kunnen roepen.

In een EU waarin vaak wordt gepleit voor meer transparantie en het herstellen van de vertrouwensband met de burger is dat moeilijk uit te leggen. Een superminister, zo staat dan in het uitgelekte Commissievoorstel, kan een eind maken aan „de gecompliceerde, onbegrijpelijke en inefficiënte besluitvorming” in de eurozone en de „democratische controle” vergroten.

Democratisch zwart gat

Die superminister zou ook „toezicht” moeten houden op het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). Dit noodfonds, een door de lidstaten opgetuigde ‘intergouvernementele’ instelling, willen ze nu uitbouwen tot Europees Monetair Fonds (EMF). De Commissie en het Europees Parlement – en dus de Europese Rekenkamer – kunnen hierop amper controle uitoefenen en waarschuwen voor een nieuw democratisch zwart gat.

Nederland wil de Commissie liever op afstand houden, schreef de regering maandag in een brief aan de Tweede Kamer. Het ESM moet worden versterkt, maar dan wel „zonder de zeggenschap van lidstaten aan te passen”. De Commissie stelt juist dat de monetaire unie „alleen sterker” zal zijn „als de lidstaten overeenkomen meer bevoegdheden en beslissingen te delen”. Een superminister zou de EU ook een praktisch voordeel opleveren op het wereldtoneel. Het IMF en de G20 vinden de complexe EU-structuur vaak onnavolgbaar.

Gaat Dijsselbloem deze discussie nog meemaken als Eurogroep-voorzitter? Ook Italië zou wel voelen voor verlenging van zijn mandaat. In mei volgend jaar zijn er verkiezingen en het is allerminst zeker of de Italiaanse kandidaat, Pier Carlo Padoan, daarna nog wel minister van Financiën is.

Wat ook meespeelt: de ECB, nu nog geleid door Mario Draghi. De Italiaan moet wat Nederland en Duitsland betreft in 2019 door een Noord-Europeaan worden opgevolgd. De stoelendans daarvoor begint volgend jaar al, en de Eurogroep-post zou dan mooi kunnen dienen als wisselgeld.

Minister Wopke Hoekstra (CDA) sprak dinsdag, in een gesprek met RTL Z, de verwachting uit dat er maandag een nieuwe voorzitter komt. „We moeten zorgen dat het een hele stevige meneer of mevrouw is die dat heel verstandig kan doen de komende vier jaar. Er staan grote belangen op het spel.” Heeft hij zelf geen belangstelling? Nee. Hij wil „tot de tanden bewapend” voor het „Nederlandse belang” kunnen blijven opkomen.