Weet Duitsland het inderdaad te ‘ schaffen ’?

Integratie van migranten

Wir schaffen das, bezwoer Merkel op het hoogtepunt van de asielcrisis. Hoe gaat het twee jaar later met die nieuwkomers?

Vluchtelingen die opgevoerd zijn in dit artikel verkeerden bij aankomst in Duitsland in omstandigheden zoals op deze foto waarop een vluchtelingenopvang in Berlijn te zien is. Foto Tobias Schwarz/AFP

Tesfu zucht – ruim twee jaar nadat hij met honderdduizenden andere vluchtelingen en asielzoekers in Duitsland is aangekomen, heeft hij nog steeds geen vaste grond onder de voeten. Geen werk, geen woning en dan de taal – het Duits blijft moeilijk.

Om te beginnen vertelt iedereen rond de tafel wat hij vandaag heeft gedaan. „De hele dag geslapen”, zegt Tesfu (23), met een verlegen glimlach in voorzichtig Duits. Twee jaar en vijf maanden nadat hij via Libië en Italië in Duitsland is aangekomen, woont hij nog steeds in een opvangcentrum. „Rampzalig”, zegt hij. „Er wonen 217 mannen: er is altijd lawaai, dag en nacht.”

Hij heeft er een kamer, met een landgenoot, maar komt er niet tot rust. Wat doet hij in zijn vrije tijd? „Niets.” Voor hij werk kan zoeken wil hij eerst goed Duits leren, maar bovenal wil hij een woning, een rustige, eigen plek, om van daaruit zijn nieuwe leven op te bouwen.

In september waren er in Duitsland 189.000 vluchtelingen als werkloos ingeschreven. Een veelvoud daarvan heeft evenmin werk, maar moet de taal nog leren, een opleiding beginnen of afmaken, en is daarom nog niet in de werkloosheidscijfers opgenomen.

Integratie in de arbeidsmarkt is een kwestie van lange adem, schrijft het Arbeitsagentur, de Duitse tegenhanger van het Nederlandse UWV. Na drie jaar heeft niet meer dan 22 procent van de werkzoekende vluchtelingen een baan.

De toestroom van vluchtelingen is sinds 2015 een politiek heel gevoelige kwestie, die ook een grote rol speelde in de campagne voor de bondsdagverkiezingen in september. Gaat het Duitsland lukken de meer dan een miljoen vluchtelingen die sinds 2015 zijn gekomen te integreren?

Lees ook: Zo helpt Duitsland vluchtelingen aan een baan

Na de oorlog weer terug

Om het vinden van werk en de integratie in de samenleving te vergemakkelijken, nam de Bondsdag zomer 2016 een integratiewet aan. Die heeft ervoor gezorgd dat vluchtelingen die een beroepsopleiding doen, nu de garantie krijgen dat ze die in Duitsland mogen afmaken. Werkgevers met een vacature hoeven niet meer eerst te zoeken of ze er een Duitser of andere EU-burger voor kunnen vinden voor ze een vluchteling aannemen. Taal- en integratiecursussen kunnen opgelegd worden. En deelstaten kunnen asielzoekers verbieden in bepaalde steden te gaan wonen, om gettovorming te voorkomen.

Een aantal vluchtelingen en asielzoekers in Berlijn vertelt aan NRC hoe ver ze inmiddels zijn bij het zoeken naar werk.

Amir Ahmed (35) was in Afghanistan, huisschilder. Hij heeft in Berlijn een baantje gevonden als keukenhulpje in een Turks restaurant, zegt hij in het rondetafelgesprek in het taalcafé. Maar hij wil iets beters zoeken, en daarom een opleiding volgen. „En als de oorlog voorbij is terug naar mijn land.”

Lees ook: Waarom zette Merkel in 2015 ineens de deur open voor vluchtelingen?

Het verst gevorderd van de vluchtelingen in het conversatiegroepje is Waleed Ahmed (33), uit Libië. Daar werkte hij als elektricien aan hoogspanningsleidingen. Vorig jaar kwam hij naar Berlijn, waar hij inmiddels een eigen éénkamerappartement heeft en als vrijwilliger sport met vluchtelingenkinderen. „En ik heb een tv en kijk naar Tatort en Gute Zeiten, schlechte Zeiten”, zegt hij in vrij goed Duits. Hij is kortom al flink op weg en toont een sollicitatiebrief die bijna klaar is om naar een Berlijns techniekbedrijf te sturen - opgesteld met hulp van een vrijwilliger.

Het belangrijkste voor je werk kan gaan zoeken, zegt de ene na de andere vluchteling, is weg te komen uit de grote opvangcentra en stabiliteit te vinden in een eigen woning. Belangrijk is ook, zeggen velen, een gemeenschap te hebben waarop je kan terugvallen: familieleden of landgenoten. Daarna komen het leren van de taal en een opleiding.

Contact met Duitsers aanknopen

Amira Raslan Maral Noshad Sharifi

Amira Raslan (25) is met man en drie kinderen uit de Syrische stad Homs gevlucht en via Libanon en Turkije begin 2016 in Duitsland aangekomen. In Berlijn woonden ze zeven maanden met 200 andere vluchtelingen in een gymzaal – een zware tijd, zegt Raslan.

Ze vertelt het in haar sober ingerichte tweekamerappartement in het opvangcentrum Marienfelde, een kleine enclave in het zuiden van Berlijn die in de jaren vijftig gebouwd is voor de opvang van vluchtelingen uit de DDR. Ze was in Syrië zes maanden aan haar opleiding tot lerares Engels toen de oorlog haar en haar gezin verdreef.

„Ik dacht dat we in Duitsland meteen een huis en werk zouden vinden”, zegt ze. Haar ouders, broers en zussen die al in Berlijn woonden wisten wel hoe moeilijk dat zou worden, maar hielden dat voor zich. „Omdat ze wilden dat wij zouden vluchten, dat we ons in veiligheid zouden brengen”, zegt Raslan.

Haar man Khaled, die in Syrië gymnastiekleraar was, wil fysiotherapeut worden. Maar de 355 euro per maand die de opleiding kost kunnen ze niet opbrengen – daarom is hij voorlopig maar begonnen aan een praktijkopleiding tot beveiliger bij een supermarktconcern.

Zelf wil Amira Raslan schrijver worden. Ze toont een manuscript van tachtig dichtbeschreven pagina’s, waaraan ze werkt als de kinderen naar bed zijn. „Een verhaal over een sterke vrouw”, zegt ze, „die ondanks allerlei tegenslag sterk blijft”.

Haar belangrijkste doel voor dit jaar? „Contact met Duitse mensen aanknopen. Ze hebben zo veel vragen over Arabieren, ik zou daar ook een boek over willen schrijven, om de afstand tussen Duitsers en Syriërs te verkleinen.”

En haar doelen voor de komende vijf jaar? „Allereerst dat mijn kinderen niet meer bang zijn – soms huilen ze als ze op Facebook beelden van Syrië zien, en zeggen ze: we willen niet teruggestuurd worden naar de oorlog. Verder hoop ik dat mijn man werk krijgt, dat ik een opleiding kan volgen en zelf geld ga verdienen.”

Hamza Jarjanazi (26) uit Syrië in Berlijn. Foto Gordon Welters

Zo ver is de Syrische journalist Hamza Jarjanazi (29) inmiddels al. Hij werkt als freelancer bij een Arabisch-talige website voor jonge mensen, Jala Noise, van het Axel Springer-concern, uitgever van onder meer de kranten Bild en Die Welt waar Jarjanazi ook verhalen voor maakt.

In maart 2015, nog voor de komst van grote groepen vluchtelingen naar Europa het nieuws domineerde, was hij al naar Duitsland gevlucht. Hij studeerde journalistiek aan de Universiteit van Damascus. Toen zijn vader, een criticus van Assad, werd gevangen gezet besloot hij weg te gaan. Al jaren heeft hij niets van hem gehoord.

„Ik heb geluk gehad; via vrienden hier heb ik een woning geregeld. De eerste maanden hielp ik mensen met verhuizen, dat leverde zo’n 120 euro per maand op.” Toen een Duitse journalist een vluchtelingenkamp bezocht waar Jarjanazi tijdelijk woonde, werd hij voorgesteld als Syrische journalist. Even later mocht hij langskomen bij Springer en mocht hij verhalen maken voor Duitse kranten.

„Het belangrijkste is dat ik een stabiele woonsituatie had. Een eigen bed waar ik fijn in kon slapen, en privacy.” Nog een reden voor zijn succes is de aanwezigheid van een Arabische gemeenschap in Berlijn, zegt Jarjanazi. „Er wonen veel Libanezen; zij eten wat wij eten, ze spreken onze taal. Veel Syriërs kunnen in hun restaurants werken.”

Duitse grammaticaregels

Taal leer je gaandeweg zeggen de meeste mensen die we spreken: Als je eenmaal werk hebt, gaat dat makkelijker dan via het leren van grammaticaregels. Zelf spreekt Jarjanazi nog niet vloeiend Duits. In zijn vrije tijd kijkt hij op Netflix films over de Tweede Wereldoorlog, zoals de Nederlandse film Zwartboek, met Engelse ondertiteling en in het Duits nagesynchroniseerd. „Het belangrijkste is veel met Duitsers om te gaan.” Veel vluchtelingen vinden het lastig Duitsers te ontmoeten, iedereen heeft het druk, druk, druk zeggen ze. Jarjanazi heeft een gemengde vriendengroep, mensen uit verschillende landen, ook veel Duitsers. Die heeft hij ontmoet op zijn werk. Hij ziet zijn toekomst dan ook in Berlijn. „Ik ben nu onderdeel van de Duitse samenleving.”

Lees ook: Merkels vluchtelingenbeleid heeft Duitsland veranderd
    • Juurd Eijsvoogel
    • Maral Noshad Sharifi