Recensie

Marilyn Manson muzikaal en fysiek uitgeblust

Vaart, vuur, agressie - alles wat shockrocker Marilyn Manson ooit zo prikkelend maakte miste bij zijn show in Eindhoven.

Marilyn Manson, eerder deze maand in Hamburg. Foto Daniel Reinhardt

Marilyn Manson moest op vier fronten vechten, dinsdagavond in het Klokgebouw in Eindhoven. Hij vocht tegen slecht afgesteld geluid, tegen het zeer matige materiaal van zijn laatste plaat, tegen zijn wegkwijnende imago als verlopen ‘shockrocker’, en tegen zijn onlangs gebroken been. Vaart, vuur, agressie - alles wat Manson ooit zo prikkelend maakte miste.

Als het na drie kwartier eindelijk een paar nummers lekker loopt, dankzij het blokje klassiekers ‘The Dope Show’, Eurythmics-cover ‘Sweet Dreams (Are Made of This)’ en ‘Tourniquet’, dan moet hij telkens tussendoor in het pikkedonker weer ergens op of af geholpen worden. Licht weer uit, helpers met voorhoofdlampjes in de weer, meneer in een nieuw pak hijsen en op een ziekenhuisbed, in een rolstoel of met z’n been op een krukje parkeren. Duurt lang, weg vaart.

Tijdens dat blokje songs liet hij zich best ook wel even zien als de showman die hij nog kan zijn, uitdagend en scherp. Omhoog gaan dan de telefoons - ongetwijfeld veel fans die op de middelbare school van Manson leerden dat het niet erg is een buitenbeentje te zijn, een niet te onderschatten rol van de artiest. Maar die momenten van inspiratie waren zeer spaarzaam en nauwelijks memorabel.

Manson kwam muzikaal en fysiek uitgeblust over. Natuurlijk door dat gebroken been, maar het geesteloze werk van zijn nieuwste album Heaven Upside Down helpt echt niet mee. Er werd terecht door geen kip meegezongen tijdens zijn „you say God, I say satan”, aan het begin van het stompzinnige nieuwe ‘Say10’. En tijdens het al net zo suffe ‘Kill4Me’, ook van dat album, staat hij met een lillende, roze dildo boven zijn hoofd te zwaaien. Van links naar rechts, als een smartlappenzanger die de handjes mee probeert te krijgen.

Afsluiter ‘The Beautiful People’ uit 1996 is zo’n ijzersterk nummer, dat is niet te verpesten. Zowaar kregen band én publiek er dan ook nog even zin in, maar de wedstrijd was al verloren.

    • Peter van der Ploeg