Brieven

Oordelen met de onderbuik

Dat onze oordelen redelijk en billijk mogen zijn

Illustratie Cyprian Koscielniak

Marte Kaan houdt een warm pleidooi voor het oordelen met de onderbuik (Oordeel ook met je onderbuik, 25/11). In het beroemde Salomonsoordeel is de onderbuik fors aanwezig. Na de uitspraak van koning Salomo om het kind van de rekening doormidden te hakken, staat er letterlijk in het Hebreeuws over de moeder: „Haar baarmoeder kromp ineen.” Meer onderbuik kun je niet hebben. Karen Armstrong wijst ons er in haar boek Compassie op dat het woord ‘baarmoeder’ en ‘barmhartigheid’ in het Hebreeuws dezelfde wortel hebben. Het woord ‘barmhartigheid’ heeft een sterke connotatie met liefdadigheid, zoetheid en kerken. In die zin is het een term die zo contextgevoelig is dat niet iedereen zich ermee kan vereenzelvigen. Het is zoeken naar een beter woord om menselijkheid in oordelen te verwoorden. Kaan doet een poging door te spreken over ‘geleefde redelijkheid’. Die term is mooi, omdat hij de nadruk legt op de praktijk. Toch is het niet nodig om naast redelijkheid ook te spreken van geleefde redelijkheid als we de onderbuik en dus de menselijkheid bij oordelen willen betrekken. De zakelijker term voor ‘geleefde redelijkheid’ bestaat namelijk al in het juridische, filosofische en theologische jargon. Dat is de term ‘billijkheid’. Dat onze oordelen redelijk en billijk mogen zijn. Dat we onze rede durven te laten dalen naar ons hart. Dat het vuur in onze onderbuiken mag opstijgen naar ons hart. Zodat onze harten, als waren het transformatoren, door middel van onze handen redelijke en billijke oordelen mogen uitvoeren.

    • Susanna Kamminga