‘Verbod op 16+-films voor kinderen is vreselijk achterhaald’

Patti Valkenburg,

Van de wet mogen kinderen niet naar 16+-films. Zo’n verbod is achterhaald en schadelijk, vindt hoogleraar Patti Valkenburg.

Patti Valkenburg, hoogleraar Media, Jeugd en Samenleving in de bioscoop Tuschinski in Amsterdam. Foto David Galjaard

Met je zoon van vijftien wil je naar Blade Runner 2049. De eerste Blade Runner vond hij fantastisch - hij houdt sowieso van sciencefiction - en nu speelt Sylvia Hoeks er ook nog eens in. Dat moet jij ook zien.

Bij de kassa word je tegengehouden. Je zoon is nog geen zestien en de film is voor 16+. Maar jij bent er toch bij? Maakt niet uit. De medewerker legt uit dat de bioscoop een hoge boete kan krijgen. Jullie druipen af en besluiten thuis de oude Blade Runner nog maar eens te kijken.

Artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht verbiedt het verkopen van een bioscoopkaartje aan iemand die nog geen zestien is voor een film die de Kijkwijzer als 16+ heeft aangemerkt. Ook als winkels zoals de Blokker dvd’s met dat leeftijdsadvies verkopen aan mensen jonger dan zestien jaar, begaan ze een misdrijf.

„Vreselijk achterhaald”, zegt Patti Valkenburg over die wet. De hoogleraar Media, Jeugd en Samenleving aan de Universiteit van Amsterdam schreef vijf boeken en 160 onderzoeksartikelen over mediagebruik bij kinderen. In 2003 richtte ze het onderzoekscentrum CcaM op, het grootste in zijn soort ter wereld. „De wet ademt de jaren vijftig, toen het idee nog heerste dat kinderen tegen alles beschermd moesten worden.”

Opmerkelijk is dat Valkenburg zelf aan de wieg stond van de Kijkwijzer. Ze nam plaats in de wetenschappelijke commissie van het NICAM, de organisatie achter de Kijkwijzer, die sinds 2001 in gebruik wordt genomen als opvolger van de Filmkeuring. In 2011 verliet ze de commissie.

Schiet u uzelf niet in de voet?

„Nee. Artikel 240a ondermijnt juist de Kijkwijzer. Het doel van de Kijkwijzer is het verschaffen van productinformatie. Nu denkt iedereen in Nederland dat Kijkwijzer ouders dingen verbiedt.”

Het NICAM laat weten dat het inderdaad steeds vaker klachten krijgt van ouders, die boos zijn dat ze met hun kinderen zijn geweigerd in een bioscoop. „We hebben dit jaar al 64 klachten binnen en daar zitten de klachten die bij de bioscopen zelf binnenkomen niet bij”, zegt NICAM-directeur Tiffany van Stormbroek. „Wij horen vaak van ouders dat ze de wetgeving betuttelend vinden. Dat ze prima zelf kunnen beslissen naar welke films zij met hun kinderen kunnen kijken.”

Jammer, vindt Valkenburg: „Kijkwijzer verbiedt niks. Het geeft advies. En adviezen kun je naast je neerleggen. Dat is prima, want kinderen verschillen enórm, dat kun je niet generaliseren. Daarbij komt dat Kijkwijzer een conservatief systeem is: omdat kinderen zo verschillend op media reageren, is de leeftijdsgrens al aan de hoge kant.”

Hoe is dat advies dan ooit verankerd in een harde wet?

„Het is prima dat kinderen zonder ouders bij bepaalde films de bioscoop niet in mogen. Maar de nuancering dat als ouders erbij zijn ze wel de bioscoop in mogen, ontbreekt nu. Er is de laatste 10 jaar zo veel veranderd op het gebied van het mediagebruik van kinderen. Het is goed om dan regelmatig aan soul searching te doen: zijn we nog wel goed bezig met z’n allen?”

„Het is een misverstand dat Kijkwijzer uitsluitend gebaseerd is op wetenschap.”

Wat is er nu veranderd?

„De rol van de ouders is veel belangrijker geworden in de media-opvoeding. Dat komt door twee dingen. Vroeger was het media-aanbod lineair: ouders wisten precies wat ze op welk tijdstip konden verwachten. Nu is er overvloed: media komen van allerlei kanten op kinderen af. Het is bijna niet bij te houden.

„Het tweede is dat kinderen op steeds jongere leeftijd media gebruiken. In 1970 keken kinderen vanaf een jaar of vier tv, nu zitten ze al vanaf vier maanden op de iPad. Er is peuter-tv en er zijn baby-apps. Ouders worden dus al vroeg in de ontwikkeling van hun kind gedwongen om een standpunt in te nemen over mediaopvoeding. Maar wat krijg je nu: ouders die hun kinderen het beste kennen, staan bij die bioscoop voor aap.”

Zijn ouders in tijden van overvloed niet juist geholpen met duidelijke wetten en regels over mediagebruik?

„De overheid moet ouders helpen bij de opvoeding. Dat doet zij door hen goed te informeren, niet door hun gezag te ondermijnen.”

Is er wel genoeg bewijs dat films schadelijk zijn voor kinderen?

„Het is een misverstand dat Kijkwijzer uitsluitend gebaseerd is op wetenschap. Dat kan niet. Je kan nu eenmaal niet zo eenvoudig wetenschappelijke, empirische resultaten over media-effecten vertalen naar beleid. Dan weet je dat er een effect is, maar wat dan?

„Het is inderdaad bewezen dat sommige kinderen agressief worden van gewelddadige films en dat jonge kinderen van hele andere dingen bang worden, zoals griezelmonsters. Moeilijker zijn films met seks erin. Want wanneer is seks schadelijk? Jonge kinderen worden hier weer juist minder door beïnvloed dan kinderen in de puberteit, omdat jonge kinderen daar nog totaal niet mee bezig zijn.”

Op televisie mogen 16+-programma’s niet voor 22.00 uur worden uitgezonden. Is dat dan ook achterhaald?

„Daar kan je inderdaad je vraagtekens bij zetten. Maar dat zou ik dan eerst van ouders zelf willen horen, zij zijn de consumenten van Kijkwijzer. Deze vraag raakt ook aan de effectiviteit van Kijkwijzer. Welke jongere kijkt er nog naar lineaire tv? Is die tijdslimiet, nu Netflix en uitgesteld kijken de norm wordt, nog wel te verwezenlijken?”