Unilever probeert vooral politieke rust te bewaren

Uitgesteld Unilever heeft een hoofdkantoor in Rotterdam en in Londen. Kiezen tussen die twee is een politiek hangijzer. Het gaat om prestige, om banen en de angst dat andere multinationals ook vertrekken.

Beeldbewerking Studio NRC

Doen ze het, of doen ze het niet? Voorlopig doen ze niks en stelt de top van Unilever de beslissing over de opheffing van een van zijn hoofdkantoren in Londen en Rotterdam nog maar even uit. De beslissing is te politiek geworden, zei bestuursvoorzitter Paul Polman dinsdag in de Financial Times. „Het speelveld beweegt – er is politieke turbulentie. De emoties zijn wat ons nu bezighoudt.”

Ondanks de bezweringsformules van Polman lijkt één beslissing wel genomen. Unilever (voeding en wasmiddelen, bijna 53 miljard euro omzet, 169.000 medewerkers) heeft niet alleen twee hoofdkantoren, Unilever heeft ook twee categorieën aandelen. Er zijn Britse en Nederlandse. Dat is de consequentie van de historische fusie in 1929 tussen de Nederlandse Margarine-Unie en de Britse Lever Brothers.

Die twee ondernemingen voegden, kort samengevat, hun activiteiten samen, maar behielden hun verschillende aandelen en hun hoofdkantoren. Unilever koesterde zijn dubbele nationaliteit. Het concern had jarenlang ook twee co-voorzitters: een Brit en een Nederlander. Tegenwoordig is er één bovenbaas.

Bijnadoodervaring

In 2005 onderzocht de multinational ook al eens zijn duale organisatiestructuur. Toen bleef alles bij het oude.

Maar eerder dit jaar had Unilever een bijnadoodervaring. De kleinere Amerikaanse concurrent Kraft Heinz dacht Unilever wel te kunnen kopen. De gangmakers achter Kraft Heinz zijn drie ondernemers die bekend staan om hun rigoureuze kostenverlagingen.

Unilever organiseerde een verdedigingslinie. De regeringsleiders van het Verenigd Koninkrijk en Nederland stelden zich pal achter het concern op. Kraft Heinz-belegger Warren Buffett maakte intern bezwaar. Unilever beloofde beleggers dat het vanaf nu allemaal anders zou worden. De duurzame strategie was prima, maar het aandeelhoudersrendement moest ook een winnaar zijn.

Unilever besloot de margarinedivisie te verkopen. Het concern blijft kleine, veelbelovende nieuwe merken kopen. En beleggers konden zich verheugen op maatregelen die de financiële structuur van het bedrijf moeten versimpelen en ‘aandeelhoudersvriendelijker’ maken.

Kiezen voor het Britse aandeel

Die versimpeling betekent bijvoorbeeld dat Unilever een eind maakt aan zijn aparte Nederlandse aandelen met een hoog dividend. Deze zogeheten preferente aandelen worden opgekocht. Een andere maatregel is onderzoek of de twee bestaande reguliere Nederlandse en Britse aandelen tot één moeten worden gereduceerd. En of die twee hoofdkantoren nog wel voldoen.

Dat laatste is nu de inzet van het politieke debat. Het eerste, de stroomlijning van de aandelen, kan maar één kant opgaan: de Nederlandse aandelen verdwijnen, het Britse aandeel wint. Daar zijn twee argumenten voor. Allereerst komt Unilever daarmee tegemoet aan zijn schare Britse beleggers. Zij zijn gewend in een Britse vennootschap te beleggen. Het Nederlandse ondernemingsbestuur staat in het Verenigd Koninkrijk, zie de beleggerswoede bij verfbedrijf AkzoNobel, niet in hoog aanzien. Het tweede argument is dat Unilever dan zwaarder weegt in de Britse beursgraadmeter. Dat is een index die er internationaal toe doet, de Nederlandse AEX niet. Bovendien kan Unilever als Brits bedrijf meedraaien in de AEX, maar als Nederlands bedrijf niet in de Britse index.

Politiek prestige

De keuze voor een Brits aandeel interesseert beleggers in hoge mate, maar is geen politiek hangijzer. Dat is de keus voor de locatie van het hoofdkantoor juist wel. Dat gaat om nationaal en lokaal prestige. Dat gaat om banen. Dat gaat om de angst dat andere multinationals ook vertrekken. Dat geeft politiek kabaal.

Als Unilever nu uit Rotterdam zou vertrekken, staat het kabinet-Rutte III er gekleurd op. Eerst de dividendbelasting afschaffen à 1,4 miljard euro om hoofdkantoren in Nederland te houden en dan Unilevers kantoor verliezen. De politieke oppositie heeft de dag van zijn leven.

Uitstel kan Unilever helpen om meer Britse concessies te krijgen om het hoofdkantoor in Londen te houden.

Maar met het vinnige debat over de dividendbelasting én de verwarring in Londen over de Brexit kan Unilever het nooit goed doen. Nederland én het Verenigd Koninkrijk steunden het concern tegen Kraft Heinz. Polman is hen wel wat verplicht. Om te beginnen politieke rust. Uitstel spaart de kool en de geit. Niet zakelijk, wel politiek opportuun.