Commentaar

Groter is niet altijd beter bij gemeenten

Nederland telt vanaf 1 januari nog 380 gemeenten. Een gevolg van de niet aflatende gemeentelijke herindeling. De bestuurlijke landkaart zal nieuwe namen vertonen zoals Midden-Groningen, Waadhoeke en Westerwolde. Andere, nieuwe combinaties zijn in aantocht waardoor het aantal zelfstandige gemeenten na volgend jaar opnieuw zal dalen. Ter vergelijking: na de Tweede Wereldoorlog waren er nog 1.015 gemeenten.

Doelmatigheid en het vergroten van de bestuurskracht zijn de trefwoorden achter de gemeentelijke herindeling. De prijs van deze schaalvergroting is afname van de herkenbaarheid van het bestuur. De ruim 10.000 inwoners van Het Bildt, dat overigens ook bestaat uit diverse dorpen en buurtschappen, kunnen zich nu makkelijker identificeren met hun bestuur dan straks, als zij zijn opgenomen in het 47.000 mensen tellende samenwerkingsverband Waadhoeke.

Dat hoeft niet heel erg te zijn. De verbondenheid met een eigen gemeente gaat verder dan het bestuur. Dan spelen medebewoners en de directe omgeving een rol: elementen die kunnen bijdragen aan identiteit. Van belang voor het bestuur is dat het toegankelijk blijft. Maar zeker in het internettijdperk is de noodzaak voor fysiek contact met iemand van het stadhuis minder geworden.

Vaak zijn gemeenschappelijke regelingen aan een gemeentelijke herindeling voorafgegaan. De tendens van het afstoten van taken van de rijksoverheid naar lokale overheden heeft tot een forse toename van het aantal gemeenschappelijke regelingen geleid. Gemeenten werken samen in zorg, veiligheid, brandweer, ambulance, vervoers- en afvalregio’s – om er maar eens een paar te noemen. De grote vraag daarbij is hoe het met de democratische controle is gesteld. Want bij al deze regelingen staat de gemeenteraad veelal op afstand.

Het antwoord is dan al gauw gemeentelijke herindeling, waardoor het bestuur weer bij de gemeenschappelijke regeling wordt gebracht. In het regeerakkoord zeggen de coalitiepartijen initiatieven voor herindeling te zullen steunen die om deze reden worden ondernomen. „Een proces van herindeling is gewenst voor gemeenten die langjarig en in hoge mate afhankelijk zijn van gemeenschappelijke regelingen voor essentiële taken”, staat er.

Over het nut van al die regelingen rept het regeerakkoord niet. Toch zou het nuttig zijn als daar eens kritisch naar wordt gekeken. Kostenbesparing is vaak de gedachte achter een samenwerkingsverband tussen gemeenten. Maar een nieuw onderzoek van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen, waar NRC dinsdag melding van maakte, laat zien dat deze besparing zich nauwelijks voordoet.

De onderzoekers bestudeerden drie beleidsvelden: de sociale dienst, afvalinzameling en belastinginning, die samen goed zijn voor eenvijfde van de totale gemeentelijke uitgaven. In de periode 2005-2013 heeft de samenwerking niet geleid tot lagere maar tot hogere uitgaven, concludeerden zij. Alleen bij de belastinginning was sprake van besparing.

Een van de oorzaken van de meerkosten is dat rechtstreekse controle van een gemeentelijke autoriteit ontbreekt, doordat het personeel werkt voor de samenwerkingsorganisatie. Gemeentelijke herindeling zou in dat geval het antwoord kunnen zijn. Maar beter is de gemeenschappelijke regeling als zodanig tegen het licht te houden. Groter is niet altijd beter.