Meester, hoe was uw eerste keer?

#MeToo

Weten scholieren waar seksuele grenzen liggen? Het MeToo-debat maakt die vraag actueel. Op scholen blijkt seksuele vorming vooral ‘iets wat ook nog moet’. En sommige ouders willen er niet van horen.

In de eerste druk van Dokter Corries nieuwe boek zit alleen een uitklappiemel. De tweede druk krijgt ook een pop-upvagina. „Veel complexer”, zegt de uitgever. Illustratie Dokter Corrie geeft antwoord

Op de Gooise Praktijkschool praten tweedejaars leerlingen elke week één lesuur over seks. Jongens en meisjes gescheiden. Ze hebben het over zwangerschappen, soa’s, seksuele grenzen, drugs en gokken. Net wat er leeft. Durft een leerling een onderwerp niet aan te snijden, dan kan hij of zij een briefje in de box aan de muur van de lesruimte doen. Er geldt één regel: wat in het lokaal wordt besproken, blijft in het lokaal.

Docent Casper Weismuller, die de gesprekken met de jongens begeleidt, creëert een sfeer van mannen onder elkaar, vertelt hij. Leerlingen mogen vragen wat ze willen en dat durven ze ook. Meneer, hoe moet je eigenlijk beffen? Hoe was uw eigen eerste keer? Is porno echt? Hoe merk je dat je een soa hebt? Waarom worden mensen homo?

In zijn antwoorden belicht hij een onderwerp van zo veel mogelijk kanten. „Als een leerling zegt: alle homo’s moeten dood, dan zeg ik: stel je voor dat het je broertje of zusje is. Vind je dat dan ook? Ik vertel dat het strafbaar is om te discrimineren. Maar ik veroordeel leerlingen nooit.”

De MeToo-discussie maakt de vraag wat scholen aan seksuele vorming doen weer relevant. Maar zoals het op de Gooise Praktijkschool gaat, gaat het bijna nergens. De meeste scholen doen wel iets aan seksuele vorming, concludeerde de Inspectie van het Onderwijs vorig jaar, maar slechts incidenteel, bij een losse les of een project. De invulling ervan hangt sterk af van wat de leraar ervan maakt.

Sinds 2012 zijn scholen verplicht aandacht aan seksualiteit te besteden. In het hoe en wat zijn ze vrij. De verschillen tussen scholen zijn dan ook groot, zag de inspectie. Vaak kan de kwaliteit hoger. Nog altijd zijn er scholen waar seks alleen aan bod komt middels een anatomisch plaatje van een stijve piemel in het biologieboek.

Jongeren zelf zijn niet erg tevreden over de manier waarop ze seksuele voorlichting krijgen, blijkt dit jaar uit het onderzoek Seks onder je 25e van Rutgers en Soa Aids Nederland, instellingen voor seksuele gezondheid. Die jongeren geven de voorlichting een 5,8. Ze zeggen vooral informatie te krijgen over voortplanting, anticonceptie en soa’s. Over sexting, seks in de media en de leuke kanten van seks horen ze minder. Zo’n 5 procent van de jongeren zegt helemaal geen informatie te hebben gekregen over seksualiteit.

Minder schroom

Kinderen zouden al vanaf groep 1 seksuele vorming moeten krijgen, vindt Ineke van der Vlugt, programmacoördinator bij Rutgers. „Zodat ze al jong een taal ontwikkelen voor relaties en seksualiteit. Op latere leeftijd voelen ze dan minder schroom hierover te praten.”

Seksuele vorming gaat op die leeftijd echt niet over geslachtsgemeenschap, zegt ze – al denken veel ouders dat. „Bij kleuters gaat het over je eigen lijf, gelijkheid tussen jongens en meisjes, over relaties en verliefd zijn. In de taal van het kind.”

Basisschool De Rakt in Helmond is een van de weinige scholen waar seksualiteit vanaf groep 1 tot en met groep 8 aandacht krijgt. De school gebruikt daarvoor verschillende methoden, vertelt leerkracht Job Tonnaer. Maar zaken als vriendjes, vriendinnetjes en lichaamsveranderingen komen ook gewoon tijdens gesprekken in de klas aan bod. Met groep 8 praat Tonnaer bijvoorbeeld over de betekenis van likes en filters op sociale media. Of over lijstjes waarop de knapste jongens en meisjes staan: hoe voelt het als je daar wel of juist niet op staat? En waarom word je anders aangesproken met een puistje dan met een gladde huid?

Leerlingen worden enthousiast van gesprekken over onderwerpen die bij hun leven passen, ziet hij. Maar dat kan alleen als „de sfeer echt goed” is. „Daar doen we het hele jaar ons best voor. En we nemen leerlingen serieus; we veroordelen ze niet. Dat werkt veel beter dan: ‘En nu gaan we over seks praten, doe voorzichtig en je mag geen ‘kut’ zeggen’.”

NRC-redacteuren Kim Bos, Danielle Pinedo en Freek Schravesande interviewden tientallen slachtoffers van misbruik en seksuele intimidatie. Fotograaf Frank Ruiters maakte hun portretten. #ZijOok

Toch is voorlichting nog vaak vooral waarschuwend bedoeld, zegt seksuoloog Rik van Lunsen. De nadruk ligt te veel op weerbaarheid. „In combinatie met de overmatige media-aandacht voor alles wat er mis kan gaan – denk aan MeToo – zorgt dat voor een beeld dat seks gevaarlijk is.” Voorlichting zou meer over autonomie en plezier moeten gaan, zegt hij. „Seks gaat niet alleen over grenzen, maar ook over wensen. Over het leren kennen van je eigen lichaam.”

Alleen bij biologie

Dat seksualiteit op de middelbare school veelal bij biologie behandeld wordt, helpt daarbij niet, zegt Ineke van der Vlugt van Rutgers. „Daar ligt de nadruk soms te veel op de technische, feitelijke kant van seksualiteit. Terwijl er ook een relationele context is: van intimiteit, vertrouwen ontdekken en seksueel plezier. Leerlingen willen weten hoe seks voor beiden leuk kan zijn en persoonlijke ervaringen horen.”

Meisjes komen er in de boeken nog altijd bekaaider vanaf dan jongens, zegt Van Lunsen. „Nog steeds lees je dat de seksuele rijpheid van een jongen gemarkeerd wordt door zijn eerste zaadlozing en van een meisje door haar eerste menstruatie.”

Meisjes zouden juist moeten leren dat zij net zo goed een erectie nodig hebben voor seks, zegt hij. Dat ze er niet alleen mentaal, maar ook fysiek klaar voor moeten zijn. „Voor de pijn die veel jonge meiden bij het vrijen ervaren, is maar één oorzaak: ze zijn niet gezwollen en ontspannen genoeg tijdens de penetratie.”

Zelfs in het nieuwe voorlichtingsboek van Dokter Corrie, die onder meer op school-tv met bekende Nederlanders over hun puberteit sprak, zie je de verschillen tussen jongens en meisjes terug, zegt Van Lunsen: er zit een uitklappiemel in, maar de uitvouwclitoris ontbreekt. „Zelfs in zo’n leuk en eigentijds boek zit een restant van honderden jaren geschiedenis waarin de vrouw als passieve ontvanger gezien is.”

Lees ook deze verhalen van onze buitenlandcorrespondenten. Zij maken de balans op in 'hun' land na #MeToo: Wereldwijd debat na één hashtag

De tweede druk zal wel een uitvouwclitoris bevatten. „We wilden het ook al in de eerste druk”, zegt een woordvoerder van uitgeverij De Harmonie, „maar het drukken en vervaardigen van een pop-upvagina is nu eenmaal veel complexer dan een pop-uppenis”.

Ook al pleiten experts voor seksuele vorming vanaf jonge leeftijd, ouders vinden het lang niet altijd prettig als hun kind op school over piemels en vagina’s praat. Dat bleek wel toen De Grote Dokter Corrie Show net op tv kwam en expliciet tongzoenen en vrijen besprak. Er kwam een actiegroep (Stop Dokter Corrie) en de ChristenUnie stelde Kamervragen.

Onschuld van kinderen

„Volwassenen denken dat je de onschuld van kinderen wegneemt door over seksualiteit te praten”, zegt Ineke van der Vlugt van Rutgers. „Dat je seksuele contacten erdoor aanmoedigt. Maar kinderen zijn juist van nature geïnteresseerd in seksualiteit. Hoe eerder ze zijn geïnformeerd, hoe beter ze zijn voorbereid.”

Baby’tjes vinden het prettig hun eigen geslachtsdelen te stimuleren, kleuters spelen graag doktertje, meisjes schuiven heen en weer op hun stoel. Maar volwassenen, zegt Van Lunsen, reageren met: doe niet zo vies. „Helemaal als zoiets gebeurt in een kamer vol visite. Eigenlijk zouden we moeten zeggen: leuk dat je je lekkere plekje hebt ontdekt, maar doe dat liever niet in het openbaar. Net als met neuspeuteren.”

Ouders van niet-westerse afkomst hebben over het algemeen meer moeite met seksuele lessen op school, ziet adjunct-directeur Irene Schmeltz van basisschool de Regenboog in Tilburg.

„In islamitische gezinnen wordt er thuis niet altijd over gesproken en vrouwen praten er sowieso niet over waar mannen bij zitten. Dat maakt het ingewikkeld om in de klas over seksualiteit te praten, helemaal als het om kleuters gaat.”

Lees ook dit stuk van seksuoloog Ellen Laan: De-man-heeft-altijd-zin – en andere seksfabels op het hakblok

Weerstand bij ouders is overigens niet altijd onwil, zegt Jenny van Leeuwaarde van de GGD Amsterdam, die voorlichtingsavonden voor ouders en docenten organiseert. „Er spelen complexe zaken als de angst om te falen als ouder, onwetendheid, onzekerheid. Dat heeft ook te maken met de manier waarop ze zelf zijn opgevoed. De meeste ouders willen het beste voor hun kind.”

Op basisschool De Regenboog gaan ze de discussie aan als ouders zeggen: mijn kind hoeft dit niet allemaal te weten. „Juist om seksualiteit uit de taboesfeer te halen”, zegt Schmeltz. „We willen onze leerlingen meegeven dat seks niet vies of raar is, maar juist heel mooi en fijn kan zijn. Als beide partijen het erover eens zijn. En als je denkt: dit voelt niet goed, mag je dat ook zeggen.”