Recensie

The Killing of a Sacred Deer is mislukt

Tragikomedie

Recensenten Coen van Zwol en Peter de Bruijn zagen allebei ‘The Killing of a Sacred Deer’. En kwamen tot heel andere conclusies.

Martin (Barry Keoghan) laat zich onderzoeken door hartchirurg Steven (Colin Farrell).

Een receptie. ‘Hoe is het met de kinderen?’, vraagt een bekende. Zij: ‘Heel goed hoor. Bob krijgt pianoles. Hij heeft talent, zegt zijn leraar.’ Hij: ‘Onze dochter begon vorige week te menstrueren. Ze schrok er wel een beetje van, maar nu gaat het wel weer.’

In The Killing of a Sacred Deer van Yorgos Lanthimos dropt men zulke conversatiekillers op glazige, vanzelfsprekende toon. En kijkt ook niemand ervan op, want iedereen leeft volgens dezelfde vervreemdende regels en rituelen. Die methode fascineerde in Lanthimos’ debuut Dogtooth, waar ouders hun kinderen klein houden in een bizar leugenweb. En in arthousehit The Lobster, waar vrijgezellen binnen 45 dagen een partner moeten vinden, anders worden ze omgebouwd tot een dier naar keuze.

The Killing of a Sacred Deer blijkt helaas een vervelende film. Hartchirurg Steven Murphy speelt hier vader voor scholier Martin, wiens echte vader stierf op zijn operatietafel – Steven had gedronken. Wanneer Steven zijn surrogaatplicht verzaakt, legt Martin koeltjes uit dat het kosmisch evenwicht vereist dat Steven een geliefde doodt: zijn vrouw, dochter of zoon. Zo niet, dan sterven ze alle drie. Een soort Sophie’s Choice dus, maar de titel verwijst naar Euripides’ tragedie Iphigeneia in Aulis, over koning Agamemnon die zijn dochter moet offeren als compensatie voor het doden van een heilig hert.

Een tragedie is The Killing of a Sacred Deer niet; daarin leidt een botsing van helden met invoelbare, maar tegengestelde motieven tot een noodlottige uitkomst. Hier raakt een gezin in de greep van een malicieus soort karma en glijdt zo in een trechter van wanhoop. Dat is horror. Wat het interessant zou maken, is Lanthimos’ galgenhumor. Die verheft het bewust stijfjes acteren en de houterige dialogen meestal tot een ongrijpbaar soort satire.

Die zwarte humor is er wel: zie de beginscène waarin de camera Steven en Martin onder The Shining-achtige horrorklanken niet eenmaal, maar tweemaal dreigend besluipt terwijl ze over horlogebandjes keuvelen. Maar emotioneel neem je deze kroniek van een aangekondigde dood serieus. Dat is fataal: de optelsom van absurdisme en ernst is namelijk pretentie. Lanthimos beseft dat zelf ook, anders zou hij niet overal roepen dat zijn film een komedie is. Ko-me-die mensen! Maar grapjes die je moet uitleggen, zijn meestal niet zo geslaagd.

Lees hier de recensie van Peter de Bruijn: The Killing of a Sacred Deer is briljant