Opinie

Paradoxaal doel van de Brexit is goede banden houden met de EU

Na maanden van patstelling en de uitwisseling van ijzigheden lijkt er beweging te komen in de voor de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk cruciale Brexit-besprekingen. Voor het eerst was er een aanwijzing dat de onderhandelingen wel eens zouden kunnen slagen.

Britse kranten meldden woensdag dat de Britten meer geld op tafel zouden willen leggen om hun financiële verplichtingen af te kopen dan ze tot nu toe van plan waren. De doorgaans goed geïnformeerde Financial Times schreef zelfs dat er al een informeel akkoord zou zijn. Brussel noch Londen wilde dat bevestigen.

De timing van de publicaties is niet toevallig. De komende weken worden spannend. Maandag spreekt de Britse premier Theresa May met Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker. Tien dagen later moeten de Europese regeringsleiders beslissen of er voldoende vooruitgang is geboekt in de onderhandelingen over de scheiding om te kunnen beginnen aan gesprekken over de toekomstige (handels)relatie.

De Europese Unie wil eerst drie zaken geregeld zien: geld, burgerrechten en de Ierse grens. Het VK is financiële verplichtingen aangegaan die doorlopen na de uittreding in 2019, van in totaal 100 miljard euro. Tegenover die verplichtingen staan tegemoetkomingen, waardoor volgens de EU een netto-verplichting van 60 miljard zou resteren. In september wilde May niet verder gaan dan 20 miljard euro, nu zou ze 40 tot 45 miljard willen bieden.

Oorspronkelijk bestreed Londen dat het überhaupt verplichtingen had. Het realisme dat uit het compromisvoorstel spreekt is zeer welkom.

Dossier twee draait om de vraag hoe de rechten gewaarborgd kunnen worden van EU-burgers die in het Verenigd Koninkrijk wonen en van Britten in de EU. Volgens de EU moeten EU-burgers ook na Brexit naar het Europese Hof kunnen stappen. Maar de Britten willen nu juist van de inmenging van de Europese rechter af. Vraag is dus of de Britten kunnen leven met een restant Europees recht?

Derde en lastigste dossier is de grens tussen de Ierse Republiek en Noord-Ierland, dat straks niet meer bij de EU hoort. Die grens is 310 mijl (500 kilometer) lang, wordt geperforeerd door zeker 300 wegen, is op veel plekken niet zichtbaar en is geen belemmering voor personen en bedrijven in de regio.

Die historisch zo beladen scheidslijn wordt straks een nieuw stuk buitengrens van de EU, in principe een ‘harde’ grens, waar nieuwe douaneregels gelden en controles op de regels van de interne markt, zoals productstandaarden. Maar Ierland en het VK willen ook dat het een ‘zachte’ grens blijft. Veelvuldige contacten over en weer leverden een belangrijke bijdrage aan beëindiging van de Troubles in 1998. De vrede tussen Noord-Ierland en de Republiek voelt voor velen als fragiel en niemand wil terug naar de fricties van voorheen. Hoe kan een grens doorlaatbaar zijn en gesloten tegelijk?

Londen heeft wel geopperd om er een zachte grens van te maken met elektronische controle. Bedrijven zien daar niets in en het is niet logisch dat een niet-EU-staat de EU-grens bewaakt. Een grens in de Ierse zee zou beter te controleren zijn, maar zou neerkomen op een hereniging van de Ierlanden en is politiek niet haalbaar. Gedacht is ook aan een aparte status voor Noord-Ierland.

Geld en rechten zijn belangrijk, maar voor de precaire Ierse kwestie moet nog een toverformule gevonden worden. Liefst volgende week. Want het is ook in het EU-belang om de scheiding snel af te handelen ten bate van de toekomstige relatie.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.